Donderdag, 11 november, 2021

Geschreven door: Birch, Will
Recensie door: Mourits, Bertram

Cruel to be Kind & How does it feel

Nick Lowe & Bob Dylan

[Recensie] Zelf zijn levensverhaal opschrijven, daar had Nick Lowe geen zin in, maar meewerken aan een biografie deed hij wel. Wie dat jammer zou vinden, omdat Nick Lowe in zijn liedjes zo’n fraai relativerende toon heeft, hoeft niet te treuren. Will Birch heeft in Cruel to be Kind de juiste toon te pakken – en bovendien weten we nu zeker dat alle anekdotes wáár zijn, omdat Birch geen genoegen neemt met slechts een bron. Voor een deel is het ook een fijne traditionele biografie; zo maken we eerst kennis met Lowe’s ouders: vader vliegenier, moeder uit een showbizzfamilie voordat Birch het verhaal verteld over de man die naam maakte bij Brinsley Schwarz, zich ontpopte tot dé producer van de Engelse late new-wave (Graham Parker, Elvis Costello), die met de band Rockpile goud in handen had – maar die te cynisch, of in elk geval relativerend was om helemaal door te breken. De uitgebreide reconstructie van de compleet mislukte poging om Brinsley Schwarz te ‘hypen’ is een tragikomisch hoogtepunt in het boek, en waarschijnlijk de definitieve dooklap voor Lowe’s eventuele superster-ambities. Andere verhalen lopen beter af: hoe manager Jack Rivera Lowe bijna persoonlijk op het vliegveld naar Los Angeles schopt om daar John Hiatt’s Bring the Family op te nemen, over hoe de samenwerking met Johnny Cash verliep en natuurlijk de stroom van royalty’s nadat (What’s So Funny About) Peace, Love and Understanding op de soundtrack van The Bodyguard terecht kwam. Het boek kabbelt naar het slot waarin Lowe alleen nog maar doet waar hij zin in heeft: zo nu en dan een mooie plaat maken en met de gitaar in de hand over de wereld reizen.

Leven met Bob Dylan: de ondertitel van het nieuwe boek van Harm Peter Smilde leest als een soort selfhelpboek: hoe dóe je dat, leven met deze onmogelijk veelzijdige, koppige, eigenwijze, maar altijd invloedrijke singer-songwriter. In How does it feel gaat Smilde te rade bij een schare dichters, deskundigen, liedjesschrijvers en andere prominente fans. Hun verhalen zijn voor een deel ook zelfportretten, waarbij Dylan als toetssteen fungeert. Hoewel het woord ‘heilige’ valt, zijn ze daarbij lang niet altijd kritiekloos. De voorkeur ligt meestal bij de vroege Dylan (die overigens allang verleden tijd is, zo legt de held zelf uit) al is ook die niet volmaakt, merkt Raymond van ’t Groenewoud op: hij vindt hem te haastig, te slordig: als ze niet op het juiste woord kwamen bleven “mensen als Jacques Brel of Leonard Cohen geduldig wachten tot die vondst er was en de tekst echt af was”. En dat zijn wispelturigheid soms ook gemakzuchtige kantjes had, verzwijgt Smilde evenmin. Maar het enthousiasme overheerst in de veelzijdige analyses; van de muziek, zijn publieke optredens, zijn houding op het podium, en vooral van de teksten, want daarin wordt toch Dylans grootste verdienste gezien. Het levert een fragmentarisch beeld op: een portret als onweerstaanbare legpuzzel. 

Eerder verschenen in Heaven

Wordt Vervolgd