Vrijdag, 9 mei, 2014

Geschreven door: Noorman, Jelle
Artikel door: Zeller, Claudia

Geen tijd voor Proust

Proust voor dummies

Sommige adviezen dien je aan je laars te lappen. Zo wordt er vaak beweerd dat je voor je veertigste beter niet kunt beginnen aan Marcel Prousts meesterwerk À la Recherche du Temps Perdu. De leeftijd om Proust te lezen heeft Jelle Noorman in ieder geval mee. Over Proust schrijven is echter andere koek.

Geen tijd voor Proust gaat over de worsteling van Noorman – al blijft de ik-verteller gedurende het verhaal naamloos – om een boek over Proust te schrijven. Om die worsteling toch een beetje smeuïg te maken en het leuk te houden voor mensen die een hectisch bestaan leiden en Noorman misschien graag willen lezen omdat ze toch écht geen tijd voor Proust zelf hebben, gaat dit vergezeld van een flinterdun liefdesverhaaltje waar echter kop noch staart aan zit.

Een zoektocht naar de betekenis van tijd en identiteit, een mentale ontdekkingsreis naar het verleden, een poging om grip te krijgen op de tijd – Noorman schuwt de grote thema’s niet. Het boek manifesteert zich nadrukkelijk als ideeënroman. Lange mijmerende passages en bespiegelingen wisselen zich af met lange lappen Proust in vertaling, voor de herkenbaarheid gecursiveerd weergegeven. Het had Noorman gesierd als hij erin geslaagd was die passages in elkaar over te laten vloeien, als hij zijn stem met die van Proust had weten te versmelten. Nu krast Noorman zo opzichtig aan de oppervlakte dat het bijna karikaturaal wordt: een poseur in een slecht zittend pak met te korte broekspijpen, de Las-Vegas-variant van de late Elvis die probeert een boek te schrijven over zijn idool.

Geen slecht idee

Het idee is daarbij zo onaardig nog niet. Een schrijver die met een door hem bewonderde schrijver aan de haal gaat, dat kan boeiende literatuur opleveren. Geen tijd voor Proust is jammer genoeg allesbehalve boeiend. Het leest tergend traag, de personages zijn ergerlijk vlak, de dialogen houterig:

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

‘Ik heb werkelijk geen flauw idee waar je het over hebt,’ zei ik verontschuldigend. ‘Mijn kennis op exact gebied is niet beperkt maar volstrekt afwezig.’
Antoine knikte begrijpvol.
‘Juist,’ zei hij, ‘maar dat maakt niet uit. Het gaat hierbij uiteindelijk vooral om de filosofische implicaties.’

Antoine, nachtportier bij het naamloze culturele instituut waar de verteller verblijft, is niet alleen een schelmachtig personage, maar ook de intellectuele sparringpartner van de ik-verteller. Toch blijft hij nogal schetsmatig. Een gemiste kans, vooral omdat conceptuele personages, een begrip dat ik voor het gemak even aan Gilles Deleuze ontleen, in staat zijn bepaalde denkpatronen bloot te leggen en het denkproces in beweging kunnen tonen. Maar dan moet je je personages wel serieus nemen.

Geen goed idee

Maar het ergste is dat Geen tijd voor Proust meer pretendeert te zijn dan het is. Dat komt vooral door het geaffecteerde en hoogdravende toontje dat de ik-verteller aanslaat:

Hoe banaal en onbeduidend ook, het was deze culturele liefdesverklaring die een kwarteeuw later de door ons als vanzelfsprekend ervaren wetten van de tijd trotseerde en me deelgenoot maakte van een eerder beleefde gebeurtenis die ik echter niet eerder op zo’n lucide en objectieve manier had ervaren.

Er zou ook een leeftijdslimiet voor het schrijven over Proust moeten worden ingesteld. Ik vind het eigenlijk wel erg om dit over een boek te moeten zeggen, maar Geen tijd voor Proust is vooral dit: tijdverspilling. Nu ben ik in principe een voorstander van tijd verspillen in alle soorten en maten; verloren uren die veranderen in gekoesterde ogenblikken. Noorman belooft veel, maar maakt weinig waar. Je kunt beter uren door een stad drentelen, luchtkastelen bouwen en afbreken, je verliezen in de tijd en de vergetelheid van het zijn proeven – tijdverspilling is immers een serieuze zaak.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *