Vrijdag, 26 oktober, 2018

Geschreven door: Mantel, Hilary
Artikel door: Voskamp, Nico

Een veiliger oord – deel 1 Vrijheid

Extraordinair vakwerk

[Recensie] De Franse Revolutie is een dankbaar onderwerp om vuistdikke, al dan niet exceptioneel uitputtend gedocumenteerde boeken over te schrijven. Victor Hugo, Charles Dickens, Daphne du Maurier en onze eigen Simon Schama, Nelleke Noordervliet, Simone van der Vlugt deden het, om enkele van de vele namen te noemen. En Hilary Mantel dus, in een trilogie met de nogal plechtstatige titel Een veiliger oord.

En ze doet het magnifiek door geen geschiedkundige opsomming met tijdlijn en jaartallen te geven, maar de Revolutie van binnenuit te laten gebeuren. Mantel zit haar personages dicht op de huid. De blurbtekst op de achterflap kan hier onverminderd worden geciteerd: “Mantel beschrijft burgers en werklieden die niet langer genoegen nemen met de verdeeldheid van de standen en de oneerlijke rechtsstaat, en als lezer ervaar je dat alsof je waarnemer bent, en dat het logisch is om ‘revolutie’ te roepen en met z’n allen naar de Bastille te gaan.”

Het enige kritiekpunt moet toch – excusez-moi – benoemd worden. Het verhaal is soms nogal fragmentarisch, de schrijfster springt dan alle kanten op en verliest de verhaallijn schijnbaar uit het oog, wat voor de lezer storend is. Voorin het boek (uit 1992) vertelt Hilary waarom: “Als ik nu een roman zou beginnen, zou ik het niet zo idioot ambitieus aanpakken. Ik zou misschien wat minder van mijn lezer eisen. Ik zou mijn onderwerp afstemmen op mijn kunnen. Maar toen ik begon met schrijven, wist ik niet wat ik kon. Bij elke uitdaging aan mijn schrijverschap heb ik, net als de revolutionairen, simpelweg alles in de strijd gegooid wat maar zou kunnen werken… Ik hoop dat de compromissen het verhaal niet helemaal hebben ondergesneeuwd, en dat de grootsheid die ik bedoelde weer te geven, erdoorheen schittert.”

Met die grandeur zit het wel goed. Haar hoofdpersonen zijn drie jongens met voor de connaisseur bekende namen: Camille Desmoulins, Georges-Jacques Danton en Maximilien de Robespierre. Die drie ontmoeten elkaar als ze gaan studeren in Parijs en groeien uit tot sleutelfiguren in de Revolutie. Grondig en gedetailleerd worden hun opgroeiende jaren in beeld gebracht, zoals de school waar Robespierre zijn onderwijs ontving: “Het Collège (Louis le Grand) was gevestigd aan de rue Saint-Jacques, en van de stad afgesneden door solide, hoge muren en ijzeren hekken. Men deed er niet aan verwarming, tenzij in de wijwatervaten in de kapel het ijs op het water stond… Vlagen ijzige tocht en gedempte gespreksflarden in dode talen doortrokken de lokalen.”

Boekenkrant

Even verder ontmoet Maximilien (bijgenaamd ‘Dinges’) mede-student (bijgenaamd ‘de kleuter’) die hij geacht wordt wegwijs te maken:

“’Goed dan,’ zei Maximilien. Hij wendde zich naar de zogenoemde kleuter. Het was een erg knappe jongen, heel donker.
‘Welke weg wil je gewezen worden?’ vroeg hij.
Op dat moment kwam père Herivaux rillend aanlopen door de gang. Hij hield halt. ‘Ah, daar ben je, Camille Desmoulins,’ zei hij… ‘En je bent pas tien, meen ik.’
De jongen keek naar hem op en knikte.
‘En voor je leeftijd al bijzonder wijs?’
‘Ja,’ zei de jongen, ‘dat klopt.’
Maximilien zette de bril af die hij moest dragen, en wreef met duim en wijsvinger over zijn ogen. ‘Probeer “Ja, père”,’ adviseerde hij. ‘Dat verwachten ze….’
‘Zeker een hielenlikker, Dinges?’ zei de jongen.
‘Hoor eens, het is maar een idee. Ik laat je hier meeprofiteren van mijn ervaring.’ Hij zette zijn bril weer op.”

In dit soort details schuilt de kracht van Mantels schrijftalent. Het rendez-vous tussen twee jongens, gedoemd sleutelfiguren te worden in een beroemde omwenteling in de geschiedenis, is levensecht. De daarbij passende dialoog ook, net zoals de kippenvelopwekkende beschrijving van de school waar ze hun dagen moeten slijten. Het leeft, het gebeurt vlak voor je neus, het is alsof Luc Besson de film al gemaakt heeft en je er alleen nog maar relaxed naar hoeft te kijken. Het is een zeldzaam talent dat ze gelukkig nog altijd volop benut.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles