Vrijdag, 14 december, 2018

Geschreven door: Goethals, Maarten
Artikel door: Verplancke, Marnix

De Fragmenten

Liefde voor het koningshuis

De eerste zin

“Vannacht stierf de koningin.”

Recensie

Vier maanden al heeft de verteller uit Maarten Goethals’ debuutroman De fragmenten zijn geliefde Eline niet meer gezien. Zij wou een vaste relatie, stelde een ultimatum en vertrok. Hij kon haar niet trouw zijn, omdat trouw kiezen zou betekenen, en daar was hij niet klaar voor. Meer zelfs, daar was hij doodsbang van, hij, de man die niets voor vanzelfsprekend kan aannemen en alles filosofisch moet ondervragen. Veel verder dan de methodische twijfel raakt hij nooit.

Trouw

En dan sterft dus de koningin, een vrouw die iets weg heeft van Fabiola – wie herinnert zich haar Willem Tell-gebaar niet met de groene appel op de nationale feestdag? – maar het ook weer niet is. Zij is immers zelf de koningin, geen aangetrouwde familie, de vijfde op rij trouwens. En waar haar ‘voormoeders’ er nog in geslaagd waren om een nakomelinge voort te brengen, heeft zij gefaald. De monarchie lijkt met haar dood te zullen stoppen. Er zijn geen erfgenamen, en het land denkt liefst niet al te hard na over wat iedereen kent als ‘de kwestie’.

Maarten Goethals, die vier jaar geleden debuteerde met de dichtbundel Hees, beschrijft zeven dagen uit het leven van zijn hoofdpersoon, van het moment dat hij de dood van de koningin verneemt tot de dag Eline hem weer opbelt. Het zijn zeven dagen vol existentiële angsten en vooral heel veel geruk want, zoals de jongeman in een vlaag van onthullende zelfbespiegeling zegt: “Ik voel me bij tijd en wijle een rubberboom. Mijn piemel? Een kerf in mijn bast met daaronder een potje om het spul op te vangen – ik voel me worden leeggezogen.” Porno, geweldvideo’s en het koningshuis zijn de laatste grote verhalen die ons nog resten, vindt hij, en een van de drie staat dus op instorten.

De fragmenten, een titel die wellicht niet alleen naar de zeven dagboekpassages verwijst waaruit het boek bestaat, maar ook naar de geestelijke toestand van de verteller, weet echter niet helemaal te overtuigen. Goethals’ verteller is zo afgestompt en in zichzelf gekeerd dat hij nog amper aan leven toekomt, wat een verpletterend gewicht legt op de lezer. Als portret van een hedendaagse existentiële solipsist is De fragmenten dus zeker geslaagd, maar of het ook een boek is dat tot het einde blijft boeien is een andere kwestie.

Drie vragen aan Maarten Goethals

Wat heeft een jonge dertiger als jij met het koningshuis?

Goethals: “Dat weet ik in feite ook niet. Ik heb voor mezelf nog niet uitgemaakt of ik een monarchist of een republikein ben, maar een monarchie heeft iets wat het dagelijks leven overstijgt, iets ontastbaars, catharsis misschien wel, iets bijzonder literairs ook. Een koningshuis staat immers haaks op onze samenleving. We hebben allemaal de mond vol van efficiëntie en doelmatigheid, maar als er twee zaken zijn die de monarchie volstrekt ontbeert zijn die het natuurlijk. Ze is duur en verankerd in het verleden. En toch blijft ze fascineren. De dood en begrafenis van Boudewijn in juli 1993 zijn nog steeds een vorm van collectieve identiteit voor heel veel mensen. Ook voor mij was het een cesuur, al had ik de man zelfs nog nooit van mijn leven gezien.”

Mogen we in je roman enige wrevel horen over je verleden als journalist bij De Standaard?

Goethals: “Een roman schrijven is iets heel anders dan een krantenartikel. Ook bij de krant had ik nogal de neiging om literair te schrijven. Het moest vooral goed klinken. Maar vaak zette eindreactie zonder de minste scrupule het mes in wat ik dacht dat mooie zinnen waren. Dat deed pijn. Noem het een fetisj, maar ik vind stijl belangrijk, terwijl die voor een krant minder een prioriteit is. De feiten moeten vooreerst goed zitten. In mijn roman kon ik dat stijlgevoel helemaal uitleven.”

In hoeverre mag de lezer jou herkennen in je hoofdpersonage?

Goethals: “Dat heb ik me ook al afgevraagd, zeker omdat er een paar gênante scènes in zitten voor mijn familie. Wanneer je aan een roman begint, vertrek je vanuit persoonlijke gedachten en gevoelens. Naarmate je eraan verder werkt, verandert dat. Het literaire standpunt begint te primeren. Het boek gaat zijn eigen leven leiden en je voegt zaken toe omdat het literair zou kloppen, los van wat je er zelf van vindt. Het is dus pas tijdens het schrijven dat je je gedachten ontwikkelt. De fragmenten is dus net zo goed voor mij een ontdekking als voor mijn lezers. Trouwens, wat het zelf precies is, zou je het centrale thema van de roman kunnen noemen. Aan dit zelf gaan structuren vooraf en wat betekent het als die wegvallen? De monarchie is zo’n structuur.”

Voor het eerst verschenen in Knack Focus