Vrijdag, 30 april, 2021

Geschreven door: Kamfer, Ronelda S.
Artikel door: Reinewald, Chris

Chinatown

Sterk zijn waar je gebroken bent

[Recensie] Elf jaar na haar bekroonde debuut Nu de slapende honde (2010) en twee erop volgende bundels publiceerde de Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda S. Kamfer (1981) de Afrikaanstalige bundel Chinatown (= een winkelcentrum). De toon is hard, onverschrokken maar ook saillant-grappig – al valt er uiteraard weinig te lachen over armoede, medicijnenverslaving en incest. Kamfer knalt Engelse woorden door haar poëzie wat het straattaalgehalte vergroot en de gedichten een prachtig staccato geeft.

Hardop lezend begrijp je het kleurrijke Afrikaans waarbij Alfred Schaffer dienstbare en inventieve Nederlandse vertalingen maakte.

In een lezing bij haar Jan Rabie & Marjorie Wallacebeurs (2018, gepubliceerd op LitNet) tekende de Kaapse Ronelda Kamfer haar zelfportret als beginnend dichter:

Ek is 16 jaar oud en ek sit in my kamer in Eersterivier en lees ‘A farewell to arms’ deur Ernest Hemingway. Ek skryf die woorde neer in my notebook waarin ek poetry skryf wat ek vir niemand wys nie: ‘The world breaks everyone and afterward many are strong in the broken places. But those that will not break it kills. It kills the very good and the very gentle and the very brave impartially. If you are none of these you can be sure it will kill you too but there will be no special hurry.’”

Boekenkrant

Kamfer schrijft over zulke gebroken jonge vrouwen die zwijgen over wat ze is overkomen. De uitzichtloosheid wordt niet minder als je erover praat.

Het even korte als kale Safe word schrijnt als de pijnpoëzie van de Nederlander Jan Arends. Kamfer dicht:

“soms kyk ek
in die spieël
dan sien ik myself
daar waar ek vir dood
agtergelaat is.”

Zo spreekt Kamfer vaak: als slachtoffer. Nog korter is het opsomgedicht DIY 3-step rape kit (verkrachtingskit in 3 stappen) dat leest als genummerde nazorginstructie.

In langere omvang schrijft Kamfer pregnante verhalende poëzie met ‘kitchen sink’-humor, zoals contra 30. Samengevat: neefje zit te gamen, vader sloft door de gang, moeder erachter aan. Meisje (de vertelster) wacht af tot moeder haar vertelt dat ze haar man, de vader van het meisje, met zijn misstap heeft geconfronteerd: “ek het hom sommer reguit gevra/ wil jou jy eie kind opklim [?]”. Daarna passeert vader schuldbewust. Neefje gamet gewoon door. Hij komt niet verder dan het eerste level “voor hy sy dertig lewens verloor/ dan moet hy weer van voor af begin.”

De scènes lijken op Dana Lixenbergs – hoewel Amerikaanse – foto’s van de achterstandswijk Imperial Courts in Los Angeles. Armoede, geweld, maar ook streetwise trots in de township met een zaterdags uitje naar de shoppingmall.

Overtikken

Zelf kon Kamfer de township verlaten dankzij hardwerkende ouders die haar aan de universiteit lieten studeren. Haar eerste gedichten werden voor een poëziewedstrijd voor jongeren ontdekt door Antjie Krog, Nobelprijswaardig Zuid-Afrikaans dichteres/essayiste en de Nederlands-Zuid-Afrikaanse dichter Alfred Schaffer, die onlangs de P.C. Hooftprijs won.

Kamfer schreef haar eerste bundel op een computer die haar vader bij elkaar had gescharreld: “Ek het ‘Noudat slapende honde’ op die computer getype en op die floppies gesave. Ek het nie geweet hoe om Microsoft Word te gebruik nie en toe my uitgewer laat weet ek moet my korreksies aanbring, het ek nie geweet ’n mens kan copy en paste nie. So ek het elke keer die volle manuskrip oorgetik.” Dat gedwongen overschrijven scherpte haar zowel bloemrijke als bondige stijl.

De tweede stem die in deze bundel spreekt is een ik-figuur, lijkend op de inmiddels alom gewaardeerde dichteres. In haar eerste bundel – en ook nu weer – gebruikt zij de bijbelse metafoor van de eettafel waaraan zij mag aanschuiven. In 2010 sprak ze de “ooms”, oudere witte Afrikaners aan:

“Yes, jullie etters
ek het die geheim ontdek
ek praat jullie taal
et eet jullie kos
ek bly in jullie vaderland […] en ek vry met jullie seuns.”

(NB: Het Afrikaans wordt in het merendeel door gekleurde Kaap-bewoners gesproken.)

Nu hoeft Kamfer “geen plekje aan een tafel voor vrouwenkiesrecht die in 1930 gedekt is voor white women only/ veel plezier met jullie tafel/ wij stoken hierbuiten een vuur.”

Kamfer maakt ook korte metten met geïdealiseerde witte dichteressen als Sylvia Plath, Elisabeth Eybers, de ver-Nederlandst-Afrikaaans schrijvende dichteres en Ingrid Jonker, Zuid-Afrikaanse suïcidale domineesdochter met relatieproblemen.

Dit nogal grove geschut lijkt voort te komen uit haar eigen ongemakkelijkheid als cultuurdraagster. Progressieve witte vrienden mogen van haar best Eminem een goede rapper vinden en nigga zeggen: “ik laat ze denken dat ik een hoog geplaatste zwarte ben/ die bepaalt wie erbij hoort en wie niet. [maar] ’n wit mens sal nooit ‘n swart mens wees nie/ want my ouma het my geleer ’n boer bly ’n boer/ en ’n vark bly ’n vark.”

En zo raakt Kamfer aan de discussie over de nawerking van slavernij en kolonialisme:  

“onthou dat jou pa en jou ma jou
naam gegee het nie
onthou dat ’n wit vrou ’n wit man is
onthou waar jy vanaf kom
onthou daai elke dag
sodat niemand jou ooit hoef te remind nie.”

Ondertussen blijkt de dichteres een zorgzame moeder met een bang dochtertje, into dark shit, dat zij gerust stelt: “sy vra wat my fear is/ ek smile en sé/ babygirl/ Mammie is fearless.”

Verontrusting, kwaadheid en liefde drijven deze knetterende bundel tot hoog niveau.

PS Zonde van die zetfout in de vertaling op pagina 45 waar ‘me’ staat in plaats van ‘met’.

Op 27 mei praat Ama van Dantzig tijdens een live-stream met Ronelda Kamfer en haar vertaler Alfred Schaffer: https://www.zuidafrikahuis.nl/product/boeken-uit-het-huis-ronelda-kamfer-en-alfred-schaffer/

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles