Zondag, 21 november, 2010

Geschreven door: Vries, Joost de
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Clausewitz

Fabulerend op zoek naar de schrijver

Joost de Vries is een goede lezer. Toen in het voorjaar van 2009 de hype over 2666, de postume, grote roman van de Chileense schrijver Roberto Bolaño Nederland bereikte, schreef hij in De Groene Amsterdammer een ijzersterke analyse met oog voor Bolaño’s spel met genres en een ongespeeld vermogen te bewonderen. En nu is diezelfde Joost de Vries gedebuteerd met Clausewitz. In een vlot veranderend tijdsgewricht start een jonge promovendus de zoektocht naar een verdwenen schrijver – net als de hoofdpersonen van het eerste deel van 2666.

Daarin vinden een viertal literatuurwetenschappers elkaar in hun expertise in het werk van en hun zoektocht naar de mysterieuze schrijver Benno van Archimboldt. Hun zoektocht, die natuurlijk op niets uitloopt, is alleen maar de kabbelende opmaat van een ijzingwekkende opeenvolging van ogenschijnlijk los van elkaar bestaande verhalen waarin geweld alledaags wordt. De Vries schreef over Bolaño’s proza: ‘… het is eng en het leeft, en je kunt je ogen er niet van af houden.’

Het is niet mijn bedoeling het debuut te beoordelen aan de hand van het magistrale laatste werk – als Clausewitz bekoort, dan om andere redenen. Maar het is duidelijk dat De Vries heeft gelezen vóór hij ging schrijven. Mr. Tim Modderman (Ma), zíjn hoofdpersoon, gaat op zoek naar de mysterieuze Ferdynand LeFebvre, een amalgaam van schrijvers, onder wie A.F.Th. van der Heijden (wiens werkkamer, met ‘een stuk of tweehonderd multomappen als een lange rij soldaten in het gelid’ geportretteerd wordt) en Herman Hesse (van wie je de jaren zeventig cultstatus herkent en amper verhulde titels als De stepperuiter en Nacht in het Avondland). LeFebvre verkeerde in een bijna sektarisch gezelschap waar ik zelf Harry Mulisch al in herkende, en Elsbeth Etty in haar NRC-recensie nog een reeks hotemetoten.

Tim promoveert op LeFebvre, al zal zijn proefschrift een bijna letterlijke vertaling van het onderzoek van een onbekende Fransman zijn. Zijn beste vriend, uitgever Joost de Vries, ontdekt halverwege het boek een Chileense schrijver. ‘Hij zei dat hij weinig van de boeken snapte, dat de schrijver schreef in ‘open-ended metaphors‘ […], maar dat de omineuze sfeer hem aansprak en of het soms iets met LeFebvre te maken had.’ Bolaño all over. Maar de uitwerking van De Vries is eerder geestig dan beklemmend. Uitgever Joost vraagt hem ‘literaire non-fictie over literatuur’ (hoe hybride kan een genre zijn?) te schrijven over LeFebvre, de twee vrienden hebben een dwarse kijk op internationale politiek (vóór de War on Terror, al was het maar om tegendraads te zijn) en Tims broer Bint blijkt tv-persoonlijkheid te zijn met politieke aspiraties.

Sociologie Magazine

Vol zegt u? Ja, en ambitieus. Maar dus ook zeer vermakelijk, zij het niet continu hilarisch. Ik zal de helft er niet uitgehaald hebben, maar ook zonder al deze verwijzingen is het schrijfplezier merkbaar. Om maar iets te noemen: terwijl een reeks van complottheorieën over LeFebvre de revue passeert, introduceert Tim zelf verschillende versies over de herkomst van zijn bijnaam, ‘Neus’.

‘Trouwens, ik hoorde Bint bij Wie Is de Mol? zeggen dat zijn jongste broertje Neus heet. Dat ben jij dan, toch? Waarom noemen ze je Neus?
– Omdat ik zo’n grappig wipneusje heb.’

Er zijn ook verhalen over een familie die de eigen achternaam niet uit kon spreken en daarom bijnamen gebruikt – Neus vanwege zijn ‘bijna lichtgevend rood neusje’ -, een val uit een boom en een grintkorrel. Alles verzonnen, en de mate waarin de broers Modderman fabuleren belooft weinig goeds over de manier waarop Tim omgaat met LeFebvre. Of eigenlijk: heel veel goeds. De Vries maakt van Clausewitz meer dan een ordinaire queeste door allerlei alternatieve geschiedenissen en uitleggen te introduceren en zonder uitleg weer te laten vallen. Vermoeiend? Vervelend? Integendeel, hier is een schrijver eens ambitieus, hier onderschat iemand de lezer eens een keertje niet. Dus Joost de Vries is niet alleen een goede lezer, hij is ook een goede verteller.

Maakt hem dat ook een goede schrijver? Ja, met die aantekening dat tussen de gewone zinnen ongeveer evenveel draken van zinnen als mooie vondsten staan. ‘Als door een trechter joeg een kille voorjaarswind door de grachten en blies me omver als een nucleaire fall-out, mijn haar leek bijna uit mijn hoofdhuid te worden ontworteld.’ Overdrijven is een vak. Maar ook een geslaagdere tang-op-varken: ‘Op moederdag reden we een lagedrukgebied in.’ En, over de inner circle van LeFebvre: ‘… ze waren er nog, […] totaal in de marge, als conquistadores verdwaald in hun eigenhandig opgeworpen jungle.’

LeFebvres eigen proza doet je vooral sterk afvragen waar al het gedoe om is. In een hoofdstuk citeert De Vries hem in extenso. Russische zombiesoldaten hebben een groep Duitse soldaten omsingeld: ‘Toen de avondschemer zijn intrede deed, als de minnaar in de slaapkamer van zijn geliefde, stond een tweede rus op uit de dood.’ Die intredende avondschemeringen, je zou er hele boeken over kunnen schrijven, maar ik wil ze niet lezen. Bolaño – en daarna houd ik op met deze oneerlijke vergelijking – vermeed het citeren van zijn mysterieuze schrijver, en dat maakte hem nog mysterieuzer.

In Clausewitz vertragen deze ‘primaire literatuur’ en secundaire bronnen de loop van het verhaal. Samen met enkele obligate foto’s verhullen ze dat deze zoektocht zowel vruchteloos als nutteloos is. Maar dat is niet erg. Tussen de belevenissen van deze niet al te spannende promovendus door gebeurt er van alles, en dat maakt Clausewitz niet alleen een vol, maar ook een rijk boek. Joost de Vries is een goede schrijver, en ik lees graag meer van hem.

Naschrift. Zoals al even opgemerkt is deze recensie relatief laat; er zijn al stukken in de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw verschenen. Vooral het stuk in NRC, van Elsbeth Etty, voegt veel toe aan dit betoog. Zij ziet in Clausewitz een afrekening met de generatie-‘68, met het engagement van schrijvers als Mulisch en met omstanders als zijn herenkring. Ik kan dat met mijn beperkte kennis van die beweging niet beoordelen, en heb deze recensie op basis van mijn oorspronkelijke aantekeningen uitgewerkt. Haar enthousiasme deel ik echter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *