Vrijdag, 4 september, 2020

Geschreven door: Gide, André
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

De immoralist

Immoreel of narcistisch?

[Recensie] De Franse schrijver en nobelprijswinnaar André Gide lijkt in Nederland een vergeten schrijver. Momenteel zijn er nauwelijks nog romans van hem verkrijgbaar, hier en daar tweedehands. Alleen De onzorgvuldig geketende Prometheus uit 1898 is nog verkrijgbaar, waarin het voor Gide terugkerende thema van het losmaken van de moraal en het ouderlijke gezag centraal staat. Enkele jaren later schreef Gide De immoralist. Ik kwam de roman tegen in de boekenkast van mijn schoonouders en wilde altijd al meer van Gide lezen.

De Immoralist is een typisch Gide roman. In die tijd moet het een schokkend boek geweest zijn. Gide beschrijft de werdegang van Martin die zich steeds meer loszingt van de heersende moraal en gangbare normen. Martin, zoon van een welgestelde Fransman, is een rusteloos mens. Hij reist met zijn vier jaar jongere vrouw Marceline in Algerije rond, van plaats naar plaats, zonder doel, zonder richting. Het is hun huwelijksreis. Een groot deel van het eerste deel is Martin ziek. Zijn vrouw die zielsveel van hem houdt zorgt voor hem en zorgt dat hij er bovenop komt. In het begin van het boek zegt Martin over zijn vrouw:

“Ik kende mijn vrouw maar heel weinig, en ik dacht, zonder dat ik daar veel hinder van had, dat zij mij niet zoveel beter kende. Ik was met haar getrouwd zonder van haar te houden, grotendeels om mijn vader een genoegen te doen, wie het op zijn sterfbed verontrustte dat hij mij alleen achterliet.”

Langzaam ontdooit Martin en ontwikkelt hij gevoelens voor Marceline. Maar niet alleen voor Marceline. Martin trekt er graag alleen op uit, en vermaakt zich met Algerijnse jongens van rond de tien jaar, nog geen jongemannen. Het hele boek zit vol met homo-erotische en pedoseksuele gedachten en gevoelens. Martin speelt kinderspelletjes met de jongens. Het blijft allemaal onschuldig. Het is 1901, expliciete seksuele handelingen beschrijven kon toen nog niet, los van het feit dat Gide dat waarschijnlijk ook niet gewild zou hebben, die te beschrijven. In het boek zijn het overigens niet de gevoelens voor de jongens die immoreel zijn. Gide heeft vaak geprobeerd die te legitimeren. Het gaat om de algehele grondhouding van Martin, zijn toenemende afkeer van de gangbare normen en waarden.

Technisch Weekblad

In het tweede deel draaien de rollen zich om. Het paar verblijft een tijd op het landgoed van Martin, daarna reizen ze naar Italië waar Marceline ziek wordt. Martin is overbezorgd, maar op cruciale momenten laat hij het afweten. Het paar besluit verder te reizen, weer naar Noord-Afrika. Daar slaat het noodlot toe.

Is Martin immoreel, ik zou het niet durven zeggen. Hij bekommert zich wel degelijk om Marceline, te weinig misschien, maar toch. Martin zouden we tegenwoordig eerder een jongeman met een narcistische persoonlijkheid noemen. Op een gegeven moment zegt hij:

“Ik bekeek mezelf lange tijd, zonder enige schaamte nu, en met vreugde. Ik vond dat ik nog wel niet fors was, maar dat ik het zou kunnen worden, harmonisch, zinnelijk, bijna mooi.”

Martin is vooral met zichzelf bezig, alles om hem heen interesseert hem minder. In die zin zou je de De Immoralist een actueel boek kunnen noemen. Nu traditionele normen en waarden er steeds minder toedoen en mensen het zelf maar moeten uitzoeken, waar ze in geloven en hoe ze hun leven leiden, lijkt het alsof we steeds meer door Martins worden omgeven, bezig met zichzelf, en te weinig met de mensen om hen heen.

Het boek zit vol met filosofische gedachten en uitweidingen waarmee Gide zijn breuk met het al te burgerlijk leven verdedigt. Grappig is bijvoorbeeld hoe Nietzsche, die altijd een grote inspiratiebron voor Gide was, soms letterlijk in het boek aanwezig is. Halverwege De immoralist laat Gide een studievriend van Martin zeggen:

“Weet je wat de poëzie en vooral de filosofie van vandaag tot een dode letter maakt? Dat ze los van het leven staan. Griekenland, dát verheerlijkte rechtstreeks het leven; zodat het leven van de kunstenaar zelf al een poëtische verwerkelijking was; en het leven van de filosoof een omzetting in daden van zijn filosofie; met het gevolg ook, dat beide, vermengd met het leven, de filosofie voedsel gevend aan de dichtkunst, en de dichtkunst op haar beurt uitdrukking gevend aan de filosofie, in plaats van elkaar te negeren, van zo’n prachtige overtuiging waren.”

Honderd procent Nietzsche. Mooi.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles