Donderdag, 6 september, 2007

Geschreven door: Moring, Marcel
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Een vrouw

Gewoon goed is niet genoeg

Sylvia en Laura, twee vrouwen. Hun liefde was groot, met maar één gemis: een kind. Sylvia’s poging dat gemis te verhelpen had een tragische afloop: de vader van het kind, Laura’s ex, vermoordde Sylvia, en dat bracht Laura er weer toe zelfmoord te plegen in Avignons hotel. Of…? Het is een van de kenmerken van goede literatuur dat het te raden overlaat, dat niet alle mysteries opgelost, alle vragen beantwoord worden. In Harry Mulisch’ Twee vrouwen (1975) maken we Laura’s dood niet meer mee, en dat geeft ruimte aan speculatie. Marcel Möring stapte in die ruimte in Een vrouw, zijn verjaardagsnovelle voor Mulisch’ tachtigste verjaardag.

Daarin blijkt Laura, vijfentwintig jaar later, nog steeds in leven. Ja, ze had voor dat hotelraam in Avignon gestaan, en ja, ze had zelfmoord overwogen.

‘Ik voelde pijn.
Ik was pijn
Als ik naar buiten keek, voelde ik de wereld aan mij knagen. Als ik nadacht, vraten de gedachten aan mijn hersenen.
Het was zo veel en zo alomtegenwoordig, dat ik mij niet kon voorstellen dat er meer pijn in de wereld kon zijn.
Maar desondanks schudde ik mijn hoofd.
Ik ademde diep. Ik rechtte mijn schouders.
Ik opende de deur naar de achterkamer en begon aan de rest van mijn leven.’

Ze was gevlucht voor haar verleden, had een paar jaar op een Australische wijngaard gewerkt, had terug in Nederland een hotel-restaurant opgezet, had liefde gekend maar niet meer aangedurfd. En nu was ze hier, in haar eigen bedrijf aan de kust, ze was de perfecte gastvrouw, was een perfect team met haar lompe chef-kok en haar vormelijke maître. Nu was ze hier en nu kwam alles terug.

Geschiedenis Magazine

Het was er de avond ook wel naar: ze had net een groep beschonken zakenlui professioneel de deur uitgewerkt toen elders in het restaurant een bruidegom en de vader van de bruid ruzie kregen. Haar bemiddeling was geen succes: even later wordt ze aan een hoofdwond behandeld. En de maître, Appelmans, was ook al een paar uur spoorloos.

Möring schetst in dit korte bestek het leven van een perfectionist, iemand die bang is voor de levensgrote emoties die haar ooit knakten. Hij laat het haar uitspellen in een gesprek met de ongelukkige Appelmans, wiens vrouw hem verlaten heeft.

‘“Nee, mijnheer Appelmans, zei ik uiteindelijk. “Ik ben bang dat het gewoon goed met elkaar hebben geen liefde is. Het is heel fijn, maar men kan het ook gewoon goed hebben met een… met een vis.”
Hij snoof.
“Liefde,” zei ik, “is levensgevaarlijk. Het is een groot risico. Het kan je gezichtsverlies toebrengen, het kan je pijn doen. Je kunt er zelfs aan dood gaan. Het maakt dat je meer voelt dan normaal. Dat is niet altijd plezierig. Liefde, mijnheer Appelmans, is niet het gewoon goed hebben.”’

En zo concludeert Laura Tinhuizen, die bij Mulisch zich afvroeg ‘Hoe lang wil ik blijven?’, bij Möring ‘Ja, ik wilde blijven.’ Laura zal blijven, in afwachting van een nieuwe, grote liefde, zonder een afloop zoals bij de vorige te vrezen. Daarmee schetst Möring met Een vrouw een onbekende afloop, maar je kunt je afvragen hoe onbekend dat nog is, nu hij alles gedaan heeft om haar verleden en karakter tot in detail te beschrijven. Alles is benoemd – haar pijn, haar trauma, haar verloren en herwonnen hoop, haar opvatting over de liefde, en dat alles in overduidelijke, dramatische, clichématige termen –, ze is een open boek geworden en, daarmee, bijna voorspelbaar, gewoon.

Je kunt je ook afvragen of we meer van Möring hadden mogen verwachten in de beperking van 92 pagina’s, of in beperking van de opdracht zo dicht bij Mulisch’ oeuvre te blijven. Ik vind eigenlijk van wel. Een vrouw is niet levensgevaarlijk, geen groot risico, het is gewoon goed, maar dat is, zoals Möring Laura al laat zeggen, niet genoeg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *