Vrijdag, 22 maart, 2019

Geschreven door: Chang, Eileen
Artikel door: Nooij, Marjon

De liefde van een half leven

Geen weg terug, dus… berusting

[Recensie] De liefde van een half leven is het eerste boek van Eileen Chang – haar Chinese naam luidt Zhang Ailing – dat in het Nederlands is vertaald. Schwob heeft deze titel in de winteractie van 2018 opgenomen. Een mooie drijfveer om het te gaan lezen, mede omdat er een leesclub werd georganiseerd over deze klassieke, psychologische roman. Een vergeten roman waar we nu, zeventig jaar na dato, alsnog van kunnen genieten.

Als dertigjarige schreef Chang – in 1950 – de originele versie van deze roman die in eerste instantie uitkwam als feuilleton in het literaire tijdschrift Yibao. Dit was gebruikelijk in die jaren en ook auteurs als Louis Couperus, Alexandre Dumas, Charles Dickens hebben eerder hun werk als losse delen uitgebracht in tijdschriften en kranten. (Op deze manier was het zelfs mogelijk om tweemaal te verdienen aan je werk, wanneer het nadien ook nog als roman werd uitgegeven.) Het verschijnen van een psychologische roman was destijds in China een openbaring voor de lezers. De eerste versie beschreef achttien jaren en had een, voor die tijdgeest gebruikelijk, communistisch karakter en einde. In 1969 kwam de door Chang zelf – inmiddels woonde ze in de Verenigde Staten – herziene versie op de markt. Deze versie bestrijkt veertien jaar en heeft een anticommunistisch karakter, waardoor ze in China in de ban is geraakt. Doordat Chang Engels studeerde en in de VS woonde, heeft de laatste bewerking duidelijke kenmerken van de Engelse literatuur.

Shanghai aan het begin van de dertiger jaren

Het verhaal speelt zich af in het Shanghai van de dertiger en begin veertiger jaren. Manzhen, een vlotte jonge vrouw, werkt op het kantoor van een fabriek en via haar collega Shuhui ontmoet ze zijn vriend Shijun, een nogal flegmatische, conservatieve jongeman die werkzaam is als ingenieur. De drie zien elkaar bijna iedere dag en lunchen in de middagpauze altijd gezamenlijk in een restaurantje, mits Shijun in de stad is. Voor hem is het een sociale verplichting om zo nu en dan naar Nanjing af te reizen om zijn familie te bezoeken.

“Tijdens dit verblijf in Nanjing was hij om onverklaarbare redenen erg wispelturig geweest, ongeacht waar het om ging, hij had alles haastig gedaan, was er in gedachten niet erg bij geweest, hij had alleen overal zo snel mogelijk van af willen zijn, alsof hij elders nog een andere afspraak had.”

In het Shanghai van die tijd had de bevolking over het algemeen niet veel woonruimte tot zijn beschikking. Door de lage inkomens was het niet ongewoon dat ouders bij het gezin van hun kind inwoonden. Ook andere familieleden woonden in en met elkaar werd de tering naar de nering gezet. Zelfs eenkamerwoningen waren niet ongewoon en grootmoeder ‘woonde’ dan gewoon achter een scherm.

De familie van Manzhen heeft iets meer woonruimte tot haar beschikking, maar met haar inwonende grootmoeder en schoonzus met haar kroost is het inkomen van Manzhen bij lange na niet toereikend. Haar oudere zus Manlu voelt zich verantwoordelijk en besluit dansmeisje te worden -een eufemisme voor zich prostitueren- om extra inkomsten te genereren voor het gezin. Dit blijft ze doen tot het moment dat ze een welgestelde man trouwt.

Bij Shijun en Manzhen slaat de vonk over en hij vraagt haar ten huwelijk, waarop Manzhen zegt dat ze liever wil wachten tot het moment dat de scholing van haar broertjes en zusje niet meer zoveel kosten met zich meebrengt. Ze is er dan ook blij mee dat ze nooit echt met zijn tweeën zijn, bang dat ze in hun liefde te roekeloos zullen worden en ze zwanger raakt. Sinds het huwelijk van haar zuster is Manzhen degene die voor extra inkomsten moet zorgen door enkele bijbaantjes te zoeken.

“Manzhen wilde graag wat geld besparen, dus in plaats van iedere dag samen in een restaurantje te eten aten ze in de fabriek, wat hun weinig gelegenheid gaf om te praten. Manzhen vond het goed zo, er sloop een beetje afstandelijkheid in haar gedrag. Ze wist niet dat zaken als gevoelens niet zo gemakkelijk te sturen waren, dat je ze niet voor een tijdje in de koelkast kon zetten, in de verwachting dat ze daar onbeperkt houdbaar bleven en niet zouden veranderen.”

Door omstandigheden moet Shijun onverhoopt naar Nanjing. Eerder is hij daar samen met Manzhen en Shuhui op familiebezoek geweest, maar deze keer krijgt hij van zijn vader te horen dat de zus van zijn vriendin een dansmeisje is. Wanneer hij Manzhen ernaar vraagt veroorzaakt het een knak in hun relatie. Uit plichtsbesef blijft hij bij zijn familie om het bedrijf van zijn vader te runnen.

Dit eerste deel van het boek is een vrij rustig en kabbelend verhaal. Beschrijvende passages maken dat er veel dingen opvallend gedetailleerd worden beschreven. Op een rustige manier bouwt Cheng haar verhaal op. Dit maakt het lezen tot een heel intense, zintuiglijke en beeldende beleving. Om de gedachtewereld van de personages te beschrijven maakt de auteur veelvuldig gebruik van de monologue intérieur en derhalve komen we veel te weten over wat hen beweegt.

In het tweede gedeelte van het boek komen er obscure verwikkelingen naar boven en krijgen de personages te maken met intriges, manipulatieve familieleden, kunstmatige onwetendheid, noodlot, verraad en het zich verraden voelen, gekonkel, eenzaamheid en wanhoop, wat het verhaal bijzonder indringend maakt. Vooral Manzhen krijgt het uitzonderlijk zwaar te verduren. Ik heb een aantal maal op het punt gestaan om het verhaal in te stappen en een aantal personages flink toe te spreken en door elkaar te schudden. Maar ja, wie ben ik als het hier voor een groot deel om de heersende mores en tradities gaat.

De grote terugkerende thema’s zijn het aanvaarden van het lot en het maken van keuzes. De ambiguĂŻteit tussen de keuze om netjes te doen wat er van je verwacht wordt en het kiezen voor jezelf. Ook andere tegenstellingen zijn een onderdeel van het verhaal. Denk hierbij aan good guy vs bad guy, gelukkig vs ongelukkig, wel of geen kinderen kunnen krijgen, keurig en gewenst gedrag ten opzichte van dubieuze activiteiten, introvert vs extravert. De verschillende personages krijgen er, elk op hun eigen manier, mee te maken.

De beklemmende en benauwende banden van de traditionele Chinese familiemores gebruikt Cheng om te laten zien hoe gecompliceerd relaties tussen mannen en vrouwen in de Chinese cultuur zijn die is beïnvloed door de leer van Confucius (551 – 479 v.Chr.), waar vrijwel niemand durft te zeggen wat hij of zij werkelijk denkt, maar waar men wel voor de ander invult wat diegene mogelijk zou kunnen denken. Voor wie, na de laatste bladzijde gelezen te hebben, teruggaat naar de eerste bladzijde, zal het duidelijk worden dat het hier een cyclisch verhaal betreft. De slang bijt zich dit keer ook weer naadloos in de staart.

Ik heb me laten vertellen dat veel Chinese karakters niet gemakkelijk te vertalen zijn. Zo zijn er voor sommige karakters gewoonweg geen Nederlandse woorden te vinden. Dit maakt het vertalen tot een karwei dat meer tijd inneemt dan een vertaling uit bijvoorbeeld het Engels. Toch is Silvia Marijnissen er geweldig in geslaagd om een soepel lezende vertaling te schrijven en de lezer mee te nemen in het Shanghai van Eileen Chang.

De liefde van een half leven is een prachtig document over het China van de eerste helft van de vorige eeuw. Vooral de uitvoerig beschrijvende passages zijn een lust om te lezen en maken het verhaal als een film op je netvlies. Chang weet het op een geraffineerde en subtiele manier te beschrijven. Het resultaat is een prachtig verhaal over de liefde, zonder ook maar ergens zoetsappig te worden. Het predicaat ‘psychologische roman’ is hier absoluut van toepassing, vanwege de magnifiek uitgewerkte, met name vrouwelijke, personages.

Over de auteur

Eileen Chang is geboren in Shanghai op 30 september 1920. Ze groeide op in een familie die behoorde tot de elite van de late Qingdynastie. Haar overgrootvader aan vaderskant had als staatsman, na de opiumoorlogen in de negentiende eeuw, een aanzienlijke bemoeienis in de modernisering van China. Haar aan opium verslaafde vader echter, had niet echt een aardje naar zijn vaartje. Hij had een concubine, was opvliegend van karakter en deelde klappen uit, vooral aan de vrouwen in zijn familie. In tegenstelling tot haar man was Changs moeder heel modern ingesteld: onafhankelijk, geĂŻnteresseerd in de vrouwenbeweging en in het Westen, en ze verbleef ook enkele jaren in Europa. Eileen en haar jongere broertje bleven in Shanghai achter onder de hoede van hun vader.

Het eerste, sowieso al moeilijke jaar van de oorlog met Japan,  werd voor de toen zeventienjarige Eileen Chang, getekend door een persoonlijk drama, waar ik hier verder niet op inga. Het leven van Chang kende ups, maar ook zeker veel downs. Opgroeien in een welgestelde familie, was voor haar geen garantie voor een zorgeloos leven. In De liefde van een half leven heeft ze overduidelijk autobiografische elementen verwerkt. Op 8 september 1995 overleed ze in Los Angeles. Een triest gegeven is dat ze al jaren alle contact uit de weg ging en derhalve pas een week na haar dood werd gevonden.

Eerder verschenen op Met De Neus In De Boeken