Zaterdag, 2 december, 2017

Geschreven door: Ranitz, Agnita de
Artikel door: Nooij, Marjon

De vrouw op het perron

Het grote gemis van een overleden tweelingzusje

Den Haag, 1968.

[Recensie] De vrouw op het perron is het warme verhaal van Cornelia Nevenzeel, een vrouw van begin vijftig en al een poosje niet meer gelukkig in haar huwelijk. Al vele jaren draagt Cornelia het grote verdriet met zich mee dat zij en haar man geen kinderen hebben gekregen. Eenmaal was ze zwanger, maar dat eindigde jammerlijk met een miskraam.

De beginjaren van hun huwelijk waren gezellig, liefdevol en warm, maar haar man Henk negeert haar de laatste tijd grotendeels. Wanneer hij wĂ©l iets heeft te zeggen kleineert hij haar, is kortaf en moppert. Hij gooit haar lelijke dingen voor de voeten en is ’s avonds steeds vaker weg naar de klaverjasclub. Van enige vorm van intimiteit is ook al heel lang geen sprake meer. Cornelia heeft het idee dat de reden hiervoor is dat ook hij teleurgesteld is in hun kinderloze bestaan.

Cornelia prijst zich gelukkig met een aantal leuke en trouwe vriendinnen, maar er knaagt nĂłg een gemis aan haar. Al sinds ze een jaar of vier is weet ze dat ze een deel is van een tweeling en een zusje heeft gehad. Geesje is echter al na tien dagen overleden. Voor haar ouders een groot verdriet en haar moeder heeft er haar hele verdere leven niet mee om kunnen gaan en heeft nooit het grafje willen bezoeken. Al vanaf haar vroegste jeugd gaat Cornelia wel regelmatig met haar vader naar de R.K. Begraafplaats in Crooswijk.

Spiegelbeeld

Het is voor Cornelia totaal onverwacht wanneer ze op het station van Delft oog-in-oog komt te staan met een vrouw in wie ze zichzelf herkent, haar spiegelbeeld. Deze vrouw draait zich echter plotseling om en maakt zich uit de voeten. Cornelia is geschokt en ziet haar om de hoek verdwijnen. Ze probeert nog om haar te volgen, maar vanwege de drukte verliest ze de mysterieuze vrouw toch uit het oog.

“Het bonkte nu in haar hoofd: Het kan niet, het kan niet.”

“Ze kon maar beter met de deur in huis vallen.’Henk, denk je dat ik mijn tweelingzusje kan hebben gezien?’
‘Wat vertel je me nu weer voor onzin.’
‘Het is waar, ik denk dat ik haar ben tegengekomen,’ zei Cornelia.
‘Je bent niet helemaal lekker. ‘Hij streek met zijn vingertoppen over zijn snor.
‘Henk, stel je voor dat zij het was. Geesje!’ Haar stem sloeg over.
Hij pakte zijn servet, veegde met zorg zijn mond af en mompelde: ‘Wat een zotteklap ben je toch.’ ‘Toen stond hij op en beende naar de gang. ‘Ik ga weer eens wat klaverjassen.’
‘Vandaag?’
Een harde dreun was het antwoord en de muren trilden.”

Cornelia laat het er niet bij zitten en gaat bij haar vriendinnen te rade. Het lijkt op zoeken naar de bekende speld in de evenzo bekende hooiberg, maar ze besluiten om posters te maken en die op te hangen in het station van Delft, in de hoop dat de ‘dubbelgangster’ contact met haar zal opnemen. Ondertussen gaat ze een aantal maal naar het graf van Geesje, waar ze een gele roos aantreft op de dag dat ze jarig is. Wie heeft die daar neergelegd en met welke reden?

Agnita de Ranitz heeft voor De vrouw op het perron veel research gedaan en uit haar herinneringen geput. Ze heeft een mooi tijdsdocument gemaakt, door allerlei dingen uit vroeger jaren aan te halen en te beschrijven. Zo verweeft ze de oorlog, de Hongerwinter, de paardentram en opkomst van de metro, de kruidenierswinkel, het koetsje van de dokter en allerlei panden, een kerk en café die echt hebben bestaan. Ook taalgebruik en enkele woorden die toentertijd gebruikt werden passen heel mooi in de tijd waar ze over schrijft.

De auteur heeft een tweede laag verweven in het boek. Een cursief draadje dat vertelt over een oudere, zieke vrouw die niet lang meer te leven heeft. Pas aan het einde van het verhaal krijgt deze vrouw een naam, wat de verrassing groot houdt. De auteur weet de aanwijzingen te bewaren voor een later moment en ze geeft niet te snel teveel weg, zodat de plot nergens voorspelbaar is.

Het idee voor deze roman is voortgekomen uit een artikel in de krant, waarin stond dat een vrouw (78) op zoek was naar haar ‘overleden’ tweelingzus. De auteur heeft het boek overduidelijk met veel liefde geschreven. Het is echter een minpuntje dat er toch een aanzienlijke hoeveelheid herhalingen in het verhaal zijn te lezen. Het geeft de indruk dat de auteur haar best wil doen om voldoende informatie te geven, maar over het hoofd heeft gezien dat ze dit al had beschreven. Niettemin is het een vlot en soepel te lezen roman. De personages zijn duidelijk uitgewerkt en hebben allen een heel eigen karakter meegekregen. Nawoord, dankwoord, bronvermelding Ă©n foto’s uit vroeger tijd zijn een mooie en verduidelijkende aanvulling op het verhaal. Een heel fijn boek voor de koude wintermaanden.

Over de auteur

Agnita de Ranitz (1952) komt oorspronkelijk uit Den Haag en heeft het verhaal van haar debuut geplaatst in de omgeving van haar jeugd. Zelf is ze ook deel van een tweeling en heeft haar broertje nooit gekend. In Parijs heeft ze een opleiding kunstgeschiedenis gevolgd en na haar huwelijk heeft ze zich definitief gevestigd in Frankrijk. Ze is heeft een brede interesse. Zo heeft ze jarenlang pianoles gegeven en mag ze graag beeldhouwen. Geregeld neemt ze deel aan tentoonstellingen. Het schrijven is de laatste jaren een passie waar ze zich in uit kan leven.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken