Vrijdag, 20 juli, 2018

Geschreven door: Kolk, Geert van der
Artikel door: Trouwborst, Jannie

De witte reiger

De ontdekking van Nieuw-Guinea

In het najaar van 1907 vaart de jonge luitenant Antonie de Lussanet naar de zuidkust van Nieuw-Guinea. Hij heeft de opdracht het gebied in kaart te brengen en contact te leggen met de bewoners. Maar dat blijkt allemaal veel ingewikkelder dan verwacht.

[Recensie] Geert van der Kolk heeft deze avonturenroman rond gefingeerde manschappen van De Zwaluw (een oud militair stoomschip) gebaseerd op de verhalen en militaire verslagen uit de periode 1907-1915. De militaire exploratie van Nieuw-Guinea was een Nederlands-Indisch overheidsproject dat in gang werd gezet na een advies in 1906 van militair inspecteur Hendrik Colijn aan J.B. van Heutsz, gouverneur-generaal van Nederlands-Indiƫ, om grote delen van het dan nog vrijwel onbekende binnenland van Nederlands-Nieuw-Guinea te doorkruisen en in kaart te brengen met behulp van militaire detachementen. De eerste tocht werd ondernomen in 1907 door het zuidelijke detachement, bestaande uit tachtig militairen en een gelijk aantal veroordeelde dwangarbeiders, die het zware werk moesten verrichten.

Uiteindelijk bleken de exploraties een succes: er kwamen gedetailleerde landkaarten, onbekende Papoeastammen werden ontdekt en er werden duizenden etnografische voorwerpen verzameld. Maar niet zonder slachtoffers: er vielen 140 doden onder de verkenners en eveneens vonden vele honderden Papoea’s de dood tijdens de exploratietochten. Bij het grote publiek zijn de tochten die in het kader van de militaire exploratie zijn afgelegd weinig bekend geworden. Dit is het gevolg van de zakelijke verslaggeving in specialistische, veelal militaire tijdschriften maar vooral ook omdat achteraf geen vlotte, anekdotische reisverhalen zijn geschreven door een of meer van de deelnemers.

De witte reiger

Schrijven Magazine

En daar heeft Geert van der Kolk met deze roman op een intrigerende manier verandering in gebracht. De roman begint met het klaar maken van de boot en het vertrek uit Ternate in Nederlands IndiĆ«. De eerste hoofdstukken zijn brieven die luitenant de Lussanet schrijft aan zijn verloofde in Nederland. We leren daarin meteen de hoofdpersonen en de overige manschappen kennen die deel nemen aan de tocht. De exploratie begint aan de moerassige zuidkust met het binnenvaren van een riviermond, tot men niet verder kan. Dan is het zaak met kano’s en te voet verder te gaan en basiskampen in te richten.

Niet elke Papoeastam ontvangt de witte Hollanders op een vredelievende wijze, ondanks de halfbloed tolk Rufus (met een moeder van de Asmatstam) die met De Lussanet mee reist.Ā Er sneuvelen zowel manschappen als Papoea’s, de bemanning raakt elkaar kwijt en uiteindelijk keert De Zwaluw terug in de veronderstelling dat De Lussanet en Rufus zijn omgekomen.

Ze zijn echter gastvrij opgevangen door een onbekende stam, waarvan ze nauwelijks de taal verstaan. Ze ondernemen verschillende pogingen om terug te keren naar de kust, maar als dat een aantal maal mislukt besluiten ze voorlopig bij de stam te blijven wonen. Ze leren de taal, maken kennis met allerlei (soms wrede) gebruiken, verhalen en etnografische voorwerpen. Een ideale manier om lezers iets bij te brengen over hoe deze mensen destijds nog leefden, vergelijkbaar met de steentijd bij ons. Het is daardoor zowel een spannend als een informatief boek.

Rufus en De Lussanet zijn totaal verschillende karakters die door hun verhouding een humoristisch tintje geven aan het verhaal. Ze zijn op elkaar aangewezen, zeker bij hun pogingen om een uitweg te vinden naar de geciviliseerde wereld. Rufus lijkt zich er eerder bij neer te leggen dat dat niet gaat lukken en past zich aan aan de gebruiken van de stam. De Lussanet tracht de bevolking juist wat beschaving bij te brengen, doet zelfs een poging ze te leren lezen, maar wordt daar doorgaans om uitgelachen. Als Rufus hem ontvalt, slaat de eenzaamheid pas echt toe. Hij begint gesprekken met zichzelf te voeren, voelt zich buitengesloten en eenzaam. Maar dan ziet hij een grote witte zilveren vogel brommend over het huttendorp scheren. “Zie je wel dat ik gelijk had”, roept hij zijn tijdelijke stamgenoten toe, “dat is het vliegtuig waar ik jullie over vertelde!”

Hij pak snel zijn spullen bij elkaar en haast zich naar het meer waarvan hij verwacht dat het reddende watervliegtuig daarop zal landen…..

Van de Noordpool naar Zuidelijk Nieuw-Guinea

Het eerste boek van Geert van der Kolk dat ik las, was Noordtij. Ook een gefingeerd verhaal rond een echte wetenschappelijke expeditie: naar de Noordpool in het Internationale Pooljaar 1882. En net als in deze roman zijn het vooral de eigenschappen van de hoofdpersonen en de onderlinge verhoudingen die een belangrijke rol spelen in het verhaal. In Noordtij gaat het om de gevarieerde bemanning van het schip, in De witte reiger om de beide mannen onderling en om de verhouding met specifieke leden van de Papoeastam. Noordtij sprak mij meer aan, maar dit boek mag er ook zijn, vooral vanwege de extra etnografische informatie.

Naschrift:
– De roman Pioniers in de rimboe van W.K.H. Feuilletau de Bruyn, een van de deelnemers aan de serie exploratietochten, verscheen meer dan dertig jaar na dato (Haarlem: Spaarnestad, (1947)). Het beschrijft natuurgetrouw de wederwaardigheden van het zuidelijke detachement van 1909 tot 1911, maar luitenant Visser, de hoofdfiguur, is evenals de overige in dit boek genoemde officieren gefingeerd. Volgens de auteur combineren de door hem opgevoerde deelnemers de karaktertrekken van een aantal officieren dat destijds werkelijk aan de tocht deelnam.
– Daarnaast bestaat nog: Verslag van de militaire exploratie van Nederlandsch-Nieuw-Guinee 1907-1915. Weltevreden: Landsdrukkerij, 1920. (Bron: Wikipedia).

Eerder verschenen op Mijn Boekenkast