Woensdag, 28 april, 2021

Geschreven door: Ham, Willem van der
Artikel door: Slechte, Henk

Een kleyn paleis

De geschiedenis van de Haagse buitenplaats Ockenburgh

[Recensie] Drie dichtersvrienden lieten een buitenhuis bouwen rond hun woon- en werkplaats Den Haag. Constantijn Huygens was in 1642 de bouwheer van Hofwijck bij Voorburg, Jacob Cats in 1652 van Huis Sorghvliet (nu bekend als het Catshuis). Theoloog, medicus en dichter Jacob Westerbaen (1599-1670) liet in 1647 zijn ‘kleyn paleis’ Ockenburgh bouwen. Het kustlandschap bij Loosduinen, de archeologische vondsten op het perceel dat Westerbaen in 1632 kocht en de geschiedenis van de buitenplaats worden in dit boek beschreven.

In de biografische hoofdstukken over Westerbaen is royaal aandacht voor zijn fameuze dichtwerk Arctoa Tempe over Ockenburgh. Dat Westerbaens neef Joseph de Bray in 1657 twee allegorische schilderijen heeft gemaakt met diens Lofdicht op de haringh, dat de haring beschrijft als middel om een kater te bestrijden, ontbreekt helaas. (Ze hangen in musea in Dresden en Aken). In het historische exposé over de particuliere bewoners tot 1916, de bouwgeschiedenis, de ingrijpende verbouwingen na Westerbaens dood en aanpassingen van de tuin/het park valt op dat het verhaal over de 20ste eeuw niet altijd vrolijk is: het landgoed versnipperde, werd eigendom van de gemeente Den Haag en ontkwam niet aan stadsuitbreiding. Aangrijpend zijn de verhalen over de Duitse en Oostenrijkse vluchtelingenkinderen die er in 1938 en 1939 verbleven, de ‘slag om Ockenburgh’ in 1940, de bezettingsjaren, en de Atlantikwall met de aanleg van bunkers in 1944.

Na de oorlog was Ockenburgh tot 1998 een jeugdherberg; projectontwikkelaars kwamen met wilde plannen, gelukkig zonder succes. Van 2003 tot 2013 leefden en werkten kunstenaars als anti-kraak in het uitgewoonde huis. Uiteindelijk is Ockenburgh dankzij een burgerinitiatief gerestaureerd en gered. Hoofdredacteur Van der Ham vertelt in het laatste hoofdstuk in detail wie in dat initiatief welke rol speelde, hoe soms moeizaam maar toch vooral constructief de samenwerking tussen de Stichting tot behoud van de Historische Buitenplaats Ockenburgh en de gemeente Den Haag was, en dat Ockenburgh in 2020 met veel respect voor zijn geschiedenis aan een nieuw leven als ontspannings- en ontmoetingsplaats kan beginnen. Nuttige eigentijdse geschiedenis én bijna een handleiding, omdat veel buitenplaatsen een nieuwe toekomst moe(s)ten vinden. Dit mooi uitgegeven boek is een bijdrage aan de geschiedenis van Den Haag, maar ook aan die van de buitenplaats in het algemeen.

Boekenkrant

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine