Zondag, 31 mei, 2009

Geschreven door: Anker, Robert
Artikel door: Hopman, Bob

Fortuyn en Liefde

Een wilde verzameling piepkleine kunststukjes

Robert Anker is een gevestigd auteur, die prijzen won voor zowel zijn poëzie als zijn proza. Zich bewijzen hoeft hij niet meer, maar met de verhalenbundel Fortuyn en Liefde doet hij dat wel. Hij presenteert een zeldzame veelzijdigheid, in zowel thematiek en genre als schrijfstijl en taalgebruik.

Het enige wat alle verhalen gemeen hebben is omvang: ze zijn alle kort. Het gemiddelde is nog geen tien bladzijden lang en de eerste vier verhalen zijn zelfs surrealistische beschrijvingen van minder dan een pagina.

Ook de iets langere stukken, meer in het midden van de bundel geplaatst, doen soms wat surrealistisch , onwerkelijk aan, met als opvallendste voorbeeld ‘stichting meeëten’. Bij een op het eerste gezicht doodnormaal gezin klopt een man aan de keukendeur tijdens het avondeten.

‘De stichting meeëten is opgericht en wordt gefinancierd door iemand die onbekend wenst te blijven en die ons in staat stelt in de maand december aan te bellen bij mensen die geselecteerd zijn door de stichting, met het verzoek te mogen meeëten. We babbelen wat, we nemen de dingen door, we vertrekken weer en komen soms terug. Zullen we dan maar?’

Bazarow

Wanneer hij over koetjes en kalfjes heeft gesproken en weer afdruipt, lijkt een leegte in ieders leven over te blijven. Men wordt zich bewust van zijn gebreken, de beperkingen in zijn leven, het vrijen van de ouders wordt onwennig en de zoon weet zich geen houding meer te geven op school. En door de wijze waarop Anker de kleine onwennigheden beschrijft voelt het volkomen geloofwaardig, angstaanjagend dichtbij.

Een ander ijzersterk verhaal over leegte is ‘Weerstands oefeningen’. Het draagt de ondertitel ‘een essay’ en verscheen eerder ook in een essaybundel, maar is toch echt fictief proza. Weerstand is deel van een tweeling. ‘Haar tweelingzus, die had een naam. Sarah. […] Zelf was ze meer een aanwezigheid.’ Sarah krijgt een ongeluk, en dan blijft verdriet over. Weerstand geeft zichzelf haar naam, en doet vanuit een vertelperspectief van een kind, met een beklemmende onwetendheid, alles wat men verwachten kan van een meisje dat niet meer weet wat ze met zichzelf moet en geen steun vindt in haar omgeving.

En plotseling opent de tot dan toe zeer ingetogen Anker het verhaal ‘Eitje’ met de krankzinnige passage:

Lotte heeft me haar eitje laten zien. Meestal draagt ze het in haar kut maar nu wilde ze het mij laten zien.’

Shockeren kan hij dus ook. Maar Anker hoeft niet te shockeren om te verrassen, hij kan het ook door onverwacht een ander genre aan te snijden, als in ‘De pianostemmer’, een zeer compleet muziekverhaal. Muzikaliteit is weliswaar niet het hoofdmotief, maar voortdurend komen technische details over Bach, Stravinski, Chopin etc etera naar voren. En weer een volstrekt ander genre raakt hij in ‘Alpenrood’, een van de langste, en in mijn ogen het beste verhaal van de bundel. De hoofdpersoon en vriend Vic gaan wandelen in de Alpen, en vervreemden tijdens hun tocht volledig van zichzelf en elkaar. Ondanks de beperkte omvang heeft dit alles van een complete Alpenroman, in de traditie van Vestdijk of Thomas Mann – inclusief de, noem het maar neoromantische uitheemsheid die de Alpenromans zo kenmerkt, en die de hoofdpersonen tot fundamentele twijfel aan de eigen identiteit aanzet.

Dat de auteur in zo korte verhalen in staat is zulke hoge emoties te raken mag zonder meer knap genoemd worden. Een belangrijk kritiekpunt dat daar wel uit voortkomt is, om het maar een beetje onliterair uit te drukken, het ontbreken van ‘lekker leesplezier’. Door het steeds radicaal veranderen van genre en schrijfstijl loop je iets achter de feiten aan. Een kleine pauze tussen verschillende verhalen is geboden om je te kunnen herpakken voor de volgende pagina’s.

Een reden daarvoor is – wel een literair kritiekpunt – dat compositie volledig ontbreekt. In een goede bundel wordt met zorg gecomponeerd, sluiten thema’s in zekere mate op elkaar aan en wordt opgebouwd naar ‘dat ene grote verhaal’. Zoiets is in Fortuyn en Liefde niet voelbaar. Het is een opeenstapeling, en een nogal matige bundeling van onderling bijzonder sterke literaire verhalen, van vooral een uiterst veelzijdig auteur.