Zaterdag, 14 september, 2019

Geschreven door: Cast, P.C.
Artikel door: Voskamp, Nico

De Dysasters

Tienerliefde, een geheim experiment en o ja, de wereld redden

[Recensie] Hoe zorg je ervoor dat lezende Young Adults niet na dertig bladzijden buffelen in een papieren boek zich verveeld op hun mobieltje storten? Stop er ten eerste voldoende spannende elementen in. Schrijf vervolgens het verhaal bijzonder filmisch op, zodat het leest als een snelle, hippe Netflixserie met alle plotwendingen op de juiste plekken om de lezer/kijker aan de avonturen van de helden gekleefd te blijven. En helden, kies aansprekende helden.

Dat aspect is in De Dysasters top. We hebben een held en een heldin: Tate en Foster. Vanuit Fosters perspectief betreden we het verhaal, zij is het even razend slimme als eigenwijze meisje dat met haar adoptiemoeder Cora dwars door Amerika trekt op zoek naar… ja naar wat eigenlijk? ‘Who knows’.

We komen daar meer over te weten als ze – beetje toevallig – opbotst tegen Tate, de breedgeschouderde aanvoerder van het lokale football team. Hij is uiteraard een hork zonder manieren, een lompe spierbonk met een pindabrein. Best wel aantrekkelijk maar om met zo’n hulk ooit een date te hebben, ‘no way’.

‘Thank God’  hoeft dat ook niet, maar ze zijn wel tot elkaar veroordeeld omdat ze beide speciale krachten hebben. Dat ontdekken ze als er tijdens een footballwedstrijd van Tate een dodelijke tornado door het station wervelt, alles verwoestend, en Foster de gave blijkt te hebben om de elementen te beheersen. Tate ook, merken ze een paar seconden daarna als hij haar komt helpen. How come?

Schrijven Magazine

Dat ligt gevoelig, classified information zogezegd, maar om een tipje van de sluier op te tillen: Fosters vader heeft nog voor hun geboorte een geheim experiment uitgevoerd. Niets bijzonders – iets met genetische manipulatie en het vernietigen van de wereld. Het is duidelijk: de twee helden hebben een missie. Ze moeten Tates vader stoppen voor hij hun leven en de rest van de wereld vernietigt.

‘Too much information’, laten we ons op andere zaken richten. De schrijfstijl? Erg springerig. Een stukje tekst van Foster:

“’Ik snap nog steeds niet hoe je iets kunt weten over mijn Jedi mind trick.’ Ze sprong het trottoir op en trok een denkbeeldig lichtzwaard.
‘Jedi bestaan helemaal niet, en ik ben veel te slim om slachtoffer te worden van je neurolinguïstische onzin.’
‘De Jedi bestaan niet?’ Foster zette haar lichtzwaard uit en hing het aan haar riemlus. ‘Mijn hart gebroken, dat heb je. Mijn jeugdfantasieën verbrijzelen, dat doe je.’
Cora tuitte haar lippen. ‘Mmm, mmm, mmm. vreemd, dat ben je. Mallotig zul je altijd zijn.’
‘Was dat Yoda-stijl? Je training vordert goed, jonge Padawan. En over training gesproken: ga jij rijden naar waar we ook naartoe gaan?’
‘Nee.’ Cora maakte de auto open en Foster ging achter het stuur zitten. ‘En ik heb geen training nodig. Ik kan rijden. Jij bent er alleen beter in dan ik, à la Evel Knievel.’”

Snelle dialogen, hippe uitdrukkingen, veel verwijzingen naar Americana. Het zou een uitgeschreven aflevering van ‘The Dysasters, seizoen 1, aflevering 1’ kunnen zijn. De schrijvers hebben dat waarschijnlijk ook voor ogen: een jong en hip publiek ‘that loves action’. En een Nederlandstalig publiek dat botweg vertaalde verwijzingen naar de Amerikaanse cultuur zonder uitleg snapt. Dat publiek zal zeker dit eerste deel van een serie weten te waarderen.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles