Dinsdag, 26 november, 2019

Geschreven door: Bregman, Rutger
Artikel door: Lieshout, Twan van

De meeste mensen deugen

Naar een kantelend mensbeeld

[Recensie] “Een nieuwe geschiedenis van de mens”, niets minder belooft historicus Rutger Bregman in de ondertitel van zijn nieuwste boek De meeste mensen deugen. Bregman, toch al niet bang om ergens een grote klap op te geven, getuige eerdere boeken als Gratis geld voor iedereen, of zijn optreden in Davos, waar hij alle rijken vertelde dat ze beter kunnen stoppen met charity en gewoon belasting moeten gaan betalen. In De meeste mensen deugen gaat daar nog een schepje bovenop, door te veronderstellen dat hij een compleet nieuw mensbeeld gaat scheppen. Een prettige, on-Nederlandse ambitie, die alleen daarom al te prijzen valt. Blijft hij overeind?

Beschaving

Ja en nee. Om met het positieve te starten: Bregmans scope rijkt ver. Niets wordt uit de weg gegaan Рvan sociale psychologie en criminologie, tot archeologie en geschiedenis. Bregmans betoog, niet geheel verrassend met deze titel, is dat in een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek en in de samenleving in het algemeen een verkeerd beeld is neergezet. Zodra het zogenaamde vernislaagje beschaving is losgelaten, zouden mensen niet te vertrouwen zijn, en veranderen in agressievelingen in een samenleving waarin iedereen elkaar bedriegt, bedreigt, besteelt en vermoordt. Dit beeld kantelt wanneer je dieper de wetenschap induikt, betoogt Bregman. Want vele verschillende studies, van het gedrag van niet schietende soldaten, copulerende primaten, tot aan psychologische experimenten: de mens deugt juist w̩l en wil van nature de ander graag helpen.

Technisch Weekblad

Om dit aan te tonen komt Bregman met een keur aan voorbeelden, sommige bekend (de verbroedering tussen frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog tijdens Kerstnacht), andere op basis van eigen onderzoek. In die laatste categorie zitten prachtige nieuwe casussen, bijvoorbeeld het waargebeurde verhaal van een groepje kinderen uit het Pacifische eilandje Tonga dat op een dag schipbreuk lijdt. In tegenstelling tot William Goldings klassieker Lord of the Flies, blijken de kinderen op basis van samenwerking en vriendschap het anderhalf jaar op een onbewoond eiland vol te houden. Bregman ontkracht in het boek meer mythes, waaronder de beroemde Amerikaanse psychologische experimenten zoals het Stanford-experiment, waarin een gevangeniscultuur wordt nagebootst. Ook hier is de conclusie: mensen blijken te vertrouwen. Zolang het experiment niet verstoord wordt, blijken mensen graag samen te werken.

Empathie

Het leidt tot een interessante en hoopgevende conclusie: onze systemen, nu ingericht op bestraffing (gevangenissen) en wantrouwen (uitkeringen) moeten we drastisch hervormen. Empathie, vertrouwen en het in contact brengen van mensen, moeten centraal staan. Want systemen reproduceren zich, aldus Bregman, waardoor sympathieke systemen sympathieke mensen voort zullen brengen. Het boek sluit af met een aantal leefregels die de lessen van het boek nog eens resumeren, waarvan de sterkste is dat het idee dat de meeste mensen deugen – wat velen van ons in het dagelijkse leven toch vaak zullen meemaken – het nieuwe realisme is, en niet het gejammer van rechts-libertaire praatjesmakers die ieder sociaal beleid in de hoek willen drukken als ´onrealistisch´.

‘Homo puppy

Kortom, Bregman heeft inhoudelijk een interessante boodschap te vertellen, die absoluut het lezen waard is. Maar dan moet je wel het boek kunnen doorkomen. En dat valt niet altijd mee. Dat ligt voornamelijk aan Bregmans stijl en manier van argumenteren. Het is overduidelijk dat Bregman vlot kan schrijven. Misschien iets te vlot, wat al op andere plekken tot kritiek leidde: ultrakorte zinnen, een Amerikaans aandoende stijl en veel nadruk op zijn eigen persoon als hoofdpersonage die op onderzoek uitgaat, zichzelf verrast en overtuigt. Bregman lijkt de lezer daarmee niet echt serieus te nemen, en denkt hem wel erg aan het handje te moeten nemen. Zelf werd ik al na drie keer allergisch voor het woordje ‘homo puppy’ (de wél samenwerkende, aardige mens), dat daarna nog 40 keer zou volgen.

Vervelender zijn echter de inmiddels wel klassieke Correspondent-stromannen. Bregman tuigt een voor de lezer nog onbekende maar machtige vijand op, kent deze een haast absoluut intellectueel gewicht toe dat de wereld altijd klakkeloos heeft geaccepteerd, totdat ridder Bregman de lezer redt en de stropop overtuigend omverrijdt (overigens vaak met de lans van andere wetenschappers). Zo zou de moord in New York op ene Kitty Genovese, waarbij vele ooggetuigen niets deden, wereldnieuws zijn geweest, en het boek van journalist Malcolm Gladwell hierover een soort autoriteit in de psychologie. Later blijkt het allemaal niet waar te zijn geweest – ´schokkend´, aldus Bregman, die de lezer ook nog een leesinstructie mee wil geven. Pagina´s lang gaat Bregman hierop door, om vervolgens te concluderen dat het negatieve mensbeeld in de krant moest vanwege het opkrikken van de oplage. Het is allemaal leuk speurwerk, maar het is allemaal zeer de vraag waarom dit nu precies zo essentieel is. Want noch de ontmaskering van dit verhaal over Kitty Genovese, noch die van de Amerikaanse psychologische experimenten geven een antwoord op de door Bregman zelf opgeworpen vraag hoe de Holocaust heeft kunnen ontstaan. De bewijslast wordt zodoende overal wat dun.

Burgeroorlog

Daarnaast selecteert Bregman wel erg opzichtig vooral het bewijs dat hem uitkomt of wat hij later kan ontmaskeren. Zo voert hij bijvoorbeeld George Orwell op, die in de Spaanse burgeroorlog meevecht. Orwell beschrijft dat de meeste soldaten elkaar willen missen tijdens de vuurgevechten. Zie je, stelt Bregman, weer een bewijs dat mensen elkaar niets aan willen doen. Nu is de (Spaanse) burgeroorlog bij uitstek een interessante casus voor Bregmans stelling. Want een burgeroorlog, daar valt inderdaad het vernislaagje orde en gezag weg. En wat gebeurt er dan? In plaats van het rustige Aragon-front van Orwell te beschrijven, had Bregman beter eens kunnen inzoomen op een voor zijn theorie Popperiaanse zwarte zwaan. Bijvoorbeeld de massale moordpartijen die zich direct na het uitbreken van de nationalistische opstand aan beide zijden voltrekken. Zowel door leger en milities, als tegen uitdrukkelijk bevel van autoriteiten werden zowel oude persoonlijke vetes als ideologische twistpunten opgelost door de limpieza (‘de schoonmaak’), moordpartijen op ongekende schaal. Zoals een militielid later herinnerde: ‘noch ik, noch iemand die ik kende, noch de leiders, deden iets om de moorden en de brandstichtingen te verhinderen. Zwijgen, voorzichtigheid of onverschilligheid was de algemene houding (…)’[i]. Dit soort tegenbewijs is niet te vinden in het boek van Bregman. Bregman shopt naar het hem uitkomt in historische bewijslast, en dat maakt dat je het als lezer soms niet meer helemaal vertrouwt.

Zodoende is De meeste mensen deugen enerzijds een absolute aanrader. De ambitie om op een holistische manier het nog immer actuele neoliberale discours (dat ieder mens een nietsontziende egoïst is) aan te vallen, is zeker te prijzen. Bregman komt met veel aardige anekdotes en heeft behoorlijk wat bewijs bijeen weten te sprokkelen om op zijn minst de meest standvastigen toch te doen twijfelen. Anderzijds zou het prettig zijn als zijn volgende boek de stromannen thuis laat en de auteur beseft dat zijn lezerspubliek ook voorkennis en intellectuele bagage kan hebben. Concluderend: ondanks de vermoeiende stijl schraagt De meeste mensen deugen het denken over mensbeelden, en de relevante vraag “is de mens van nature goed of kwaad”. En aangezien dit de missie van Bregman was, is het zodoende een geslaagd boek geworden. 

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

  1. Zie Hugh Thomas, De Spaanse Burgeroorlog, AMBO Anthos Uitgevers Amsterdam, 2006, p. 198-213, citaat p. 212.

10 reacties op “De meeste mensen deugen

  1. …als je teveel wilt bewijzen, dan wordt het ineens niet waar. Ook al omdat je als je iets veronderstelde, daar altijd argumenten voor zal vinden. EN dat tegenbewijs altijd of ongenoemd, dan wel achteloos genoemd wordt. Overigens: wil ik beslist het boek niet afkraken! Goed gedaan!

  2. Een voorbeeld van een “deugend” mens is een frontsoldaat die niet op de vijand schiet ook niet als hij wordt aangevallen. (Blz 111 ev eiland Makin). 85% van de frontsoldaten schiet niet, dit zijn dus de meeste mensen. De schrijver vergeet of beseft niet dat de tegenstander, de Jappen, ook mensen zijn: zij worden niet genoemd en niet geteld. Deze benadering van de schrijver is exemplarisch voor de redeneringen in het hele boek. Tendentieuze Cherry picking.

  3. Tendentieus? Teveel willen bewijzen, dan wordt het ineens niet waar. Ook al omdat je als je iets veronderstelde? Misschien heeft men hier wel gelijk. We kijken allemaal vanuit ons eigen perspectief. De schrijver is zich daar zelf ook van bewust. Dat neemt niet weg dat hij een pracht boek heeft geschreven met een duidelijke boodschap; mensen willen van nature goed doen. En ja, er is ook een duistere zijde. Het is maar net waar jijzelf de meeste focus op wilt leggen. Alles waar je aandacht aan geeft groeit, zowel het positieve als het negatieve. Ik vind het een boek over hoop, boeiend geschreven. Ik heb mij geen bladzijde verveeld.

  4. Als de meeste mensen deugen dan vraag ik me toch af waarom de schrijver met Tien Leefregels komt? De meeste mensen zouden kunnen deugen als ze de ‘juiste’ ideologie aanhangen? De meeste mensen volgen? In ieder geval geeft dit boek stof tot nadenken.

  5. Wat een positief boek! Het is een zoektocht naar waarheid en oprechtheid. Ik heb het in 8 dagen verslonden en mij geen moment verveeld. Ik ga dit boek met mijn 4 jong volwassen kinderen delen. Stuk voor stuk lieve schatten die de wereld beter en vooral diervriendelijker willen maken. Een hoopvol boek. Hartelijk dank voor al deze informatie. Ik waardeer het zeer!

  6. Uitstekende analyse van Twan van Lieshout. Goed onderbouwd, helder uiteengezet; fijn om te lezen.

    Nu nog de doodzondige “zich beseft” uit het systeem krijgen, want die is als een kleine maar in het oog springende wijnvlek op een verder smetteloos overhemd.

  7. Twan heeft gelijk. Het boek is een leuk staaltje van ego strelen. Zeg mensen wat ze willen horen en dan verkoop je. Helaas houdt de werkelijkheid geen rekening met ego’s zelf niet met die van Bregman.
    Het probleem is dat Bregman helemaal geen psycholoog is of daar verstand van heeft dus de conclusies die hij trekt kloppen niet.

    Iemand van paaseiland weet niet wat hij met een boog moet doen. Misschien hebben ze de boog nog niet uitgevonden?

    Soldaten schieten niet omdat ze niet willen doden dus ze deugen. Helaas niet de juiste conclusie. Die reactie is wat de wetenschappers posturing noemen. Een bepaalde houding aannemen om niet bedreigend over te komen. Als je diezelfde soldaten echter de juiste training geeft schiet 100% om echt te raken. Dan houden ze hun hoofd bij wat ze doen en dan hebben ze echt de keuze en dan kiezen ze om te doden.

    Dat Stanford prison experiment is nagenoeg nagebootst in de Abu Ghraib torture and prisoner abuse door Amerikaanse soldaten die cipier werden zonder dat ze er voor getraind waren. Dat was echt een real world example.

    “De Founding Fathers van de Verenigde Staten wilden niet dat burgers zich te veel met de politiek gingen bemoeien.”
    De second amendment, the right to bear arms, is in leven geroepen om je zelfs gewapenderwijs tegen je eigen je eigen regering te verdedigen.

    De volgende stelling van Bregman: “mensen hebben geen hierarchy en goden nodig”: Toen de Polynesiërs andere mensen zagen vielen ze van hun geloof af en dat deed ze helemaal geen goed. Ze waren dus beter af met hun goden.

    Ik heb het boek “ordinary man” van de historicus Christopher Browning helaas ook gelezen en die blijft wel bij zijn leest. Je mag van Christopher zelf de conclusies trekken en die zullen beslist niet mals zijn en het boek is beslist niet leuk om te lezen omdat het je nogal confronteert met jezelf. Dit vind je ego niet leuk. Lees het alleen als je dat aankunt want ik waarschuw je: de manier waarop hij het schrijft is zo accuraat en zuiver feitelijk dat je het ziet gebeuren en dan vraag je je af: “wat had ik gedaan in hun schoenen met hun kennis”.
    Helaas heeft de realitijd en hebben feiten geen enkele boodschap aan onze gevoelens.
    Christopher schrijft gewoon de feiten op, die hij met de grootste zorg en toewijding heeft verzameld, wat er gebeurde met een Duitse eenheid van doodgewone volwassen politie agenten, die te oud waren om in de Hitlerjugend geweest te zijn, die in Polen dorpen en steden judenfrei moesten maken. Niemand werd gedwongen en iedereen deed mee. Niet dat ze het leuk vonden of zo, integendeel, maar ze deden het wel.

    Ik denk dat als je dingen wilt verbeteren dan moet je wel van de werkelijke feiten uitgaan en niet van deze Bregman leuterkoek want als je van Rutger uitgaat dan wordt het allemaal een stuk erger en niet beter.

  8. Godzijdank ook eens een tegengeluid en wat meer geopolitieke insteek.
    Alsof Davos het walhalla is en daar iedereen, de machtigen en rijken der aarde graag van jonge mensen de zg actuele waarheid en en stand van zaken op Moeder aarde willen horen;
    Ditdan uiteraard om er zichzelf aan op te trekken en zich bij de tijd te voelen. Arm vaderland, arm Europa, arme Wereld. Quo vadis? Neuromarketing?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *