Donderdag, 14 oktober, 2021

Geschreven door: Ball, Hugo
Artikel door: Reinewald, Chris

Flametti oder vom Dandyismus der Armen

Treurige variété anno 1915

[Recensie] Er wordt meer over Hugo Ball (1886-1927) en zijn anarchistische rol als Dadaïst geschreven (zie https://deleesclubvanalles.nl/recensie/de-vlucht-uit-de-tijd-2/) dan dat men zijn boeken (her)leest. Toch past de crypto-biografie Flametti mooi in de hernieuwde aandacht voor de Duitse interbellum-literatuur. Een Nederlandse vertaling is er nooit geweest.

Hoe de figuur Flametti te karakteriseren? Mij deed hij denken aan de tweederangs theateragent Broadway Danny Rose in Woody Allens gelijknamige film film uit 1984.

Zowel Allens personage als dat van Ball zijn goedwillende, slimmige en sjlemielige mannetjes met een groep grillige artiesten.

Het gezelschap bewoont een artiestenpension en krijgt daar kosteloze maaltijden die Flametti bekostigt. Als het geld opraakt staat hij vroeg op en gaat uit vissen om letterlijk het middagmaal bij elkaar te hengelen. Daarmee begint het boek, na een boekhoudkundig exposé van de inkomsten en uitgaven.

Wordt Vervolgd

Gummimens

’s Avonds treden de tot elkaar en Flametti veroordeelde artiesten op in een café in de Züricher uitgaanswijk ‘Fuchsweide’. Een buikspreker, soubrettes, acrobaten, een goochelaar, jodelaars en een slangenmens (Gummimensch!) maken deel uit van het gezelschap.

Om hun routineuze show aantrekkelijker te maken heeft Flametti bedacht dat ze zich na de pauze omkleden als Indianen voor een soort Buffalo Bill-act. Antropologisch-cultureel-correct, zoals nu, was toen nog niet aan de orde.

Onderling wordt naar hartenlust gekonkeld. Mooi beschreven is hoe de groep een schriel burgermeisje dat viool speelt afserveert op haar onartisticiteit. Een vertrouweling met geld, potentieel investeerder, blijkt drugshandelaar en wordt onverwachts opgepakt. Vervolgens komt de politie ook bij de voorstelling een oogje in het zeil houden. Onderwijl doen de cassières/vestiairedames/dansmeisjes meermalen een greep in de kas. Het slangenmens overeet zich en kan dan zijn act niet uitvoeren.

Na het opstaan rond 11 uur ’s ochtends is het groepje nog sacherijnig. Flametti draait zich nog eens om als de vrouwen in de keuken kibbelen. Hopend op betere tijden. Elders in Zwitserland naam maken. Tja. Twaalf uur later voert de groep weer dociel hun kunstjes op.

Flametti gaat vreemd met de tweelingzangeresjes maar zijn vrouw staat achter zijn rug toch pal voor hem. Alles om de troep bij elkaar te houden. Er komt een niet betaalde gans op de eettafel. Desalniettemin zegt de heer Meyer, die zo mooi begeleidt op de piano, op. Hij begint een eigen gezelschap. De affiches zijn al gedrukt.

Een andere artiest ziet toch meer brood als koffiemolenvertegenwoordiger. Flametti toont zich echter vol begrip. Hij verlangt naar het groenere gras aan de andere kant van de bergen: Duitsland.

Dat zijn vaderland (en dat van Ball) in een wereldoorlog is verwikkeld wordt nergens genoemd maar speelt een grote rol. De blinde oorlogszucht was voor Ball – afgekeurd voor militaire dienst maar even toch het vrijwilligerschap overwegend – de reden om het land te ontvluchten. En hoe verliep het Fametti? Die moest terecht staan vanwege zijn metoo-affaire. Ook toen al.

Wim T.

De Duitser Ball schreef uit ervaring met zijn eigen anarchistisch performance achtige ‘Cabaret Voltaire’, het Dadaïstische theater (denk aan Fluxus en later Wim T. Schippers) dat hijzelf echter reduceerde tot een korte gril.

De mooi beschreven groepsdynamiek lijkt een metafoor voor wat zich bijvoorbeeld ook binnen politieke partijen afspeelt. Ogenschijnlijk mist het voortkabbelende verhaal een plot. Maar dat zou er zo maar eens wèl uit kunnen komen wanneer je er een korte tv-serie van distilleert.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Hugo Ball: Flametti oder vom Dandyismus der Armen. Antiquarisch leverbaar, ook in Engelse vertaling ISBN  3351014015