Zaterdag, 23 december, 2017

Geschreven door: Romeijn, Koen
Artikel door: Klein Haneveld, Johan

De stropploeg

Wat ouderwetse SF werd uiteindelijk meeslepend

Disclaimer: Ik ken de auteur niet en kocht het boek op Castlefest bij de stand van zijn uitgever, aangezien ik het belangrijk vind de schaarse Nederlandse SF die tegenwoordig verschijnt ook zelf te lezen.

Een SF-roman van Nederlandse bodem. Dat is altijd iets om te vieren en mag van mij veel frequenter voorkomen. En het is direct een ambitieus boek, en dat is ook iets om toe te juichen. Duidelijk niet gewoon een verhaaltje, maar een Verhaal met een thema, een commentaar op elementen van onze samenleving (de onpersoonlijke communicatie, ons vertrouwen op techniek en onze zelfzuchtige manie om hogerop te komen – terwijl de planeet verloren gaat en we onszelf kwijtraken) en een weergave van de onrust en het gevoel niet thuis te horen in de wereld dat ons kan treffen.

Helaas had ik moeite om in het verhaal te komen. Het begint met een hoofdstuk waarin in een dialoog tussen de karakters in een kroeg wel heel veel informatie de revue moet passeren – dat had wellicht wat spannender gekund. Vervolgens blijkt het hoofdpersonage nogal losse handjes te hebben en graag een knokpartij te beginnen. Het is niet makkelijk sympathie voor hem op te brengen, en de tegenstrijdigheden in zijn karakter zijn moeilijk met elkaar te verenigen. Zo zou hij ook gevoelig moeten zijn voor natuurschoon? En een toptechnicus? Dat vond ik wat onwaarschijnlijk.

De schrijver maakt veel gebruik van ‘tell, don’t show’ om de lezer toch te proberen te overtuigen dat hij in de grond een goede jongen is, maar ik vond het jammer dat ik dat maar van de auteur aan te nemen had. Verder vond ik dat vooral het begin van het boek ook weinig nieuws te brengen had op SF-gebied. Het leek eerder een hommage aan oudere SF-werken dan dat het op de hoogte was van nieuwe stromingen en schrijfwijzen in het genre. Het gaf me het idee dat de auteur niet echt op de hoogte is van de ontwikkelingen in het genre. Dat gaf het wat oubolligs, om eerlijk te zijn. De robots hadden wel veel van die van Asimov weg (die schrijver werd ook bij naam genoemd) en er waren nogal clichĂ©matige aliens. En dat de mensheid over een paar decennia, zelfs met hulp van aliens, zwarte gaten zou kunnen gebruiken voor instantaan transport en over anti-zwaartekrachttechnologie zou beschikken was misschien nog geloofwaardig in de jaren ’70, maar is met de huidige kennis van de wetenschap wel heel onwaarschijnlijk. Ook de schrijfstijl leek naar die tijd en die boeken terug te verwijzen, met heel wat bijvoeglijke naamwoorden en een complexiteit die niet altijd nodig was. Ik vond gelukkig maar een paar drukfoutjes, verder was het prima geproduceerd en geschreven, maar er had wel wat aan geschraapt kunnen worden.

Bazarow

Maar toch geef ik dit boek bijna vier sterren. Dat is omdat de elementen waar ik me aan ergerde (de antizwaartekrachttechnologie en instant transportsystemen) verderop in het boek minder aan de orde kwamen en een interessanter plot de overhand nam, met bases in de ruimte, een multidimensionaal wezen en de techniek om herinneringen te wissen. Uiteindelijk vond ik het verhaal werkelijk spannend worden en waar ik het eerst moeilijk vond lezen schoot ik er uiteindelijk doorheen. Ook de rol van de robots bleek wat meer originele elementen te hebben dan ik had verwacht, en Andrews bleek een plezierig karakter om mee mee te leven. De schrijver toonde in dit deel van het boek onmiskenbaar ambitie en leek het vergezicht te bieden op een groter verhaal, een moderner verhaal ook, met meerdere lagen. De hoofdpersoon bleef echter niet helemaal geloofwaardig, maar ik kijk zeker uit naar het vervolg, waar het einde van dit boek op zinspeelt.

Eerder verschenen op Hebban