Vrijdag, 12 augustus, 2016

Geschreven door: Koeleman, Bertram
Artikel door: Seelen, Pim

Engels voor leugens

De mens als wegwerpartikel

Stel dat mensen om je heen plots dood neervallen door een raadselachtige aandoening die jij met je meedraagt. Of dat er een gigantisch mysterieus beeld vlakbij je huis wordt opgegraven. En wat als het vliegtuig waarin jij met je vrouw zit, op het punt staat te pletter te slaan? Voor de personages in Engels voor leugens zijn dit soort situaties, waarin de mens wordt gedegradeerd tot speelbal van grotere krachten, maar al te reëel.

Mensen. Ze zijn maar klein, zo ontzettend beperkt en bovenal machteloos. Althans, dat beeld krijg je van ze na het lezen van de bundel Engels voor leugens van Bertram Koeleman. Zo meent het ik-personage in het openingsverhaal ‘dat een mensenleven niet meer waard is dan een pakje kauwgom of zo’n plastic bekertje dat koffieautomaten uitspugen’. Een wat deprimerende vergelijking, maar wel een observatie die de verhalenbundel typeert. Bertram Koeleman stampt de mens van zijn voetstuk en relativeert het belang van het individu. En dat is een hoewel sombere, ook frisse zienswijze in het huidige boekenlandschap. Een boekenlandschap dat wordt overspoeld door een knausgardiaanse tsunami van biografisch getinte literatuur, waarin het individu en zijn gevoelswereld centraal staan: van Lanoyes Sprakeloos tot Van Dis’ Ik kom terug.

Passieve personages

In ‘Vluchtgedrag’ – een kenmerkend verhaal uit deze bundel – beleven we een vliegtuigcrash door de ogen van een mannelijke passagier. Er heerst chaos in de cabine, links en rechts van hem vinden mensen op gruwelijke wijze hun einde. Te midden van het bloedbad realiseert hij zich:

‘Tijdens mijn leven, in de jeugd van mijn dood als het ware, voelde ik soms een enorme beklemming bij het idee dat ik alleen dit lichaam had om in te leven, en nooit een ander. Binnen deze begrenzingen zouden mijn leven en denken zich altijd afspelen. De cabine van het vliegtuig is nu dat lichaam.’

Boekenkrant

De dubbelzinnige titel ‘vluchtgedrag’ behelst een drang. De man beseft zich hoe beperkt hij niet alleen nu, maar zijn hele leven geweest is en dat beangstigt hem. Ook personages uit andere verhalen in Engels voor leugens kunnen vaak niet anders dan passief toekijken hoe een (vaak bovennatuurlijke) gebeurtenis zich voltrekt. Hans uit ‘Haverkort de vlinder’, een doodgewone ambtenaar bij de burgerlijke stand, lijdt aan een opmerkelijke aandoening: iedereen die bij hem in de buurt komt, sterft spoedig een afschuwelijke dood. Hij passeert bijvoorbeeld een kinderspeelplaats en even later struikelt een moeder en belandt ze op haar baby:

‘De vader ging tot actie over. Ik wilde doorlopen, in ieder geval mijn ogen afwenden van het schouwspel. Maar ik keek en bleef kijken hoe de vader het kind overeind trok. Een stuk glas was in een scherpe hoek het rechteroog binnengedrongen.’

Hans kan bij deze en andere onverklaarbare sterfgevallen alleen passief toekijken, krijgt nooit vat op zijn aandoening.

De angst van het niet-weten

De onmacht van Jimmy uit ‘Beeld en geluid’ is van een iets andere aard. Op het strand nabij zijn huis wordt een opmerkelijke betonnen koepel ontdekt, die meutes mensen aantrekt. Werklui met graafmachines leggen het object geleidelijk bloot naarmate het verhaal vordert. Jimmy speculeert ondertussen wat het object zou kunnen zijn. Het blijkt uiteindelijk een gigantisch beeld van een menselijk figuur. Het beangstigt Jimmy dat niemand kan verklaren hoe het op het strand terecht is gekomen:

‘Ik kan er niet tegen. Buitenproportionele menselijke figuren. Fictieve wezens mag je opblazen tot belachelijke dimensies en ik heb er geen problemen mee. King Kong, Godzilla, het monster in Cloverfield, prima. Maar neem een herkenbaar menselijk figuur, rek het uit tot het twintig, dertig meter hoog is en ik sidder. Op hetzelfde moment dat ik bewondering kan voelen voor de schoonheid en het vakmanschap van het beeld wil ik het uitschreeuwen vanwege de zuivere angst die zoiets gigantisch in mij oproept.’

Mens Jimmy voelt zich ontzettend klein tegenover het enorme beeld en het daarmee samenhangende mysterie. Onmacht zit hem in ‘Beeld en geluid’ in het besef van het niet-weten. Een besef dat gepaard gaat met de grote angst voor datgene wat de mens overstijgt. De beperktheid van mensen komt in alle vijftien verhalen van deze bundel in eniger mate terug, jammer genoeg niet altijd even overtuigend. De drie genoemde verhalen zijn in ieder geval memorabel en zetten het zelfverzekerde menselijk individu op zijn plaats. Op beangstigende wijze.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *