Dinsdag, 20 oktober, 2020

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Dijk, Jos van

Een draad in het weefsel

Overheidsbeleid uitvoeren naar de menselijke maat

[Recensie] De ergernis over het werk van uitvoerende overheidsdiensten, zoals de Belastingdienst, het UWV, de IND of de politie groeit nog steeds. Kan het anders? Ellen Boleij pleit in haar boek Een draad in het weefsel; overheidsbeleid maken met Hannah Arendt voor het beter integreren van sociale en morele dimensies in het werk van al degenen die overheidsbeleid moeten uitvoeren. Dat zal de kloof tussen burger en overheid kleiner maken en helpen het vertrouwen in de overheid te herstellen.

Boleij heeft als jurist in diverse leidinggevende functies ervaring met de uitvoeringspraktijk bij de gemeentelijke en landelijke overheid. Ze promoveerde bij de Radbouduniversiteit op een proefschrift over besluitvorming bij uitvoerende overheidsinstanties in de geest van Hannah Arendt. Met dit boek wil ze overheidsdienaren inspireren vanuit haar bevindingen over de toepasbaarheid van de filosofie van Arendt. Ze doet dat heel direct door in haar boek de mensen die in hun dagelijks werk overheidsbeleid uitvoeren rechtstreeks toe te spreken. Met zinnen als: “Misschien weet je wat het allerbelangrijkste is in het leven”. Of “Je bent als medewerker die overheidsbeleid uitvoert gemotiveerd om bij te dragen aan het verwezenlijken van de doelstellingen van de organisatie. Je zet jouw kwaliteiten en talenten, je kennen en kunnen in. Je weet wat je doet zinvol is.” Enzovoort. Ik vraag mij af of je met dit taalgebruik de doelgroep van het boek wel kunt bereiken. Verder zit de poging om de boodschap zo simpel mogelijk over te brengen de weergave van Arendt’s diepergaande gedachten naar mijn idee nogal eens in de weg.

Maar laten we naar de inhoudelijke kant van die boodschap kijken. Wat haalt Boleij uit Arendts filosofie dat de uitvoering van overheidsbeleid menselijker en geloofwaardiger zou kunnen maken?

Bureaucratie

Sociologie Magazine

Hannah Arendt is vooral bekend vanwege haar visie op het proces tegen Eichmann, de ‘bureaumoordenaar’, die zich verdedigde met het beeld van zijn functie als een radertje in het geheel van de onpersoonlijke machine achter de uitroeiing van de Joden. Ahrendt verzet zich tegen dat beeld, dat past binnen de traditionele opvatting over een bureaucratie als neutrale, puur rationele organisatie, zoals de socioloog Max Weber die begin vorige eeuw ideaaltypisch heeft beschreven. Weber ziet zo’n organisatie als een machine met medewerkers die als radertjes in het systeem functioneren, objectief en uitsluitend dienstig aan de orders die van boven komen. Zo zou de dienst zonder persoonlijk onderscheid en subjectieve voorkeuren van zijn ambtenaren alle burgers gelijk kunnen behandelen en wordt corruptie voorkomen. De bureaucratie kent een absoluut onderscheid tussen persoon en functie en draait uitsluitend op regels, procedures en een hiërarchische, rationeel-technische organisatie. Maar zo is er bij de uitvoering van overheidsbeleid geen enkele ruimte voor morele aspecten en het aansluiten bij de leefwereld van de burgers, betoogt Boleij. Zij bouwt haar theorie op vanuit een schema waarin de rationeel-technische en juridische dimensies van de uitvoering van overheidsbeleid in balans worden gebracht met de sociale en morele dimensies.

De bedrijfsmatige overheid

Ook een meer moderne opvatting van de overheidsorganisatie als bedrijf keurt Ellen Boleij af. De overheid is geen bedrijf, de burgers zijn geen consumenten, maar participanten. De bedrijfsmatige insteek van overheidsdiensten heeft behalve een niet passend taalgebruik de focus gelegd op kosten- en batenanalyses, resultaat en rendement. Maar veel diensten van algemeen belang, zoals zorg, onderwijs, veiligheid kunnen niet met de maatstaven van particuliere ondernemeningen worden beoordeeld. Nog afgezien van het feit dat de overheid vaak monopolist is en de zogenaamde klant geen alternatief heeft. Ook de gelijkschakeling van overheidsdiensten met ondernemingen biedt geen ruimte voor de sociale en morele dimensies die aandacht verdienen om de overheid geloofwaardiger te laten functioneren.

Besluitvorming

Wat is dan wel een goede overheid? Geïnspireerd door de filosofie van Hannah Arendt richt Ellen Boleij zich in haar boek op de wijze van besluitvorming binnen uitvoerende organisaties. In een zorgvuldig opgebouwd betoog worden allerlei bouwstenen aangedragen die individuele uitvoerende overheidsdienaren in de ruimste betekenis van het woord en hun organisatie moeten stimuleren tot de integratie van sociale en morele aspecten in hun oordeels- en besluitvorming. Eenvoudige beslissingen kunnen misschien wel geautomatiseerd worden, maar als het even iets complexer wordt en de uitkomst van een beslissing niet voor de hand ligt moet er meer gebeuren.

Eerlijk gezegd werd het mij pas in het vijfde hoofdstuk Werk aan de winkel duidelijk wat dat meer dan inhoudt. Boleij ontleent aan Hannah Arendt acht aspecten van oordeelsvorming die bij beslissingen op verschillende niveaus een rol moeten spelen. Dat gaat dan over het omgaan met feiten en rationele overwegingen, met zin en betekenis van besluiten, persoonlijke integriteit, verantwoordelijkheid, communicatie ten dienste van gemeenschappelijkheid, omgaan met gevoelens en intuïtie, stilte en sprakeloosheid en het belang van een open mind.

Spiritualiteit

Het is niet niks, als je beseft hoe ingrijpend en omvangrijk het ‘werk aan de winkel’ is. Het vereist een totale cultuurverandering bij de overheid waarvan je je kunt afvragen of de politiek verantwoordelijken bestuurders dit zullen aandurven. Helaas beschrijft Boleij niet de weg die zij voor die verandering zouden moeten nemen. Met Ahrendt put ze vooral hoop uit een bottom-up benadering via de mensen die ze in haar boek toespreekt. Ze hoopt dat zij ‘de geest’ krijgen om de nodige veranderingen door te voeren. Daarvoor wijdt ze in een voor mij deels onbegrijpelijk hoofdstuk aan de hand van Ignatius van Loyala, Charles Taylor en anderen uit over levensbeschouwelijke inspiratiebronnen. Spiritualiteit moet helpen de overheid geloofwaardiger te maken. Gaat dat lukken?

Ondanks alle zweverigheid vind ik het boek, en dan met name het laatste hoofdstuk waarin de bouwstenen van Boleij’s betoog samenkomen met praktische voorbeelden van overheidsbeleid, zeker wel de moeite waard om over na te denken. Het is namelijk absoluut hoog “tijd om het roer om te gooien”, zoals de auteur in Vooraf schrijft, “tijd voor tegendraads uitvoeren van overheidsbeleid. Op weg naar geloofwaardig uitvoeren van overheidsbeleid.” Ik wens haar lezers een goede reis.

Eerder verschenen op Sargasso