Zaterdag, 31 augustus, 2019

Geschreven door: Matharu, Taran
Artikel door: Voskamp, Nico

Contender 1 - De Uitverkorene

Een nachtmerrie in twintig dimensies – of toch echt?

“Hij gleed uit in de natte modder en viel plat op zijn rug. Voor hem draaide het monster zich met een krijs om en kneep zijn zwarte ogen half dicht. Het sprong boven op hem. Schreeuwend van angst en wanhoop haalde Cade naar hem uit.

Zijn hand verdween in de open strot, en de lengte van de handbijl was het enige wat voorkwam dat het beest zijn tanden in zijn pols zette.

Het wezen snakte naar adem en krijste het uit. Zijn klauwen grepen Cades borst en drongen in zijn huid. Bloed liep over zijn arm omlaag. De punt van de steen sneed door het verhemelte van het beest. Wanhopig schopte Cade om zich heen. Het wezen kwam omhoog en wrikte de steen uit zijn bek…”

[Recensie] Dat ziet er niet best uit voor hoofdpersoon Cade Carter. Deze tiener heeft de twijfelachtige eer om een manier te vinden om dit verhaal te overleven. Hoezo? Nou, op een kwaad moment wordt hij vanuit zijn eigen tijd naar een andere wereld getransporteerd, een wereld vol Pterodactyloidea, andere kwaadwillende dinosaurussen en gekker nog: mensen uit verschillende tijdperken.

Wordt Vervolgd

Daarin moet je als lezer mee willen gaan. Of je vindt die sprong te onwaarschijnlijk. Of je leeft je voldoende in. In dat geval heb je een beest van een verhaal te pakken. Messcherp. Spannend. Onverwacht. Bloederig. En met een waarschijnlijk slechte afloop, of redt hij het toch? Nagelbijtend lees je door.

Taran Matharu weet deze spanning erin te houden door Cade op vrijwel elke nieuwe bladzijde te laten bespringen door nieuwe gevaren. Het is een twintigdimensionale nachtmerrie, maar dan echt. Ook de dosering is goed getimed. We krijgen het leven van Cade voorgeschoteld in gemakkelijk verteerbare porties. Wisselend per hoofdstuk vinden we hem in het heden, en in het verleden (zes maanden geleden).

Dat verleden was geen eitje. Cade is van school gestuurd naar een strafkolonie, omdat op zijn kamer een stapel dure laptops was gevonden. Volgens de politie had hij die gestolen, maar volgens Cade was dat zijn kamergenoot. De kamergenoot die de politie wél geloofde. Matharu laat voortreffelijk zien hoe de pikorde in zo’n strafkolonie werkt, met bullebakken die de dienst uitmaken en de meer timide jongens die afgebekt worden. Onnodig te vermelden wie de timide jongen in dit geval is.

In de andere hoofdstukken bevindt Cade zich dus in de helse (nep?)wereld. Wel krijgt hij gezelschap, vreemd genoeg zijn dat de bullebakken uit zijn verleden. Ook hier zet Matharu moeiteloos neer hoe de machtsverhoudingen zijn, en hoe Cade probeert die in zijn voordeel om te buigen. Maar waarom is hij hier?

 Er is maar één ding duidelijk: hij moet vechten voor zijn leven. Zijn worsteling met het monster hierboven is nog maar een opwarmertje voor wat hem te wachten staat. Samen met de groep anderen moet hij zich door een grof toernooi heen knokken, op bevel van geheimzinnige opperheren. Wie en waarom?

 In dit Contender 1-boek wordt daarover slechts een tipje van de sluier opgelicht. Na een heel boek vol slopende gevechten, honger, dorst, kneuzingen, bloederige wonden en slaapgebrek krijgt de arme Cade opperorganisator Abaddon te zien. ‘Wat doe ik hier?’, is zijn enige vraag. Abaddon geeft een zeer deprimerende uitleg en eindigt met: “Het spel begint nog maar net.”

Er komt een vervolg. Als je als lezer daar het geduld voor op kunt brengen, en begrip voor deze opmaat naar een vervolgdeel 2, dan kun je daar watertandend op wachten. Zo niet, dan is al dit lijden wel een erg lange eh… lijdensweg. Een kleurrijk beschreven lijdensweg, dat wel.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles