Dinsdag, 12 december, 2017

Geschreven door: Heynssens, Sarah
Artikel door: Verplancke, Marnix

De kinderen van Save

Kinderen van gemengde afkomst uit de voormalige Belgische kolonies

[Interview] In de koloniale geschiedenis van Congo, Rwanda en Burundi worden de driehonderd kinderen van gemengde afkomst die net voor de onafhankelijkheid op transport werden gezet naar België nogal eens vergeten. Historica Sarah Heynssens vertelt hun tragische, soms traumatische verhaal in De kinderen van Save.

“Soms werden ze gewoon van straat geplukt. Andere keren trok de gewestagent naar de moeder met de mededeling dat haar kind van een blanke man was en dus niet in haar familie kon blijven wonen. De moeders werden onder druk gezet om hun kind af te staan. Er zijn mensen die zich nog levendig herinneren hoe ze uit de armen van hun moeder gerukt werden. Dat was vaak traumatisch. Maar er zijn ook andere verhalen natuurlijk, over moeders die beseften dat ze de middelen niet hadden om hun kind een opleiding te geven en die het daarom vrijwillig naar Save brachten.”

Sarah Heynssens, historica actief bij het Algemeen Rijksarchief en auteur van De kinderen van Save, beschrijft het lot van de kinderen van gemengde afkomst in onze voormalige kolonie. Omdat de koloniale autoriteiten ervan uitgingen dat deze metissen, verwaarloosd zouden worden in de Afrikaanse gemeenschap werden ze bij hun moeder weggehaald. Ze kregen een Europese opleiding die beter bij hen paste in speciaal voor hen opgerichte instellingen. In Congo waren er een stuk of vijftien, in het mandaatgebied Ruanda-Uriundi één: de missie van Save, een 220 hectare grote gemeenschap van de Witte Zusters.

Toen het einde jaren 1950 duidelijk werd dat de onafhankelijkheid nakende was, maakten die Witte Zusters zich zorgen. Wat zou er met hun kinderen gebeuren? Na contacten met de Belgische overheid en een aantal liefdadigheidsinstellingen werd beslist hen naar België te evacueren en in pleeggezinnen te plaatsen, wat niet altijd succes garandeerde natuurlijk.

Archeologie Magazine

Hoe werd een relatie tussen een blanke en een zwarte beoordeeld in onze kolonie?

“De Europese gemeenschap keek erop neer, zeker op blanke vrouwen die zwanger werden van een zwarte man. Dat was een enorm taboe. In mijn boek staat een foto van een blanke kolonisator die heel trots naast zijn zwarte vrouw staat die hun kind op de arm heeft. Dat is iets wat je vooral in de vroege kolonisatie zag, eind negentiende eeuw. Men bekeek zo’n relatie toen als een manier om de lokale cultuur, waarden en normen te leren kennen en om voet aan de grond te krijgen in die streken. Vanaf het begin van de twintigste eeuw kwam het beschavingsideaal centraal te staan. De blanke was superieur en de zwarte zorgde voor besmetting en degeneratie van het ras. Men zag de Afrikaanse bevolking ook als kinderlijk, wat het natuurlijk nog absurder maakte dat een blanke man een relatie zou aangaan met een Afrikaanse vrouw.”

En hoe zagen de Afrikanen zo’n relatie?

“Een deel van de Rwandese elite zette er echt op in. Het idee was dat ze zo hun machtspositie in het land of hun grondrechten konden vrijwaren. Zij zagen het eerder als een politiek verbond, zeker niet iets om op neer te kijken, maar echt normaal vonden ze het toch ook niet. Zo las ik een getuigenis van een zwarte moeder die zei dat haar kind niet binnen de gemeenschap kon blijven omdat het te blank was. En het bleef natuurlijk altijd een ongelijke verhouding tussen kolonisator en gekoloniseerde. Soms was er liefde mee gemoeid, maar vaker nog waren die zwarte vrouwen ménagères die gedwongen werden om een relatie aan te gaan met de blanke man en wandelen gestuurd werden eens ze zwanger bleken. Van enig machtsevenwicht was geen sprake.”

Opvallend is dat maar 46% van de gekende vaders van de metissen Belg was. Hoe kwam dat?

“Er waren en zijn nog steeds heel veel Zuid-Europeanen actief in Congo, Rwanda en Burundi. Zij zitten vaak in de handel. Vandaar dat 21% van de vaders bijvoorbeeld Grieks was. De Belgen waren iets minder geneigd om een relatie aan te gaan met een zwarte vrouw omdat zij als kolonisator een voorbeeldfunctie hadden. Zij waren ook verplicht om regelmatig naar België terug te keren, wat voor handelaars die daar een volwaardig bestaan uitbouwden natuurlijk niet opging. Na de Tweede Wereldoorlog ging het gezin van de Belg trouwens ook vaker mee naar Afrika. Zo hoopte men het aantal metissen naar beneden te krijgen.”

Waarom kregen de metissen apart onderwijs? Ze hadden toch net zo goed naar een zwarte of blanke school kunnen gaan?

“Zij hadden omwille van hun Europese afkomst recht op een speciale opvoeding, wat in feite teruggaat op de rassentheorieën die aan de basis lagen van het hele koloniale systeem. Daarom kregen zij onderwijs dat ergens tussen dat voor blanke en zwarte kinderen in zat. Beter dan het onderwijs dat voor zwarten was voorzien en ook geen ASO, zoals we dat vandaag zouden noemen, wat alleen blanken kregen. Zij waren voorbestemd om na hun ‘tusseninonderwijs’ ‘tusseninjobs’ te gaan uitoefenen, zoals opvoeder of verpleegster. Zij waren anders en kregen zelfs aangepast voeding: iets Europeser omdat ze het Afrikaanse voedsel niet zouden aankunnen, dacht men. Men geloofde dat zij fysiek minder sterk waren en niet zo goed bestand tegen het warme klimaat. Dat gold trouwens niet alleen voor Save, maar ook voor gelijkaardige instellingen in Congo. Heel veel weten we niet over de metissenscholen daar, hoofdzakelijk omdat die niet geëvacueerd zijn. Niet alle Congolese instellingen zijn trouwens de hele koloniale periode blijven bestaan. Soms zag men dat het aparte onderwijs niet lukte en liet men de kinderen samen met de Afrikaanse kinderen les volgen.”

Waarom lukte dat niet?

“Dat weten we niet altijd. Veel archieven bestaan daar niet over. Ik heb wel gelezen over een instelling die dichtbij een grote Congolese stad lag en de plek bij uitstek werd waar blanke mannen een minnares gingen zoeken. De directie zag zich toen genoodzaakt de school te sluiten. Dat metis meisjes op het slechte pad zouden geraken was trouwens ook een van de zorgen in Save. Enerzijds vormden zij een bedreiging voor het koloniaal systeem omdat ze tussen blank en zwart in zaten en dus die vaste categorieën in vraag stelden. Anderzijds dacht men dat zij ook zelf in gevaar waren. De meisjes zouden in de prostitutie belanden en de jongens dreigden landlopers te worden. Wat dat laatste betreft was er ook wel iets van aan omdat metissen moeilijk werk vonden. Zij moesten, als ze door hun blanke vader erkend waren, evenveel betaald krijgen als blanken, was de regel, en dus stukken meer dan een zwarte. Wanneer een werkgever de keuze had tussen een metis en een blanke koos hij dus niet voor de metis, want je kreeg voor hetzelfde geld een blanke. Wanneer hij de keuze had tussen een metis en een zwarte, koos hij die laatste, want die was veel goedkoper. De metis werd dus het slachtoffer van het systeem. Dat krijg je wanneer je mensen begint op te delen in categorieën.”

Eind jaren 1950 werd beslist de kinderen van Save en die van Byimana en Nyangezi in de Congolese Kivu-regio naar België te evacueren. Waarom alleen zij en niet de metissen uit de rest van Congo?

“Het initiatief voor de evacuatie kwam van de directie van Save, meer bepaald van zuster Lutgardis. Op het moment dat de onafhankelijkheid nakende was, kreeg zij schrik. Wat was het lot van haar school en haar leerlingen? Zuster Lutgardis vreesde dat zij geen plaats zouden hebben in de toekomstige Rwandese maatschappij. Zij geloofde dat de Rwandese bevolking niets dan misprijzen voelde voor de leerlingen van Save, terwijl deze de Rwandezen op hun beurt minachtten. Lutgardis ging met de Rwandese koning praten, vroeg hem of hij na de onafhankelijkheid het apart onderwijs voor metissen in Save zou verderzetten en hij zei vlakaf nee. Voor haar was dat genoeg om te besluiten dat de kinderen naar Europa overgevlogen moesten worden. Zij ging met koloniale organisaties praten en werd overal koel onthaald tot er etnische spanningen uitbraken tussen de Tutsi’s en de Hutu’s. Toen werd haar verhaal opeens wel serieus genomen. In Congo speelde dat natuurlijk niet. Bovendien had men daar ook een andere familiestructuur. In Rwanda viel het kind traditioneel onder de verantwoordelijkheid van de vader. Voor de kinderen van Save was dat dus de blanke. In Congo vielen kinderen onder de verantwoordelijkheid van de familie van de moeder. Hen naar Europa evacueren lag dus anders.”

Werden die kinderen gered of ontvoerd, zoals later wel eens werd beweerd?

“Het is moeilijk om daarop te antwoorden. In hoeverre moesten die kinderen gered worden en waarvan? Toch niet van hun familie, want de scheiding tussen moeder en kind was al jaren eerder gebeurd. Op het moment van de evacuatie wist men vaak niet eens meer waar de moeders zich bevonden. Toch stonden de koloniale autoriteiten erop dat de moeders ermee instemden dat hun kinderen naar België werden geëvacueerd ‘om er verder te studeren’, zoals men dat toen zei. Wanneer de moeders niet gevonden werden, stelde men voogdijpapieren op waarbij de voogdij over het kind werd overgedragen aan de Belgische staat. Concreet betekende dit dat zuster Lutgardis dan voor de evacuatie instond. Oorspronkelijk wou men de kinderen in België laten adopteren. Om dit mogelijk te maken moest de moeder officieel afstand doen van haar kind. Dit werd aan de moeders gevraagd, maar ze weigerden dit zowat allemaal. Dat zegt veel over de verwachting die zij hadden: zij lieten toe dat hun kind in België zou studeren maar hoopten dat het daarna zou terugkeren naar huis.”

Waar kwamen ze in België terecht?

“Veelal in pleeggezinnen. Er zijn maar een paar adopties gebeurd. Er waren heel weinig regels en alles verliep informeel. Een aantal liefdadigheidsorganisaties nam het voortouw en organiseerde de nazorg. Perfect verliep dit zeker niet. Er was heel weinig doorlichting van gezinnen en heel weinig nazorg. Sommige pleegouders zagen goedkope werkkrachten in de kinderen. Eén koppel liet hun pleegzoon zelfs in de kelder eten en slapen. ‘We hadden het veel beter in Save,’ zeiden sommigen me, ‘ook al was het er zo streng. Daar waren we tenminste samen.’ Broers en zussen werden hier uit elkaar gerukt en in verschillende gezinnen geplaatst. In blanke gezinnen natuurlijk, waar ze opnieuw een buitenbeentje waren. Voor de identiteitsproblemen die dit met zich meebracht was er geen enkel begrip.”

Er werd geopteerd voor een complete breuk met het moederland. Waarom mochten de kinderen geen contact hebben met hun moeder?

“Dat was courant in de jaren 1950 en 1960. Men wou met een nieuw blad beginnen omdat men dacht dat de band tussen pleeggezin en kind dan sterker zou worden. Intussen is men daar van teruggekomen omdat gebleken is dat dit nefast is voor de ontwikkeling van het kind. Soms gingen moeders op zoek naar hun kinderen in België, ook toen die al volwassen waren, en ook dat werd gedwarsboomd door een aantal plaatsingsorganisaties. In principe lieten ze de keuze aan de pleeggezinnen. Sommige kinderen kregen de toestemming om brieven te sturen, maar dat was een minderheid. Heel veel kinderen hebben nooit nog iets gehoord van hun familie. Men hield dat tegen omdat men vaak dacht dat de moeder alleen maar uit was op financieel gewin.”

Wat soms ook wel zo was. Een aantal kinderen ging als volwassene terug en kreeg de eerste dag al de vraag hoeveel ze voortaan maandelijks zouden overmaken.

“Je moet dat zien binnen de Rwandese familiecultuur. Als een van de leden van een familie het beter heeft, is het normaal dat hij de anderen helpt. Zij zien mensen als deel van een familie en niet louter als individuen, zoals wij dat doen.”

Wat is er van de kinderen van Save geworden?

“Dat is heel divers. Sommigen hebben gestudeerd, zijn geïntegreerd, hebben een gezin en zijn dankbaar dat ze hier konden opgroeien. Anderen hebben nooit hun weg gevonden. Zo sprak ik met een vrouw die nooit de Belgische nationaliteit heeft kunnen krijgen en daardoor het land nooit durfde te verlaten. Ze was bang dat ze niet meer terug binnen zou mogen, en naar Burundi gestuurd zou worden, het land waar ze sinds haar tweede niet meer was geweest. Ik ken ook iemand die volgens zijn officiële papieren geboren is op 0 januari waardoor hij niet naar Amerika kan aangezien dat land niemand toelaat die op een fictieve dag is geboren.”

Waren die kinderen dan geen Belgen?

“Nee, alleen de kinderen die erkend werden door hun vader waren Belgen. De anderen waren onderdanen van het mandaatgebied Ruanda-Urundi, maar toen dat in 1962 werd afgeschaft verviel ook die ‘nationaliteit’. Toen konden ze opteren om Rwandees of Burundees te worden, maar daar hadden ze vaak niet de nodige papieren of bewijsstukken voor. Nogal wat vrouwen zijn later wel Belg geworden door te trouwen met een Belgische man, maar een aantal is inderdaad tot op de dag van vandaag statenloos.”

Is de Belgische overheid hier niet nalatig? Enerzijds haalden ze die kinderen wel naar hier, maar anderzijds lieten ze ze aan hun lot over. Het ging toch maar over een paar honderd kinderen?

“Dat is zo. De Belgische staat heeft zich altijd afzijdig gehouden. De evacuatie werd toegestaan en er werd bepaald welke documenten de kinderen dienden te hebben, maar zelf heeft de staat nooit enige verantwoordelijkheid opgenomen. Na een verblijf van vijf jaar in België konden de kinderen gedurende een korte periode wel opteren om de Belgische nationaliteit aan te nemen. Maar enkel als ze jonger waren dan 21. Een aantal van de jongvolwassen viel daardoor uit de boot en bovendien waren niet alle pleeggezinnen op de hoogte van deze regelgeving. De evacuatie bleef een privé-initiatief, ook al zaten die kinderen in het internaat van Save omdat de Belgische autoriteiten dat eisten. Zij droegen dus wel degelijk de verantwoordelijkheid.”

Hoe voelen de metissen zich vandaag, Belg, vreemdeling of een beetje van alles?

“Dat is opnieuw heel divers. Er zijn mensen die zich als Afrikaan identificeren, anderen als Belg en er zijn er die zich aanpassen aan de situatie. Velen hebben ervoor gekozen om in België te blijven, terwijl een kleine minderheid teruggekeerd is. De ene identiteit sluit de andere ook niet uit natuurlijk. Ik sprak iemand die zei dat hij zich een humanistische wereldburger voelde en weinig met de categorieën Belg of Afrikaan aankon.”

Zou België zijn politieke verontschuldigingen moeten aanbieden?

“Zoiets moet van de gemeenschap van de metissen zelf komen. Zij moeten dat eerst vragen en voor zover ik weet lopen er momenteel inderdaad onderhandelingen met de senaat. Als je op internationaal niveau kijkt zie je dat de Australische overheid verontschuldigingen aangeboden heeft aan de aboriginals voor wat met hen is gebeurd, net zoals de Canadese overheid zich verontschuldigd heeft voor het wegnemen van de kinderen van de indianen om hen in westerse internaten op te voeden. In se is dit heel vergelijkbaar met wat in onze voormalige kolonies is gebeurd: kinderen werden weggehaald omdat ze niet opgroeiden in een traditioneel gezin met een vader en een moeder.”

Eerder verschenen in De Morgen

Lees hier ook de bespreking van Congo blues, de roman van Jonathan Robijn van over een kind van Save in Brussel