Donderdag, 6 februari, 2020

Geschreven door: Knausgård, Karl Ove
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Evard Munch - Gesehen von Karl Ove Knausgård

Ode aan de late Munck

[Recensie] Hoeveel informatie en uitleg moet een goede kunsttentoonstelling geven? Bij de recente en schitterende tentoonstelling over Rembrandt en Velasquez en in het Rijksmusuem was informatie en uitleg ruim voorhanden. Er werden een groot aantal ‘gesprekken’ gevoerd tussen de Rembrandts en de Velázquezs. De Nederlandse schilderijen van Rembrandt en zijn tijdgenoten hingen in paren met die van Velasquez en zijn tijdgenoten. Het waren uitgekiende combinaties van virtuositeit in schilderkunst waarmee de toeschouwer de verschillende tradities goed kon bestuderen. In elke zaal was er uitgebreide uitleg; lange teksten gaven de toeschouwers richting en gaven aan waar je op kon letten. Je zag mensen lezen en dan teruglopen, kijken, lezen en weer kijken. Heel goed gedaan en dat verdient veel lof.

Wat een contrast met de tentoonstelling die de bekende Noorse schrijver Karl Ove Knausgård samenstelde in Düsseldorf over Edvard Munch. In totaal 16 regels, poëtische Knausgård regels, zijn er in de hele tentoonstelling te lezen, vier per zaal. Elke zaal gaf Knausgård een thema: ‘Licht und Landschaft’, ‘Der Wald’, ‘Chaos und Kraft’ en ‘Die Anderen’. Vier regels, daar moet de toeschouwer het mee doen. Zelfs bij de schilderijen ontbreken titel, jaartal, materiaal en uit welke collectie het doek komt. Dat valt te lezen in een dunne brochure waar per schilderij deze informatie staat en die je bij de ingang krijgt. Verder in het de brochure alleen weer de vier regels per zaal.

Geen informatie waarom Knausgård de grote iconische werken van Munch zoals De schreeuw, Het zieke kind of Melancholie niet heeft gekozen. Geen informatie ook waarom de schrijver alleen doeken van de late Munch, van na 1900 toont. Geen uitleg waarom de vier thema’s hem zo fascineren, geen hints waar je op moet letten, geen toespelingen op inspiratie, op lijnen of verwantschappen. De kijker moet kijken, moet het zelf waarnemen, zelf uitzoeken.

Hier valt het nodige op aan te merken. Natuurlijk is het goed om de bezoeker zelf te laten kijken. Maar aan de andere kant hadden de samenstellers van de tentoonstelling er vergif op kunnen innemen dat de minder geoefende bezoeker de opzet van de tentoonstelling zou ontgaan. Je zag in Düsseldorf aan het publiek dat het niet werkte en dat de bezoekers verdwaasd rondliepen: waar te kijken, wat te zien? De ‘bekende’ Munchs werden gemist, ook al zijn de in Düsseldorf verzamelde minder bekende Munchs zeker zo mooi. Jammer, jammer, zeker omdat Knausgård veel te vertellen heeft over Munch, zo leerde zijn boeiend boek over Munch, Zoveel verlangen op zo’n klein oppervlak, waarin ook de late Munch een hoofdrol speelt.

Bazarow

De catalogus geeft gelukkig iets meer uitleg bij de keuze van Knausgård, maar ook lang niet alles wat je zou willen weten. Knausgård legt bij de ‘vier’ zalen in drie-vier pagina’s uit wat hij heeft willen laten zien. Je zou het werk van Munch in drie periodes kunnen samenvattend, leert Knausgård. De eerste is die van Munch als adolescent: Munchs leertijd met weliswaar mooie doeken zoals het portret van zijn zus Inger, een natuurgetrouwe weergave van hoe de jonge schilder zus zag. Een periode waarin Munch nog sterk op zoek was naar zijn eigen stijl. De tweede periode is die van de kunstenaar als jongeman die de grote thema’s als jaloezie, melancholie, seksualiteit, dood en wanhoop probeerde te vatten en die de ‘grote’ kunstwerken zoals De schreeuw, Vampier of De Madonna opleverde. Volgens Knausgård was het doek Het zieke kind uit 1885 het begin van deze periode.

De derde periode start als Munch vanaf 1900 een groot aantal reizen door Europa maakt en ziet hoe zijn collega’s in Berlijn en Parijs aan het experimenteren zijn. Munch neemt gaandeweg meer risico’s in zijn werk in zijn werken worden nog expressionistischer, althans in zijn vrije werk. Hij schildert na 1900 in opdracht een groot aantal levensgrootte en levensgetrouwe portretten, waarvan er een aantal ook in Düsseldorf hangen onder het thema ‘Die Anderen’. In zijn vrije werk schildert hij steeds minder precies. De mensen die hij afbeeldt zijn mensen zonder gezichten. De scenes die hij neerzet zijn ruwe schetsen met ruwe vegen en strepen, vaak contouren van een landschap, een boerderij, in felle kleuren, waar de typische vloekende kleur groen van Munch niet zelden domineert. Terwijl tijdgenoten als Picasso steeds abstracter gaan werken en vaak de grote thema’s kiezen die Munch juist achter zich heeft gelaten, kiest Munch ervoor om de natuur in te gaan en landschappen, weiden, akkerlanden en bossen te schilderen. In die landschappen zien we boeren en boerinnen zaaien, oogsten en plukken. In de bossen zijn (soms naakte) mannen aan het sporten, bewegen en lijkt Munch aan te haken bij de golf van körperlichkeit en de reformbeweging uit de eerste decennia van de vorige eeuw waarbij een terugkeer naar de natuur werd gepredikt. Nergens wordt het gedetailleerd, het lijkt wel of Munch alleen een idee, een ruwe waarneming wil vastleggen. Een van Munchs laatste doeken, uit 1942, is Maler an der Hausfassade waarop een huisschilder aan het werk is. Hij staat op een trap en schildert een het raamwerk. Je ziet de beweging van de arm en de hand die de kwast hanteert, de hand gaat in de kwast over, een duidelijk onderscheid is er niet. Het doek is slordig, de verhoudingen kloppen niet, toch fascineert het en raakt het je. In de woorden van KnausgÃ¥rd: “Aber worum ging es ihm? Es kann nicht viel gewesen sein. Es ging ihm nicht darum, groBe kunst zu erschaffen, nicht darum, ein meisterwerk zu malen, sondern lediglich darum, die Essenz dieser kleinen Szene einzufangen.”

Munch die van de grote thema’s naar het kleine, het eenvoudige is gegaan in zijn late werk. Als je met deze kennis de tentoonstelling betreedt, met deze visie en interpretatie, dan komt de tentoonstelling echt tot leven en snap je wat Klausgård heeft bedoeld en wordt het een belevenis van jewelste. Kortom, eerst het boek, dan de tentoonstelling. Snel naar Düsseldorf, het kan nog tot 1 maart.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

De tentoonstelling Evard Munch – Gesehen von Karl Ove KnausgÃ¥rd is tot 1 maart 2020 te zien in Düsseldorf