Dinsdag, 26 november, 2019

Geschreven door: Bregman, Rutger
Recensie door: Lieshout, Twan van

De meeste mensen deugen

Naar een kantelend mensbeeld

[Recensie] “Een nieuwe geschiedenis van de mens”, niets minder belooft historicus Rutger Bregman in de ondertitel van zijn nieuwste boek De meeste mensen deugen. Bregman, toch al niet bang om ergens een grote klap op te geven, getuige eerdere boeken als Gratis geld voor iedereen, of zijn optreden in Davos, waar hij alle rijken vertelde dat ze beter kunnen stoppen met charity en gewoon belasting moeten gaan betalen. In De meeste mensen deugen gaat daar nog een schepje bovenop, door te veronderstellen dat hij een compleet nieuw mensbeeld gaat scheppen. Een prettige, on-Nederlandse ambitie, die alleen daarom al te prijzen valt. Blijft hij overeind?

Beschaving

Ja en nee. Om met het positieve te starten: Bregmans scope rijkt ver. Niets wordt uit de weg gegaan Рvan sociale psychologie en criminologie, tot archeologie en geschiedenis. Bregmans betoog, niet geheel verrassend met deze titel, is dat in een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek en in de samenleving in het algemeen een verkeerd beeld is neergezet. Zodra het zogenaamde vernislaagje beschaving is losgelaten, zouden mensen niet te vertrouwen zijn, en veranderen in agressievelingen in een samenleving waarin iedereen elkaar bedriegt, bedreigt, besteelt en vermoordt. Dit beeld kantelt wanneer je dieper de wetenschap induikt, betoogt Bregman. Want vele verschillende studies, van het gedrag van niet schietende soldaten, copulerende primaten, tot aan psychologische experimenten: de mens deugt juist w̩l en wil van nature de ander graag helpen.

TijdvoorTijdschriften

Om dit aan te tonen komt Bregman met een keur aan voorbeelden, sommige bekend (de verbroedering tussen frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog tijdens Kerstnacht), andere op basis van eigen onderzoek. In die laatste categorie zitten prachtige nieuwe casussen, bijvoorbeeld het waargebeurde verhaal van een groepje kinderen uit het Pacifische eilandje Tonga dat op een dag schipbreuk lijdt. In tegenstelling tot William Goldings klassieker Lord of the Flies, blijken de kinderen op basis van samenwerking en vriendschap het anderhalf jaar op een onbewoond eiland vol te houden. Bregman ontkracht in het boek meer mythes, waaronder de beroemde Amerikaanse psychologische experimenten zoals het Stanford-experiment, waarin een gevangeniscultuur wordt nagebootst. Ook hier is de conclusie: mensen blijken te vertrouwen. Zolang het experiment niet verstoord wordt, blijken mensen graag samen te werken.

Empathie

Het leidt tot een interessante en hoopgevende conclusie: onze systemen, nu ingericht op bestraffing (gevangenissen) en wantrouwen (uitkeringen) moeten we drastisch hervormen. Empathie, vertrouwen en het in contact brengen van mensen, moeten centraal staan. Want systemen reproduceren zich, aldus Bregman, waardoor sympathieke systemen sympathieke mensen voort zullen brengen. Het boek sluit af met een aantal leefregels die de lessen van het boek nog eens resumeren, waarvan de sterkste is dat het idee dat de meeste mensen deugen – wat velen van ons in het dagelijkse leven toch vaak zullen meemaken – het nieuwe realisme is, en niet het gejammer van rechts-libertaire praatjesmakers die ieder sociaal beleid in de hoek willen drukken als ´onrealistisch´.

‘Homo puppy

Kortom, Bregman heeft inhoudelijk een interessante boodschap te vertellen, die absoluut het lezen waard is. Maar dan moet je wel het boek kunnen doorkomen. En dat valt niet altijd mee. Dat ligt voornamelijk aan Bregmans stijl en manier van argumenteren. Het is overduidelijk dat Bregman vlot kan schrijven. Misschien iets te vlot, wat al op andere plekken tot kritiek leidde: ultrakorte zinnen, een Amerikaans aandoende stijl en veel nadruk op zijn eigen persoon als hoofdpersonage die op onderzoek uitgaat, zichzelf verrast en overtuigt. Bregman lijkt de lezer daarmee niet echt serieus te nemen, en denkt hem wel erg aan het handje te moeten nemen. Zelf werd ik al na drie keer allergisch voor het woordje ‘homo puppy’ (de wél samenwerkende, aardige mens), dat daarna nog 40 keer zou volgen.

Vervelender zijn echter de inmiddels wel klassieke Correspondent-stromannen. Bregman tuigt een voor de lezer nog onbekende maar machtige vijand op, kent deze een haast absoluut intellectueel gewicht toe dat de wereld altijd klakkeloos heeft geaccepteerd, totdat ridder Bregman de lezer redt en de stropop overtuigend omverrijdt (overigens vaak met de lans van andere wetenschappers). Zo zou de moord in New York op ene Kitty Genovese, waarbij vele ooggetuigen niets deden, wereldnieuws zijn geweest, en het boek van journalist Malcolm Gladwell hierover een soort autoriteit in de psychologie. Later blijkt het allemaal niet waar te zijn geweest – ´schokkend´, aldus Bregman, die de lezer ook nog een leesinstructie mee wil geven. Pagina´s lang gaat Bregman hierop door, om vervolgens te concluderen dat het negatieve mensbeeld in de krant moest vanwege het opkrikken van de oplage. Het is allemaal leuk speurwerk, maar het is allemaal zeer de vraag waarom dit nu precies zo essentieel is. Want noch de ontmaskering van dit verhaal over Kitty Genovese, noch die van de Amerikaanse psychologische experimenten geven een antwoord op de door Bregman zelf opgeworpen vraag hoe de Holocaust heeft kunnen ontstaan. De bewijslast wordt zodoende overal wat dun.

Burgeroorlog

Daarnaast selecteert Bregman wel erg opzichtig vooral het bewijs dat hem uitkomt of wat hij later kan ontmaskeren. Zo voert hij bijvoorbeeld George Orwell op, die in de Spaanse burgeroorlog meevecht. Orwell beschrijft dat de meeste soldaten elkaar willen missen tijdens de vuurgevechten. Zie je, stelt Bregman, weer een bewijs dat mensen elkaar niets aan willen doen. Nu is de (Spaanse) burgeroorlog bij uitstek een interessante casus voor Bregmans stelling. Want een burgeroorlog, daar valt inderdaad het vernislaagje orde en gezag weg. En wat gebeurt er dan? In plaats van het rustige Aragon-front van Orwell te beschrijven, had Bregman beter eens kunnen inzoomen op een voor zijn theorie Popperiaanse zwarte zwaan. Bijvoorbeeld de massale moordpartijen die zich direct na het uitbreken van de nationalistische opstand aan beide zijden voltrekken. Zowel door leger en milities, als tegen uitdrukkelijk bevel van autoriteiten werden zowel oude persoonlijke vetes als ideologische twistpunten opgelost door de limpieza (‘de schoonmaak’), moordpartijen op ongekende schaal. Zoals een militielid later herinnerde: ‘noch ik, noch iemand die ik kende, noch de leiders, deden iets om de moorden en de brandstichtingen te verhinderen. Zwijgen, voorzichtigheid of onverschilligheid was de algemene houding (…)’[i]. Dit soort tegenbewijs is niet te vinden in het boek van Bregman. Bregman shopt naar het hem uitkomt in historische bewijslast, en dat maakt dat je het als lezer soms niet meer helemaal vertrouwt.

Zodoende is De meeste mensen deugen enerzijds een absolute aanrader. De ambitie om op een holistische manier het nog immer actuele neoliberale discours (dat ieder mens een nietsontziende egoïst is) aan te vallen, is zeker te prijzen. Bregman komt met veel aardige anekdotes en heeft behoorlijk wat bewijs bijeen weten te sprokkelen om op zijn minst de meest standvastigen toch te doen twijfelen. Anderzijds zou het prettig zijn als zijn volgende boek de stromannen thuis laat en de auteur beseft dat zijn lezerspubliek ook voorkennis en intellectuele bagage kan hebben. Concluderend: ondanks de vermoeiende stijl schraagt De meeste mensen deugen het denken over mensbeelden, en de relevante vraag “is de mens van nature goed of kwaad”. En aangezien dit de missie van Bregman was, is het zodoende een geslaagd boek geworden. 

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

  1. Zie Hugh Thomas, De Spaanse Burgeroorlog, AMBO Anthos Uitgevers Amsterdam, 2006, p. 198-213, citaat p. 212.

18 reacties op “De meeste mensen deugen

  1. …als je teveel wilt bewijzen, dan wordt het ineens niet waar. Ook al omdat je als je iets veronderstelde, daar altijd argumenten voor zal vinden. EN dat tegenbewijs altijd of ongenoemd, dan wel achteloos genoemd wordt. Overigens: wil ik beslist het boek niet afkraken! Goed gedaan!

  2. Een voorbeeld van een “deugend” mens is een frontsoldaat die niet op de vijand schiet ook niet als hij wordt aangevallen. (Blz 111 ev eiland Makin). 85% van de frontsoldaten schiet niet, dit zijn dus de meeste mensen. De schrijver vergeet of beseft niet dat de tegenstander, de Jappen, ook mensen zijn: zij worden niet genoemd en niet geteld. Deze benadering van de schrijver is exemplarisch voor de redeneringen in het hele boek. Tendentieuze Cherry picking.

  3. Tendentieus? Teveel willen bewijzen, dan wordt het ineens niet waar. Ook al omdat je als je iets veronderstelde? Misschien heeft men hier wel gelijk. We kijken allemaal vanuit ons eigen perspectief. De schrijver is zich daar zelf ook van bewust. Dat neemt niet weg dat hij een pracht boek heeft geschreven met een duidelijke boodschap; mensen willen van nature goed doen. En ja, er is ook een duistere zijde. Het is maar net waar jijzelf de meeste focus op wilt leggen. Alles waar je aandacht aan geeft groeit, zowel het positieve als het negatieve. Ik vind het een boek over hoop, boeiend geschreven. Ik heb mij geen bladzijde verveeld.

  4. Als de meeste mensen deugen dan vraag ik me toch af waarom de schrijver met Tien Leefregels komt? De meeste mensen zouden kunnen deugen als ze de ‘juiste’ ideologie aanhangen? De meeste mensen volgen? In ieder geval geeft dit boek stof tot nadenken.

  5. Wat een positief boek! Het is een zoektocht naar waarheid en oprechtheid. Ik heb het in 8 dagen verslonden en mij geen moment verveeld. Ik ga dit boek met mijn 4 jong volwassen kinderen delen. Stuk voor stuk lieve schatten die de wereld beter en vooral diervriendelijker willen maken. Een hoopvol boek. Hartelijk dank voor al deze informatie. Ik waardeer het zeer!

  6. Uitstekende analyse van Twan van Lieshout. Goed onderbouwd, helder uiteengezet; fijn om te lezen.

    Nu nog de doodzondige “zich beseft” uit het systeem krijgen, want die is als een kleine maar in het oog springende wijnvlek op een verder smetteloos overhemd.

  7. Twan heeft gelijk. Het boek is een leuk staaltje van ego strelen. Zeg mensen wat ze willen horen en dan verkoop je. Helaas houdt de werkelijkheid geen rekening met ego’s zelf niet met die van Bregman.
    Het probleem is dat Bregman helemaal geen psycholoog is of daar verstand van heeft dus de conclusies die hij trekt kloppen niet.

    Iemand van paaseiland weet niet wat hij met een boog moet doen. Misschien hebben ze de boog nog niet uitgevonden?

    Soldaten schieten niet omdat ze niet willen doden dus ze deugen. Helaas niet de juiste conclusie. Die reactie is wat de wetenschappers posturing noemen. Een bepaalde houding aannemen om niet bedreigend over te komen. Als je diezelfde soldaten echter de juiste training geeft schiet 100% om echt te raken. Dan houden ze hun hoofd bij wat ze doen en dan hebben ze echt de keuze en dan kiezen ze om te doden.

    Dat Stanford prison experiment is nagenoeg nagebootst in de Abu Ghraib torture and prisoner abuse door Amerikaanse soldaten die cipier werden zonder dat ze er voor getraind waren. Dat was echt een real world example.

    “De Founding Fathers van de Verenigde Staten wilden niet dat burgers zich te veel met de politiek gingen bemoeien.”
    De second amendment, the right to bear arms, is in leven geroepen om je zelfs gewapenderwijs tegen je eigen je eigen regering te verdedigen.

    De volgende stelling van Bregman: “mensen hebben geen hierarchy en goden nodig”: Toen de Polynesiërs andere mensen zagen vielen ze van hun geloof af en dat deed ze helemaal geen goed. Ze waren dus beter af met hun goden.

    Ik heb het boek “ordinary man” van de historicus Christopher Browning helaas ook gelezen en die blijft wel bij zijn leest. Je mag van Christopher zelf de conclusies trekken en die zullen beslist niet mals zijn en het boek is beslist niet leuk om te lezen omdat het je nogal confronteert met jezelf. Dit vind je ego niet leuk. Lees het alleen als je dat aankunt want ik waarschuw je: de manier waarop hij het schrijft is zo accuraat en zuiver feitelijk dat je het ziet gebeuren en dan vraag je je af: “wat had ik gedaan in hun schoenen met hun kennis”.
    Helaas heeft de realitijd en hebben feiten geen enkele boodschap aan onze gevoelens.
    Christopher schrijft gewoon de feiten op, die hij met de grootste zorg en toewijding heeft verzameld, wat er gebeurde met een Duitse eenheid van doodgewone volwassen politie agenten, die te oud waren om in de Hitlerjugend geweest te zijn, die in Polen dorpen en steden judenfrei moesten maken. Niemand werd gedwongen en iedereen deed mee. Niet dat ze het leuk vonden of zo, integendeel, maar ze deden het wel.

    Ik denk dat als je dingen wilt verbeteren dan moet je wel van de werkelijke feiten uitgaan en niet van deze Bregman leuterkoek want als je van Rutger uitgaat dan wordt het allemaal een stuk erger en niet beter.

  8. Godzijdank ook eens een tegengeluid en wat meer geopolitieke insteek.
    Alsof Davos het walhalla is en daar iedereen, de machtigen en rijken der aarde graag van jonge mensen de zg actuele waarheid en en stand van zaken op Moeder aarde willen horen;
    Ditdan uiteraard om er zichzelf aan op te trekken en zich bij de tijd te voelen. Arm vaderland, arm Europa, arme Wereld. Quo vadis? Neuromarketing?

  9. Ook ik ben geen psycholoog of op andere wijze medisch geschoold en waarschijnlijk om die reden vond ik het boek prettig leesbaar en kon ik me ook vinden in de basisstelling van de schrijver over dat een mens in principe geen kwaad wezen is en vertrouwen beter is dan wantrouwen.

    Ik zie hierboven wisselende reactie maar wil toch graag op 1 persoon reageren, Gregor geeft met een aantal voorbeelden aan dat in zijn optiek het boek onzin is. Een voorbeeld is dat als je soldaten maar goed traint dat ze dan echt wel schieten om te doden.

    Gregor, ik ben militair geweest en voor zeker had ik mijn eigen leven boven dat van een vijand gehouden en geschoten indien nodig. De essentie waar Bregman op doelt is dat ALS we die training NIET gehad zouden hebben ZOUDEN we dan nog steeds schieten. Met andere woorden is het onze aard om te schieten of is het aangeleerd om te schieten.

  10. Ja zeker, het boek leest als zoete koek, al is het in stilistisch opzicht niet altijd even sterk (om het zacht uit te drukken). De kritiek dat de auteur zijn voorbeelden (zorgvuldig?) kiest en in zijn kraam laat passen (eerder ‘cherry picking’ genoemd) is geheel terecht. Misschien deugden de meeste mensen wel (ik hoop het hartgrondig met Bregman mee), maar heel veel politieke systemen die door mensen zijn bedacht en door mensen worden bemand deugen allerminst. Hoe zou de auteur het huidige conflict in het Midden-Oosten in zijn betoog inpassen? Het zou me zeer benieuwen.

  11. Het boek is vermoedelijk voor een zeer groot publiek geschreven. Voor ieder voorbeeld dat de auteur aanhaalt, kan wel degelijk een tegenvoorbeeld gegeven worden. Vele standpunten van aangehaalde auteurs of filosofen zijn helaas veel complexer dan in dit boek voorgesteld. Was Rousseau werkelijk een goed mens ? In zijn jeugdjaren een vriendinnetje valselijk beschuldigd, plagiaat gepleegd op gedachten van Diderot, verschillende kinderen ter wereld gezet en allemaal in instellingen gezet, hetgeen zelfs voor die tijd ‘not done’ was. Het zijn misschien futiliteiten behorend tot de prive-sfeer en niet terzake doend. Toch doet de auteur dit op pagina 373 bij de bespreking van ene meneer Hardin die overbevolking als een ultieme tragedie beschouwt, maar zelf blijkbaar vier kinderen had. Wat mij ook enorm stoorde was de auteur zijn opvatting over communisme. Moet kunnen want het gebeurt in ons dagelijks leven als we aan tafel zitten en vruchten uit de tuin samen delen bij het ontbijt. Tja.

  12. In ieder geval geeft dit boek de mogelijkheid om het mensdom eens van de andere kant te bekijken .Ook al zijn niet alle voorbeelden even sterk en wat eenzijdig naar de andere kant (van Bregman), was ik blij met dit boek. Laten we niet vergeten dat bijna alle grote ontwikkelaars met nieuwe gedachten en standpunten achteraf eenzijdigheid moet worden verweten. Het is van hen altijd een reactie op bestaande eenzijdigheid. Zo vallen ze dan van de andere kant van het paard.

  13. Wanneer deugt iemand? Wiens definitie van deugen gebruiken we en over welke tijdspanne moet iemand deugdelijk zijn geweest om als deugdzaam te worden aangemerkt? Immers, helemaal niemand heeft nooit gelogen of gestolen, bedrogen over iemand anders op welke wijze dan ook beschadigd/benadeeld. Zelfs de Christusfiguur (toch iemand die we als deugdzaam zouden bestempelen) ging zichzelf te buiten en geselde tegen zijn eigen prediken in de marktkoopmannen en woekeraars de tempel uit in Jerusalem. Maar voor de overige tijd deugde hij wel? Nou, ook Jack the Ripper heeft niet 24/7 prostituees vermoord; tussen de moorden door zal ook hij gedeugd hebben.
    Volgens velen deugt de terrorist niet, behalve voor degenen voor wiens zaak die strijd. Deugde Robin Hood omdat wat hij stal aan de armen gegeven werd? In de ogen van de armen, ja. In de ogen van de bestolenen uiteraard niet. Wiens kant van de medaille is leidend voor de bestempeling ‘deugen’?

    Niemand is alleen maar deugdzaam en niemand is alleen maar slecht en al helemaal niemand is altijd deugdzaam of altijd slecht. De vraag is welke meetlat we gebruiken om te beweren of de mens deugt of niet. Met het allergrootste gemak had de stelling dus ook kunnen luiden: “Niemand deugt”. Uiteindelijk hebben we het hier dus over een halfvol, dan wel half leeg glas. Beide beweringen zijn even waar en het is onzinnig om de ene bewering méér waar te noemen dan de andere.

    Om de natuur van de mens te leren kennen, is er bovendien méér nodig dan het afkrabben van een ‘laagje vernis’. Vast, de meeste mensen zullen goed willen doen, maar tot hoever? Zodra het eigenbelang in gedrang komt, wordt het een ander verhaal. En hoe meer het eigenbelang wordt bedreigd, hoe meer de natuur van de mens te voorschijn komt. Is werkelijk de meerderheid van de mensen bereid te ‘deugen’ als daarmee zelf schade wordt opgelopen?
    En is het niet werkelijk zo, dat dat eigenbelang al heel snel om de hoek komt kijken? Zal bijvoorbeeld de verkoper u niet eerder de winkeldochter willen verkopen dan het betere product? Deugt dat? Proberen we niet allemaal om ergens ons voordeel te behalen, al weten we dat dat voor anderen nadelig kan/zal zijn? Deugt dat?

  14. Deugt de mens die willens en wetens producten koopt die geproduceerd zijn in sweat shops? Deugt de mens die vlees eet, wetende welk dierenleed daaraan vooraf gaat? Deugt de mens die graag een oogje dichtknijpt wanneer het regenwoud vernietigd wordt, zolang dat betekent dat hij zijn boter wat beter smeert? Deugt de mens die zijn overvloed niet deelt met de behoeftige? Deugt de mens die zwijgt zolang misstand en leed een ander treft en niet hemzelf? Deugt de mens die zwijgt terwijl hij weet wat er zich aan de grenzen van Europa afspeelt? Deugt de mens die stemt op een politieke partij waarvan hij weet dat die een deel van de samenleving zal benadelen?

    Wie kan oprecht beweren niet één van die hiervoor genoemde mensen te zijn?

  15. Goed geschreven en waardevol om vanuit een ander perspectief te lezen en begrijpen. Helaas worden we in deze wereld niet echt democratisch behandeld en begint het meer en meer op een dictatuur te lijken. De ‘gewone’ mens heeft erg weinig te vertellen over het hoe en wat in het leven. De elite zou zich wel aangesproken moeten voelen over met name hoe ondemocratisch men nu bezig is. Ook tv , internet , kranten zitten vol met ondeugdelijkheden en is het makkelijk volkeren op het verkeerde pad te zetten.

  16. Dit boek mag het predicaat non-fictie niet hebben! Om met zoveel zelfvertrouwen te schrijven over onderwerpen waar je werkelijk geen benul van hebt, dat vergt een bijzondere hooghartigheid. Bregman zet zich hard af tegen The Selfish Gene, omdat hij het naar eigen zeggen een deprimerend boek vond. Het is echter pijnlijk duidelijk dat hij het niet gelezen heeft! Waar The Selfish Gene de lezer wapent met diepe inzichten in de ijzeren evolutionaire logica en hem bevrijdt van alle gerelateerde denkfouten, getuigen Bregman’s woorden van een maagdelijke onnozelheid op dit vlak. Ingewijden in de materie zijn eraan gewend geraakt om zich bij het overpeinzen van een schijnbare onverklaarbaarheid die ene relevante vraag te stellen: qui bono? (wie heeft hier baat bij?) Op deze manier raakt het onveranderlijke antwoord ingesleten: de genen! Zij hebben er baat bij en in dat licht bezien, valt alles steeds op z’n plek. Bij Dhr. Bregman hoeft er niets op z’n plek te vallen: hij kan een boek al interpreteren op basis van de titel alleen! Het zou alleen lachwekkend zijn als niet zoveel mensen dit serieus nemen. Geen kennis te nemen van andere standpunten dan wat je eigen onderbuik je ingeeft, is een intellectuele doodzonde. Zeker wanneer je je in een volwassen, maar voor jou volstrekt onbekend vakgebied begeeft. Dit is een aspirant-‘grote denker’ onwaardig.
    De stelling dat de meeste mensen deugen is vanzelfsprekend waar en van een buitengewone trivialiteit. Dit is welbeschouwd een extreem slappe hypothese en dus in de verste verte niet radicaal, zoals de schrijver claimt. Het zou een wilde bedoening zijn als het niet waar was dat de meeste mensen deugen. Zien we hierin misschien een glimp van Bregman’s recentelijk afwerpen van het cynisme van zijn Katholieke jeugd? Dat er veel te veel zwartgalligheid in de wereld is, terwijl talloze zaken juist beter gaan dan ooit tevoren, dat is een overtuiging die ik van harte deel met de schrijver. Wie daarin geïnteresseerd is, hoeft zich echter niet met deze anekdotische praatjes te laten afschepen. Er zijn inmiddels vele bronnen van goed geïnformeerd optimisme.
    Saillant feit is dat de door Bregman zo gehate en bovenal verkeerd begrepen Selfish Gene theory accuraat voorspelt dat zelfzuchtigheid op het niveau van het gen – onontbeerlijk voor stabiliteit – juist de condities schept waaronder altruïsme op het niveau van het individuele organisme kan evolueren! De vele auteurs die op interessante wijze geschreven hebben over de oorsprong van de menselijke moraal, hebben één ding gemeen: zij hebben de selfish genery in de vingers en snappen dat juist hierin de oplossing ligt voor de paradox van Darwin. Hoe kan een strijd zonder genade onbaatzuchtigheid laten ontstaan en zelfs belonen? Zo: het zelfzuchtige gen – overigens tegen wil en dank – heeft ons geprogrammeerd om anderen uit de brand te helpen en er zodoende zelf de vruchten van te plukken via de kopieën die (statistisch) aanwezig zijn in diezelfde anderen. Inmiddels weten wij, als enigen op aarde, de zelfzuchtige genen moeiteloos om de tuin te leiden (contraceptie, ect.), maar dat laat onverlet dat hun zelfzuchtigheid de reden is waarom de meeste mensen deugen. The Selfish Gene is niet slechts een paar maatjes te groot voor Bregman, maar bovendien, zonder dat hij het zelf begrijpt, in feite de stevige basis voor zijn betoog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.