Dinsdag, 20 juli, 2021

Geschreven door: Schiferli, Victor
Artikel door: Loontjes, Jannah

De man van vroeger

Vreemdeling in eigen ziel

[Recensie] Soms als ik zit te schrijven, kan ik het gevoel hebben dat er iemand achter me staat. Een persoon die met me meekijkt. Hij is niet eenduidig mijn vader of oude schoolmeester of uitgever, misschien is het niet eens een man, maar het is beslist een persoon die me met kritische blik gadeslaat en altijd iets op te merken heeft. Hoe meer ik in Victor Schiferli’s nieuwste bundel lees, hoe meer ik het gevoel krijg dat hier een dergelijke ongrijpbare, maar dwingende figuur wordt geportretteerd; een innerlijke censor of gespreksgenoot. Een oor dat meeluistert, een oog dat meekijkt, een stem die terechtwijst, die moppert, die herinneringen bovenbrengt en ze corrigeert – want zo was het toch eigenlijk niet!

In De man van vroeger staat in elk gedicht dit personage centraal. Hij is ongrijpbaar, maar beslist dominant:

“De man van vroeger bewoont je leven.
Hij zit op de bank, nodigt bezoek uit,
becommentarieert het uitzicht.”

De man van vroeger is een toegankelijke, lichtvoetige dichtbundel, maar vol paradoxen. De tegenstrijdigheden uiten zich in zowel vorm als inhoud. Zo lijken de verzen volgens strikte schema’s te zijn opgesteld, elk gedicht telt vijf terzinen, maar Schiferli’s parlando, terloopse taalgebruik daagt het ritme uit. Ook het onderwerp lijkt op het eerste gezicht helder, maar wie of wat deze man van vroeger is, wordt met elk vers onduidelijker.

Awater

Schiferli creĂ«ert bijna een verhaalpersonage, waarmee de gedichten, ondanks de vormvastheid, tegen proza aan schuren. De titel schijnt misschien wat nostalgisch, maar het gaat hier niet om een verloren verleden of een melancholiek verlangen. Schiferli schrijft vooral in de tegenwoordige tijd en een van de gedichten eindigt met de uitdrukkelijke, dan wel ironische regel “De man van vroeger is van alle tijden.” In een ander gedicht staat: “hoewel je anders zou denken heeft de/man van vroeger niets met vroeger”

Hij is een zwaarmoedig persoon die afgeeft op poĂ«zie: “Hij ziet dichters als sudderlapjes,/ zielloos garend in een braadpan.” Soms is de man ergerlijk aanwezig, “vraagt om zoutjes” en “laat het zich smaken, voert het woord”, maar op andere momenten is niet duidelijk of hij zelfs wel een persoon is, of dat hij meer een stem of een beeld is dat voor het geestesoog van de verteller verschijnt: “Ooit zal de man van vroeger terugkeren,/ vaststellen dat het hier hetzelfde is,/maar voorlopig zien we hem niet”. In “De man van vroeger is een vreemdeling”, lijkt de man van vroeger vooral een gevoel van eenzaamheid:

“Een vreemdeling in zijn eigen ziel.
Een lang gesloten afrit. Een
nergens heen gewaaide ballon.”

Schiferli vult de gedichten aan met foto’s, door hemzelf geschoten. Een besneeuwd weiland, een leeg perron, een raam met twee honden die als een oud echtpaar naar buiten staren. De foto’s hebben evenals de gedichten een sterke, hechte compositie, ze zijn een spel van lijnen en licht. Stuk voor stuk vangen de beelden een gevoel van leegte. Op Ă©Ă©n foto, wat mij betreft de mooiste, is een gedaante te zien die achter een matglazen ruit wegloopt, bijna uit beeld. Het zou de man van vroeger kunnen zijn.

De kracht van deze bundel zijn de trefzekere beelden, in zowel fotografie als poĂ«zie, en de wakkere taal, die hier en daar schuurt en vol geestige observaties zit. De beelden zijn herkenbaar, de zinnen kort en zakelijk, maar niets is eenduidig. Er wordt een personage ten tonele gevoerd dat je niet leert kennen, dat ontsnapt als een “nergens heen gewaaide ballon”, of, zoals in een van de mooiste regels, als een “vreemdeling in zijn eigen ziel”.

Eerder verschenen bij Poeziëclub