Vrijdag, 2 oktober, 2020

Geschreven door: Carrasco, JesĂșs
Artikel door: Reinewald, Chris

De vlucht

Geweld kent weinig woorden

[Recensie] Met De Vlucht (2013) maakte de Spaanse JesĂșs Carrasco een stormachtig debuut. Ook zonder alom klinkende loftuitingen kruipt het rechtlijnige, mysterieuze verhaal, destijds een bestseller, nu onder de huid.

De origineel Spaanse titel Intemperie betekent guurheid of rauwheid, wat de sfeer van het boek perfect verwoordt. Alleen klinkt dit minder spannend dan ‘de vlucht’ waar het verhaal inderdaad over gaat. Met de zeer kleine ‘bezetting’ en de bijna tastbare atmosfeer lijkt het boek uitermate geschikt er een intieme film of theaterbewerking van te maken. Toch liet Carrasco na te vertellen over wie, waarom, wanneer en waar het verhaal om draait.

Weliswaar beschrijft hij zeer gedetailleerd en plastisch wat gebeurt maar hoofdzaken laat hij onuitgelegd. De hoofdpersoon is een niet bij naam genoemde jongen van hoogstens tien die vlucht. Waarvoor? Voor een corrupte dorpsrechter blijkt al gauw. Naam van het dorp: onbekend. Gezien het beschreven landschap speelt het in de arme provincie Extramadura. Alleen door een motorfiets vermoed je dat ‘het’ ergens in de twintigste eeuw gebeurd moet zijn. Het verlaten dorp op een blakerende vlakte en een geitenherder zijn van alle tijden. Op de eerste pagina kruipt de jongen uit een lemen schuilplaats tevoorschijn. Een prachtig beeldende opening.

(In net zulke desolate Spaanse locaties plaatste de Nederlandse diplomaat-schrijver F.C. Terborgh onthechte eenlingen die een onafwendbaar lot wachtte. Onmogelijk natuurlijk dat de jonge Carrasco zijn, ook in Nederland vergeten, collega van 80 jaar geleden zou kennen.)

Trouw

Geitenhoeder

Als hij zich verplaatst is de jongen extra oppassend. Ook voor de oude, verzwakte geitenhoeder die hem een paar keer het leven redt. Net als de jongen op zijn beurt doet. De fysieke bedreiging komt van de rechter en zijn handlangers. De bullebak heeft iets te vereffenen. Je vermoedt iets wat een kind niet met een oudere man mag meemaken. Een diabolische rol speelt de invalide restauranthouder die jaagt op de beloning die op het hoofd van de jongen staat, maar hem wel eerst te eten geeft.

Carrasco’s strak gestileerde verteltoon biedt amper ruimte tot bijkomen. Conversaties beperken zich tot het hoognodige. “Hou op met slaan, jongen. Geef me wat water.”

Hierin klinkt staccato Iberisch Spaans vanonder de stijve bovenlip. De geserreerde aanpak past bij Spaanse films uit de late Franco-periode die met strategisch gezwijg politieke gevoeligheden omzeilden. De fixatie op geweldsuitbarstingen is ouder. Spanjaarden kunnen even onbetamelijk feesten als vechten, wanneer men het onrecht van jaren niet meer verdraagt. Generaties lang blijven onuitgesproken tegenstellingen bestaan. 

Sinds enkele jaren is de Burgeroorlog onderwerp van de actuele Spaanse literatuur. Ook De Vlucht past daarin, al noemt niemand in het boek dat Beest bij de naam. De verstilde slotbeelden zijn als in een western. Niemand staat meer op zijn benen. De jongen rust uit. Eindelijk
 regen.

Voor het eerst op gepubliceerd op De Leesclub van Alles