Woensdag, 28 februari, 2007

Geschreven door: Beurskens, Huub
Artikel door: Stoffelsen, Daan

De echoïst

Universum-Beurskens is knap maar kunstmatig

We komen er bij Recensieweb niet vaak aan toe, of het moet om debutanten of tweedeboek-auteurs gaan, een heel oeuvre lezen. Dan is het ook nog niet echt interessant, dat begint pas bij een paar titels. En het wordt pas interessant als die titels in al hun diversiteit iets eigens hebben, een stijl, een sfeer, dat ze onderscheidt van titels uit andere oeuvres en de buiten-literaire wereld. Zodat men kan zeggen: zie, een echte Grunberg. Of: dit is het universum-Beurskens. De echoïst biedt die kans. Het is namelijk een dwarsdoorsnede van het proza van Huub Beurskens (1950). Uit zijn twintigtal romans, gedichtenbundels en vooral verhalenbundels nam hij de zijns inziens goede teksten en vulde ze aan met nieuw werk. Het toont een complex universum, dat door bewustzijn en (mislukte) herkenning gedreven wordt.

‘De hond van Alte’. Een pleinhond in het Spaanse Alte sluit vriendschap met een Engelsman, de man laat hem achter en moet daarvoor boeten door in een steeneik te veranderen. Pas bij het sterven van de hond komt de man weer tot leven. Dat is het verhaal dat de verteller bedenkt na een hond te hebben doodgereden en daarna een uiterst warmgeklede en verwarde Engelsman te hebben ontmoet. Dan krijgt hij een fax van zijn vriendin Elsbeth, die hem terug wil.

‘Bacalhau a Karl’. Een toerist, Karl, is in Alte, net als het jaar daarvoor, en het jaar daarvoor, ditmaal weer zonder vriendin Elsbeth, die een nieuwe vriend heeft. Hij droomt van verdwijnen, maar in plaats daarvan begint hij een relatie met de Mozambiquaanse schoonmaakster. Dat verhaal, zijn eerste literaire na veel science fiction te hebben geschreven, bereikt de redactie van het literaire tijdschrift waar Elsbeth voor werkt. Ze raakt bezorgd, hij blijkt onvindbaar, ze wordt gek.

Om maar een voorbeeld in tweeën te noemen. Beurskens speelt met perspectief, maar maakt de verwijzing net niet sluitend, waardoor de puzzel alleen maar ingewikkelder, wat zeg ik, onoplosbaar wordt. Niet voor niets verwijst hij in een recent geschreven, niet eerder gepubliceerd verhaal, waarin hij de moord op Theo van Gogh voorkomt, naar Mulholland Drive van verwarringsspecialist David Lynch. Maar ook in de details verbindt hij de verhalen: mozambiquesijsjes, een stinkende, engelachtig mooie man en de maraboeman uit de eerste verhalen komen terug. Die verbreding maakt hij mogelijk door te beperken. Hoofdpersonen zijn zich vaak maar ten dele bewust van de wereld om hen heen, bewegen er zich doorheen als door een droom. Ze leven dan wel niet een echoïstisch, zelfzuchtig, maar in ieder geval een licht solistisch, omgevingsonbewust, leven: pleinhond, nieuwsgierig jongetje, campingpianist. Ook hun omgeving is niet groot: katholieke dorpjes in Limburg, Polen, Italië, Spanje, slechts een enkele keer Parijs of Amsterdam. Er is beperking te over om de ruimte te laten aan het verhaal.

Sociologie Magazine

Maar in die ruimte, door de kunstjes met perspectief en herkenning, de wereldvreemde hoofdpersonen en ten slotte de verdichte stijl (een dicteezin als ‘In de schaars verlichte cul-de-sac stond een hoopje schroot in de vorm van een Cinquecento zonder wielen’ is niet geheel representatief, maar geeft wel een beeld van de terugkerende weerstand die in Beurskens stijl opgesloten zit), is het voor de lezer moeilijk verblijven. De egoïst is knap, ja!, maar ook erg kunstmatig. Interessant, ja, maar ook een kwestie van smaak, een acquired tastemisschien. Niet de mijne. Mocht u mijn oordeel op basis van bovenstaande delen, en na deze greep uit het rijke doch complexe universum-Beurskens het laten voor wat het is, laat dan dit laatste voorbeeld u in ieder geval bijblijven.

Onraad is de onbekende macht in vele vormen die vele familieleden al het leven heeft gekost, en onraad probeert onze hoofdpersoon te observeren, te analyseren en aan te pakken. Hij ziet de wezel binnendringen en bijt hem dood. Hij ziet de klem van de stroper. Hij ziet Charrel rennen en in de lucht springen met een knal. Die verdwijning kan hij niet verklaren, maar voor het overige is hij overtuigd: konijnenlevens kunnen worden gered door een andere strategie.
Als hij dat echter aan zijn vader voorlegt, is die afwijzend: dat strookt niet met de aard van het beestje, met het voortplanten zonder zorg om family planning. Konijnen moeten ten prooi blijven vallen aan wezels en jagers om ongebreidelde voortplanting mogelijk te houden. Boos roept de zoon uit: ‘Misschien bent u mijn vader wel helemaal niet!’ En vader: ‘Ik zou een gat in de lucht springen!’ Na nog een incident – het jonge konijn jaagt een vos weg – moet hij vertrekken uit de konijnengemeenschap. Eenzaam waakt hij over zijn familie en geliefden en begint zich te bekwamen in dat ene wat wél geluk lijkt te brengen: ‘Een gat in de lucht…knallen!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *