Donderdag, 2 augustus, 2018

Geschreven door: Rijser, David
Artikel door: Weterings, Vera

De portiek van de buren

Een ontdekkingsreis door de interpreaties van het klassiek denken

[Recensie] Het boekje De portiek van de buren is het themaboekje van de Week van de Klassieken, een traditie die Uitgeverij Athenaeum, Ambo Anthos en Amsterdam University Press al een aantal jaren in ere houden. Zo verschenen eerder themaboekjes als Afdalingen (2017) van Marjoleine de Vos bij Ambo | Anthos, Wandelen door het antieke Rome (2016) van Luc Verhuyck bij Uitgeverij Athenaeum en Te wapen! (2015) Van Hein van Dolen, Olivier Hekster en Fik Meijer bij Uitgeverij Athenaeum. Dit jaar kwam het themaboekje bij AUP vandaan: De portiek van de buren door David Rijser. David Rijser doceert Klassieke Talen en Cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder verscheen van zijn hand Een telkens nieuwe oudheid. Of: Hoe Tiberius in New Jersey belandde (2016). Met het themaboekje van 2018 gaat Rijser op zoek naar manieren waarop denken in antieke literatuur en beeldende kunst werd weergegeven.

De erfenis van het antieke ‘denken’ is dan ook veel complexer, rijker en curieuzer dan je op het eerste gezicht zou verwachten. Nu de huidige samenleving steeds materialistischer wordt, komen we weer dichterbij de manier waarop Homerus, en na hem de materialistische filosofen in de Oudheid over het denken dachten: het denken en bewustzijn was onderdeel van het fysieke bestaan. Rijser laat in zijn boek aan de hand van diverse voorbeelden zien hoe. Zo onderzoekt hij het ‘denkatorium’ uit een komedie van Aristophanes en luistert meelevend naar de wanhoop van Medea en Dido.

Het is merkwaardig dat antieke intellectuelen en dichters vanaf de Renaissance een vertekende reputatie van ‘diepe denkers’ hebben gekregen. Zo blijkt uit het boek wanneer Rijser zijn titel De portiek van de buren verklaard. In het Symposium van Sokrates is een citaat terug te vinden over een slaaf die voor een vriend Sokrates opzoekt en terugkomt met de boodschap: “die Sokrates van jullie heeft een heenkomen gezocht in de portiek van de buren en staat daar nu, en als ik hem roep wil hij niet binnenkomen!” Waarop Sokrates’ vriend Aristodemus antwoord: “laat hem nou maar. Sokrates heeft nu eenmaal die gekke gewoonte; soms zondert hij zich plotseling af en blijft dan staan waar ook maar hij zich dan bevindt.” Tegenwoordig associĂ«ren we een portiek met een plek voor zwervers, hangjongeren of drugsverslaafden. Rijser:

“Voor de Grieken in het klassieke Athene wat het niet anders – en het is dus veelbetekenend dat de beroemdste denker aller tijden hier aan dat illustere gezelschap van leeglopers wordt toegevoegd.” (p. 63)

Wandelmagazine

Recente interpretaties van dit beeld van Sokrates hebben echter meer oog voor het sociale aspect van niet-sociaal gedrag en interpreteren Sokrates in de portiek van de buren als een vorm van ‘vertoning’ waarbij hij tijdens zijn denkproces gezien en opgemerkt wilde worden. Deze uiterlijke vertoning van Sokrates wordt gekoppeld aan het denken, dat was een interpretatie die in het verleden vaak aan dit soort beelden werd gelinkt, waardoor ze nogal eens verkeerd zijn geïnterpreteerd. Zo hebben de Atheners in 1926 toen zij een heuse academie voor wetenschappen oprichtten een beeld van Sokrates neergezet in een voor hen karakteristieke pose, als denker. Deze pose blijkt echter helemaal niet zo karakteristiek. Rijser wijst er in zijn boekje op dat wat we nu interpreteren als een beeld van iemand die aan het denken is, in de Oudheid waarschijnlijk een heel andere betekenis had. Dat komt doordat het in beeld brengen van denken problematisch is. Bij het duiden van een hoofd heb je op zijn minst een lichaam nodig, zeker in een maatschappij zoals de antieke, is een beeld vaak niet in zijn geheel bewaard gebleven. Daarbij biedt de karakteristieke denkerspose minder zekerheid dan je op het eerste gezicht zou denken. Rijser neemt hiervoor het voorbeeld van Athene die leunt op haar lans, een beeld uit het Akropolis Museum in Athene. Wat is Athene aan het doen? Treurt ze bij een gedenksteen over de Atheense slachtoffers in de Perzische Oorlog? Mijmert ze bij een grenssteen over de grenzen van haar macht? Of is ze simpelweg aan het uitrusten? Dat laatste blijkt het meest aannemelijkste doordat er uit de Oudheid veel afbeeldingen van ‘uitrusters’ bekend zijn en uitrusten bovendien een manier was om je te onderscheiden van jongeren en werklui. Uitrusten was een vorm van burgerschap dat zich scholù, oftewel vrije tijd,  kon permitteren. Volgens Rijser is het dan ook opmerkelijk dat juist beelden van mensen die lijken te denken, maar in feite uitrusten, later beroemd zijn geworden.

De opmerkelijkste conclusie die Rijser trekt uit het kijken naar manieren waarop denken in de Oudheid werd verbeeld, is het inzicht dat wat later de meest fundamentele verwoording van het Christelijk geweten zou blijken te zijn, laaft aan de geheime bron van de Latijnse erotische liefdespoëzie, door er de taal en de denkvorm van te gebruiken. Vanuit literair-historisch perspectief is het denken van Augustinus immers net als dat van Catullus:

“En ik weet niet hoe het de lezer vergaat, bij mij werkt het nog steeds zo: denken is (een vorm van) praten.” (p. 31)

Dat is De portiek van de buren zeker. Met zijn vlotte schrijfstijl neemt Rijser de lezer mee op ontdekkingstocht door de wijze waarop er door de eeuwen heen over het denken in de Oudheid is gedacht en hoe dat denken (verkeerd) is geĂŻnterpreteerd. Dit maakt het boekje niet alleen interessant voor classici en filosofen, maar een breder publiek. Het zakformaatboekje biedt immers genoeg stof tot nadenken!

Eerder verschenen op Heredits Nexus