Zaterdag, 6 juli, 2019

Geschreven door: Bengtsdotter, Lina
Artikel door: Voskamp, Nico

De kinderen die het bos in gingen

Een thriller waarin alles klopt

[Recensie] Na het eerste boek van Bengtsdotter (De vrouw die terug moest) is ook dit een goed gelukt stukje werk. Met complimenten voor de vertaler voor een soepel leesbare tekst die recht doet aan een psychologisch hecht doortimmerd verhaal.

Rechercheur Charline ‘Charlie’ Lager moet terug naar haar geboortedorp Gullspang. Dat deed ze in het vorige boek al schoorvoetend, en nu weer. Ze heeft de laatste tijd ongebruikelijke terugkerende dromen over nachtelijke wandelingen met haar moeder. Steeds weer keert een beeld vaneen landhuis terug, een landhuis dat een grote rol blijkt te spelen in de cold case waar Charlie nu op is gezet.

Welke koude zaak? De zaak van de kinderen die het bos in gingen. Dertig jaar geleden verdween een jong meisje, Francesca, uit Gullspang. Waarschijnlijk wist ze te veel over de dood van een klasgenootje. Jammer voor haar was Francesca zelf ook nogal een buitenbeetje in het kleine dorp, niemand geloofde haar aanvankelijk. Totdat ze plotseling zelf verdween.

Speurneus Charlie wordt door Bengtsdotter neergezet als een eigengereide dame, voorzichtig uitgedrukt. Ze houdt zich niet aan de normale sociale conventies, zegt veel te recht voor zijn raap wat ze bedoelt (en schopt daarbij tegen gevoelige schenen), en gaat zonder enige vorm van omwegen op haar doel af. Dat haast autistische gedrag herkennen we bij meer superspeurders, en wie af en toe een Scandinavische Netflix-serie ziet, krijgt een ‘déjà vu’ bij dit soort speurders met een brein zo kil als een computer. Charlie kan bijvoorbeeld extreem logisch redeneren, maar trapt op sociaal gebied in valkuilen die voor een ‘normaal’ mens duidelijk zichtbaar zijn. Dat is de charme meteen: het geeft deze scherpzinnige Sherlock een inleefbaar zwak kantje.

Schrijven Magazine

Ook de in het verhaal verwerkte psychologie steekt positief af bij de dertien in een dozijn thrillers. Zoals in het hoofdstuk over de tweeling Tim en Tom, zoons van één van de hoofdpersonen Susanne. Susanne is veel te laat om de tweeling bij school op te halen, ze komt samen met Charlie aanrijden.

“Tim en Tom stonden met hun rugzakjes op de trap van de school toen Susanne slippend de de parkeerplaats op reed en de auto uit stormde. ‘Verdorie,’ zei Susanne toen iedereen in de auto zat. ‘Dit gaan ze vast bij het maatschappelijk werk melden.’
‘Daar hebben ze het veel te druk voor,’ zei Charlie, ‘en voor zover ik weet zijn ze daar niet erg efficiënt.’
‘Het geeft niet, mama,’ zei Tim. ‘Het was helemaal niet erg om te wachten, we kregen snoepjes van iemand. Au, niet slaan, Tom.’
‘Van wie?’ vroeg Susanne terwijl ze hem via de achteruitkijkspiegel aankeek. ‘Van wie hebben jullie snoepjes gekregen?’

‘Van een oude vrouw,’ zei Tim.

‘Ik heb toch gezegd dat jullie nooit met vreemde mensen mogen praten,’ zei Susanne. ‘Ook niet met oude vrouwen of oude mannen.’
‘Sorry mama,’ zei Tom. ‘ We deden het niet expres.’
‘Zijn we nu vergiftigd?’ riep Tim.
En toen Susanne zei dat ze dat nog niet konden weten, dat de tijd dat moest uitwijzen, begonnen ze allebei hysterisch te gillen.
Toen ze thuiskwamen huilden beide jongetjes nog steeds. Susanne stuurde ze naar hun kamer.
‘Misschien moet je ze een beetje geruststellen,’ zei Charlie. ‘Ik bedoel, wat de vergiftiging betreft.’”

Om kort te gaan: een vakbekwaam in elkaar getimmerd verhaal met gegarandeerd leesplezier. En die mysterieuze Francesca, hoe loopt het daar nou mee af? Tsja…

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles