Donderdag, 5 mei, 2022

Geschreven door: Jansen, Anita
Donkers, Sander
Moerman, Janelle
Recensie door: Stoel, Jan

Bram Bogart, schilder van formaat

Bogart, een ‘Delftse’ meester

[Recensie] Ze zijn zo herkenbaar: de materieschilderijen van Bram Bogart, soms loodzware sculpturen van verf op doek. Op 2 mei 2022 was het precies tien jaar geleden dat kunstenaar Bram Bogert (1921-2012) op negentigjarige leeftijd overleed. Iets meer dan honderd jaar geleden werd hij geboren in Delft. Reden voor Museum Prinsenhof Delft om van deze internationaal bekende kunstenaar een overzichtstentoonstelling in te richten. En Delft blijkt een rode draad te zijn in het leven van de kunstenaar.

Bij de tentoonstelling is een publicatie verschenen onder de titel Bram Bogart, schilder van formaat. Op de cover een foto van de kunstenaar die kracht en overtuiging uitstraalt. En dat klopt ook wel. Bogert – geboren als Abraham van den Boogaart – wist al op zijn elfde wat hij wilde worden: schilder. “Vooral het vrije leven van de artiest vond ik prachtig,” zei hij ooit. Zijn ouders wilden dat hij een vak leerde en dus ging hij naar de ambachtsschool en werd vervolgens huisschilder. Daardoor leerde hij wel alle eigenschappen van verf kennen. Op zijn veertiende mocht hij wel van zijn vader een tekencursus volgen. Overtuigd van zijn kunnen was hij zeker. Op zijn achttiende had hij zijn eerste olieverfschilderijen gemaakt en fietst hij naar Den Haag naar kunsthandelaar Robert Bennewitz. Die onderkent de kwaliteit en koopt een aantal jaren al zijn werk en blijft belangrijk voor hem tot 1976. In die vroege werken, waarvan er een paar mooi groot afgedrukt zijn in het boek, zie je al dat hij pasteus zijn verf op het doek aanbrengt.

Vormgeving
Ontwerpbureau Joseph Plateau uit Amsterdam heeft het boek met gevoel voor detail vormgegeven. Zo vallen de binnenflappen op. Op de binnenflap aan de voorkant is een kaart van Europa aangebracht met daarop de plekken waar Bogart woonde. Aan de achterkant zijn drie werken met bloemen van hem opgenomen uit respectievelijk 1939, 1948 en 1998 die zijn ontwikkeling van figuratief naar abstract aangeven. Je ziet de verf zwaarder worden, de kleine dikke verftoetsjes veranderen tot verfkussens, de aardse tinten veranderen in felle kleuren. Maar de titels ‘Bloemen’ en ‘Bloeiend’ verwijzen nog altijd naar de bloemen waar hij zijn loopbaan mee begon. Verderop op de binnenkant van de achterflap zien we het schildersmateriaal waar Bogart mee werkte. Zelfs een zelfportret uit 1948 is opgenomen en wat de vormgevers goed doen is vervolgens inzoomen op het werk waardoor je de verftoets kunt zien.

Materieschilder
Het boek bevat twee tekstbijdragen. Anita Jansen, senior conservator van Museum Prinsenhof beschrijft op uiterst toegankelijke wijze het leven en de artistieke ontwikkeling van de kunstenaar. Bogart is onder de indruk van de durf van de manier van werken van onder meer Van Gogh en Constant Permeke, is in 1945 een van de eerste naoorlogse kunstenaars die naar Parijs trekt, deelt in 1951 het atelier met Cobra-kunstenaars als Lotti van der Gaag, Karel Appel en Corneille en wordt door hun abstract-expressionistische stijl aangetrokken. “Een stijl die verlangt naar vrijheid.” Bogart wordt beschouwd als de eerste Nederlandse materieschilder. Verf wordt beschouwd als materie en met allerlei materialen als zand, gips, glas, textiel gemengd. Jansen: “Als de dikke massa op de ‘drager’, het doek wordt aangebracht ontstaat een reliëfachtig karakter en wordt het schilderij steeds meer driedimensionaal.” Jansen gaat in op zijn beeldtaal, ontleend aan de etnografica, de wijze van verf mengen (het echte recept het geheim van de meester blijft) en de manier waarop het enorme gewicht van de verf op het doek aangebracht kon worden. Aangezien Bogart steeds groter, monumentaler ging werken had hij ook grotere ruimte nodig. In het gehuurde kasteel in het Waalse Ohain (Bogart werd in 1969 Belg) en in het kasteel de Groete Engel in Kortenbos dat hij in 1988 kocht en waar hij bleef wonen tot zijn dood woont hij met zijn gezin en werkt hij.

Sociologie Magazine

Onafhankelijk
Hoewel hij gezien wordt als de grondlegger van de Nederlandse informele kunst, hij richtte in 1957 samen met Armando, Kees van Bohemen, Jan Henderikse en Henk Peeters, de Informele Groep op waarbij het ging om de expressie van het materiaal, was hij wars van ‘het tot een groep behoren’. Hij bleef zijn eigen weg volgen. Jan Schoonhoven bezocht hem regelmatig en zijn reliëfs waren geïnspireerd op de pasteus opgezette schilderijen van Bogart, maar niet in verf maar in papier-maché. “Er kwam dus een element in dat meer beeldhouwkundig dan schilderkundig was.”

Relatie met Delft
Bijzonder is ook het interview met Bram van den Boogaart jr. die samen met zijn vader werkte en sinds 2010 diens nalatenschap beheert. Bram jr. werd zelf in 2010 uitgeroepen tot designer van het jaar in België, maar is fulltime bezig met de nalatenschap van zijn vader. In het interview krijg je een intiem kijkje op het gezinsleven van Bram Bogart.
Steeds komt de relatie met Delft naar voren. In zijn werk zie je die referenties terug: in de titels van werken ‘Les Blues de Delft’(een verwijzing naar het Delfts aardewerk), ‘De Prins’ en ‘Prinsenhof’, maar ook in de kleuren, de voorstellingen. De vlakverdeling in het werk ‘Ontluiking’ komt exact overeen met het wapen van Delft. Zijn zoon wijst op andere Delftse verbindingen. Willem van Oranje werd in 1584 in het Prinsenhof vermoord. De graven Egmond en Hoorne verzetten zich net als hij tegen Alva en Philips II tijdens de 80-jarige oorlog. Laat Bogart nu toch in kasteel Ohain verblijven waar Egmond en Hoorne ondergedoken zaten. En er is nog veel meer te vinden in de ‘Delftse connectie van Bogart’. Samen met de foto’s uit onder meer het privéarchief wordt het boek daardoor bijzonder. Een van die foto’s laat Bogart in 1940 aan het werk zien in zijn ouderlijk huis. Een ander laat zien hoe hij de verf boetseert, een foto waarin hij een lijkt te zijn met zijn werk. Ook zijn laatste schilderij uit 2011, Jean et Jeanne, nu voor het eerst te zien, heeft die blauw-witte kleurstelling een poëtisch karakter. Een laatste verwijzing naar Delft?

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

De tentoonstelling is tot en met 9 augustus te zien in Museum Prinsenhof Delft.