Vrijdag, 3 juli, 2009

Geschreven door: Aken, Jan van
Artikel door: Baggen, Fred

De valse dageraad

Over een wolvestaart en een palimpsest

Jan van Aken ‘heeft iets’ met Arabieren, of liever: met de Arabische klassieken. En niet alleen de Arabische trouwens. Voor de lezer die een beetje thuis is in de Middeleeuwse geesteswetenschappen, de klassieke wijsbegeerte, de Koran en die goeie ouwe Bijbel, kan met het lezen van De valse dageraad een feest der herkenning beginnen.

Ook voor wie niet thuis is in de klassieken valt er een hoop te genieten: het verhaal leest als een spannende ‘schelmenroman’, en voortdurend moet de neiging om snel even vooruit te bladeren bedwongen worden. Geregeld wordt de lezer verrast met vondsten die een glimlach van herkenning of bewondering afdwingen.

Jan van Aken roept in De valse dageraad een wereld tot leven van keizers, schavuiten, bedriegers, pausen, dichters, zuiplappen, christenen, koningen, machtswellustelingen, purpergeborenen, slaven, mohammedanen, heiligen, vikingen, paleiswachten, ijzersmeden, krijgers, boetelingen, bisschoppen, monniken en novicen.
De titel verwijst naar een natuurfenomeen dat al in de zevende eeuw bij de moslims bekendstond als Dhanab al-Sirhan, of ‘(grijze) wolvestaart’: het allereerste gloren van de dag, de luttele momenten waarop het zonlicht zich als een verticale streep door het nachtelijk floers perst. Deze valse dageraad ging vooraf aan de ware dageraad, en pas dan werd het tijdstip van gebed en onthouding vanaf de minaretten verkondigd.

Het is op dit mystieke tijdstip dat het kaderverhaal zich afspeelt. De 99-jarige monnik Hroswithus van Wikala heeft gedurende de laatste dagen van zijn leven in zijn kloostercel een oude bijbel afgekrabd, en tekent daarin zijn roemruchte levensverhaal op. Ondanks zijn hoogbejaarde leeftijd is Hroswithus, of kortweg Hroswith, nog kwiek van geest en beschikt hij over een uitstekend geheugen. Op de pagina’s die ooit van de Evangeliën spraken, ontstaat nu een onheilige hagiografie:

Trouw

‘Ik zal niet in het Latijn van de clerus schrijven, maar in een taal die nooit eerder op schrift is gesteld; die van het volk waartoe ik behoor. Wijk, kromme regels, warrige karakters van een wormstekige waanleer! Wijk voor het roemruchte leven van Hroswithus Wikalensis, wereldreiziger en geleerde.’

En dan volgt een onderhoudende levensbeschrijving van de geleerde wereldreiziger. Als jonge smidszoon ontmoet hij Adela, de verleidelijke, manipulatieve dochter van de graaf. Zij zal een onuitwisbare indruk op Hroswith maken, en is later de oorzaak dat hij de streek moet verlaten.Deze vlucht uit zijn geboortegebied is het begin van een lange reeks omzwervingen, die hem tot voorbij de grenzen van Europa brengen. Hij komt in benarde situaties terecht, maar door zijn intelligentie en vindingrijkheid weet hij telkens weer aan het gevaar te ontsnappen. Een onblusbare nieuwsgierigheid naar verre horizonten en wetenschappelijke kennis maakt van hem een waarachtig wereldreiziger. Door zijn opzienbarende talenkennis weet hij zich moeiteloos staande te houden in de landen die hij aandoet, en verwerft gaandeweg de status van ‘geleerde’. Dit tweespan van avontuur en kennis is wat het leven van Hroswithus van Wikala zo boeiend maakt, en daarmee ook onze leeservaring.

Na een jarenlange afwezigheid keert Hroswith terug naar de Lage Landen, waar hij zich vestigt en een gezin sticht. Maar de rust is van korte duur, want hij wordt door Adela, inmiddels gouwgravin, ontboden; hij moet haar op de Rijksdag bijstaan als raadsman in een tegen haar aangespannen proces. Aan het hof maakt Hroswith kennis met Otto, keizer van het Heilige Roomse Rijk, en diens leermeester Gerbert. Hij weet beiden snel voor zich in te nemen en krijgt het verzoek zich aan te sluiten bij het rondtrekkend gezelschap, dat als einddoel Rome heeft.

Deze laatste episode leest minder vlot dan Hroswiths wederwaardigheden temidden van vikingen en moslims. Ze lijkt meer dan voorheen op historische gebeurtenissen te steunen, en er is in vergelijking tot het voorafgaande een veel trager tijdverloop, doorspekt met details en zijdelingse vertellingen. Voor de lezer die niet bovengemiddeld in de Middeleeuwen is geïnteresseerd, kunnen de passages die zich in Rome en op de noordwaartse doorreis in Italië afspelen, minder boeiend zijn, of zelfs te wijdlopig om met aandacht te blijven lezen. Toch weet Van Aken met zijn rijke taalgebruik, humor en groot verteltalent te boeien, te imponeren. Voor liefhebbers van op ware gebeurtenissen en personages gebaseerde historische romans is De valse dageraad een zinderende leeservaring.

Terug naar het kaderverhaal. Aan het slot, als we ons in de kloostercel van de 99-jarige Hroswith bevinden, waar de novice Bodo hem bijstaat en stiekem over zijn schouder meeleest, priemt die bij de mohammedanen al eeuwen bekende wolvestaart juist door de haveloze mantel van de westerse nacht. De novice, die binnenkort zijn eeuwige kloostergelofte aflegt, kiest zijn eigen moment met stijl: hij maakt zich uitgerekend tijdens het voltrekken van de valse dageraad los van de kloosterstilte; hij heeft immers Hroswiths levensverhaal gelezen, dat hem de ogen heeft geopend. Hij werpt zijn ordekleed af en trekt de wijde wereld in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *