Maandag, 16 maart, 2015

Geschreven door: Verhelst, Peter
Artikel door: Wolthuis, Ruby

De kunst van het crashen

Schrijven naar levend model

Wat gaat er om in je hoofd wanneer je een auto-ongeluk meemaakt? Misschien denk je aan je geliefde, misschien denk je dat je gaat sterven of misschien verwonder je je simpelweg over hoe knap een airbag gefabriceerd is. In zijn nieuwste roman De kunst van het crashen beschrijft Peter Verhelst op wonderlijke wijze wat er met hem gebeurde toen hij maar liefst drie keer over de kop ging op de snelweg.

De kunst van het crashen begint en eindigt met beschrijvingen van de levensveranderende ervaring van Verhelsts autocrash en van zijn herstelperiode nadien. Daar tussenin geeft hij in – op het eerste gezicht niet in verband staande – hoofdstukken en interludia een ‘ode aan de plekken en de tijden’ die hij tijdens zijn ongeval waarnam. En zoals we gewend zijn van Verhelst betekent dit geen pasklaar verhaal, maar een uitzonderlijke aaneenschakeling van beelden.

De kunst

Verhelst biedt ons zijn subjectieve beleving van de wereld om hem heen aan. Centraal in de hoofdstukken staat het overleven, bijvoorbeeld het overleven van de crash of het overleven in de natuur. Een andere belangrijke rol is weggelegd voor de kunst, met name voor fotograaf Eadweard Muybridge en schilder Francis Bacon. Verhelst geeft zijn eigen interpretaties en associaties met werken van kunstenaars als deze weer. Dit resulteert in nieuwe beelden, gerelateerd aan het kunstwerk, opnieuw tot leven gebracht op papier; zo geeft Verhelst de parallel tussen zijn schrijven en het afbeelden weer:

‘Toen ik schilderlessen nam (…) besefte ik snel dat ik met verf en penseel nooit zou kunnen denken wat ik wilde. Mijn hand was er gewoon te dom voor. Vanaf nu zou ik niet langer tekenen of schilderen, maar schrijven naar levend model.’

Technisch Weekblad

De roman bestaat uit fragmentarische verhaallijnen, die elkaar af en toe raken. Zo komen we Raoul uit het eerste hoofdstuk ook later in de roman weer tegen of blijkt de overlever van het vliegtuigongeluk ook de moordenaar te zijn van een personage eerder uit de roman. De lezer maakt tevens kennis met het eiland Sandy: ‘een traumaruimte waar in comatijd wordt gerekend en dat zich bevindt op alle lengte- en breedtegraden ter wereld waar levende wezens enkele seconden of enkele uren verloren.’ Dit eiland, gebaseerd op het niet-bestaande Sandy Island, vormt de vluchthaven voor de Sandynista’s, zij die niet (meer) bestaan.

Maar liever dan een verhaal vertellen, lijkt Verhelst de lezer iets te willen laten ervaren. Zijn omschrijvingen resulteren in een zintuiglijke beleving: als lezer kun je de omgeving haast proeven, ruiken of voelen. De natuurbeschrijvingen vormen een duizelingwekkende wirwar van wezens, planten en lichaamssappen:

‘Op ooghoogte hangen viltige luchtwortels van orchideeën uit een boomoksel: het vlezige fluweel  van orchideeën, vlindervleugels en vrouwengeslachten en oorlellen en slijmvlies tegelijk, met veelkleurige huigjes, handgrote bloemen, zijdezachte kelken, wasachtig, gemarmerd, gevlekt, gespikkeld, bloembladen die zich hebben volgezogen met het geelste groen, vlammend oranje, religieus purper.’

Gelukkig licht Verhelst sommige organismen zoals berenoor of de stinkhoutboom toe middels een voetnoot die verwijst naar een woordenlijst aan het einde van de roman. Soms bevat het verhaal echter wel erg veel gesluip door de natuur, langs onbekende wezens of lugubere planten en bevat het toch iets te weinig ontwikkeling, waardoor de spanning helaas even inzakt.

De crash

De stijl van de hoofdstukken over de crash wijkt duidelijk af van de rest van de roman. Verhelst laat hier zijn eigen stem klinken en laat daarbij veel gevoel zien. ‘Vanaf nu ontwikkelt zich in me een lichaamsdeeltje voor verlies’ schrijft Verhelst. Inderdaad spreekt er uit de laatste pagina’s een duidelijk bewustzijn over dat wat ontbreekt of vergeten is en de mogelijkheid tot verlies. Het laatste deel van de roman stroomt over van liefde: ‘…dat iemand ons op een dag uit het gat van de tijd tilt om ons naar onze geliefden te dragen. Meer waarheid is er niet, onze geliefden.’ We komen zelfs af en toe een klein brokje – ietwat pijnlijke – humor tegen. Deze persoonlijke en liefdevolle aspecten geven de roman een ontroerend tintje.

De kunst van het crashen is geen roman die gewaardeerd zal worden wanneer er een duidelijk en ongecompliceerd verhaal wordt verwacht. Het eerste en laatste deel over de crash voldoen daar nog in zekere mate aan, maar verder is de roman een bolwerk van fragmentarische verhalen die een ingewikkelde samenhang vertonen.

Zoals we gewend zijn van Verhelst is zijn werk een soort postmoderne speeltuin waar alles en iedereen welkom is: van autobiografische elementen tot een encyclopedie-achtige woordenlijst, van ingelaste fictieve vertellingen tot biografische informatie over kunstenaars. Maar voor de lezer die niet bang is buiten de conventionele kaders van de roman te denken, biedt Verhelst mogelijkheid om te genieten van innemende beelden en een bijna zintuiglijke ervaring tijdens het lezen. Met De kunst van het crashen behoudt Verhelst zijn unieke stem binnen de Nederlandse literatuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *