Zondag, 31 mei, 2020

Geschreven door: Bos, David
Exalto, John
Artikel door: Hooydonk, Jan van

Genot en gebod

Preutse protestanten

[Recensie] “Doe de hartelijke groeten aan je vrouw, maar doe het wanneer je jouw Katharina bij je in bed hebt, met de allerhartelijkste omhelzingen en kussen, en dit bedenkt: Zie, deze mens, dit liefste schepseltje Gods, is mij geschonken door mijn Christus – Hem zij lof en eer”, zo schreef Luther aan een pasgetrouwde vriend. Nee, preuts was het protestantisme in zijn begintijd niet. Waarom dat later anders werd, lezen we helaas niet in de bundel Genot en gebod. De artikelen daarin betreffen huwelijk en seksualiteit in protestants Nederlands sinds 1800.

De Franse bezetter stelde in Nederland in 1809 het burgerlijk huwelijk in. Tot op de dag van vandaag worstelt de Protestantse Kerk, evenals haar hervormde en gereformeerde voorlopers, met het huwelijk, zo laat Klaas Willem de Jong zien. Wat voegt het kerkelijk huwelijk aan het burgerlijk huwelijk toe? Het nieuwste twistpunt daarbij is het verschil dat de kerkorde maakt tussen het ‘inzegenen’ van het heteroseksuele huwelijk en het ‘zegenen’ van ‘andere levensverbintenissen’.

Ook de houding tegenover de prostitutie is niet eenduidig. De Middernachtszending toen en de ChristenUnie nu zijn tegen, anderen herkennen zich eerder in de woorden van de Amsterdamse politiecommissaris die zich in 1915 beklaagde over de overlast van “zulke dwazen, die opkwamen tegen dingen die altijd hadden bestaan, tegen huizen waarvan ieder verstandig mensch begreep dat ze er moesten zijn”. Andere artikelen in deze lezenswaardige bundel hebben onder meer betrekking op ‘de zelfbevlekking’, de ‘ex-homofiel’ en de visie van het Reformatorisch Dagblad op homoseksualiteit. Inderdaad: ze mogen het zijn, maar ‘het’ niet doen.

Wandelmagazine

Eerder verschenen in Volzin