Zondag, 8 maart, 2009

Geschreven door: Thomése , P.F.
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Greatest hits

De schoonheid en de futiliteit van muziek

Reizen om de namen, om de sferen, om de namen, om ze tegen het lijf te lopen of te beluisteren, doelgericht reizen. ‘Een verkeerde instelling,’ zegt P.F. Thomése in een van de eerste verhalen van zijn bundel Greatest Hits, ‘dat zeker, maar reizen heeft alles te maken met misverstand, en per slot van rekening heeft ook Columbus Amerika per ongeluk ontdekt.’ En Thomése reist, in deze bundel, of hij luistert muziek, niet zelden tegelijk en vaak met de enigmatische kettingroker en verzamelaar van vergeten muziek J. Kessels.

De reis gaat naar Enschede, door het zuiden en westen van de V.S., door Beieren, naar Emmen, dan, zonder J. Kessels, met een verlopen Gerd Müller naar New York, met een voetbalvriendje en condooms naar Zwolle, en ten slotte met vriendin B. naar Porto en Lissabon. Maar Emmen is toch wel het mooist. Misverstand en ongeluk is overal hun deel,, voor de ontdekkingen was je liever thuis gebleven, maar de teleurstelling in, of eigenlijk na Emmen, was toch wel het grootst. Het ging die avond om Townes Van Zandt.

‘In die dagen lag de grote Townes Van Zandt zo slecht in de markt, dat J. Kessels serieus overwoog om hem thuis op zijn zolder te laten optreden.’ Maar zo ver was het nog niet: eerst trad hij op in Emmen, op een soort boerenkermis, en daar moesten ze naar toe. Om Townes te zien en te horen, maar vooral om hem te steunen, met plaatsvervangende schaamte en grenzeloze bewondering. J. Kessels is al versteend van emotie en vergeet zelfs te roken:

‘De akoestiek was die van lege kamers, kapotte glazen, een fles die wegrolt over een planken vloer, je hoorde ook het leegkloppen van een asbak tegen de treeplank, autobanden over natgeregend asfalt, de loeiende toeter van een voorbijrazende vrachtwagen-combinatie; O white freight liner won’t you steal away my mind?
Zo stonden wij daar, in een feesttent, terwijl Townes ons vanuit de verte probeerde te bereiken. Of wilden we hém juist bereiken? Hem toezwijgen dat we hem begrepen, dat J. Kessels hem misschien nog beter begreep dan hij zichzelf.’

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Dan is het opeens over, maar Townes is nog niet weg. Ze nemen hem mee op sleeptouw, tot hij lazarus en onaanspreekbaar stoned in het bed rolt van J. Kessels’ hospita. Het demasqué is compleet. Ondertussen heeft Thomése een prachtige poging gedaan om de impact onder woorden te brengen die Townes’ muziek heeft, in de cliché‘s van countrymuziek, maar van een pure abstractie. Én, en dat is misschien nog wel knapper, meteen daarop weet hij, in dezelfde sfeer, de futiliteit van de verbondenheid tussen muzikant en luisteraar te verwoorden.

Thomése neemt daarvoor een ironische toon aan, een zekere afstand tot zijn en J. Kessels capriolen., maar elders in de bundel – het openingsverhaal ‘Mijn onbekende stem’, waarin de ik in Enschede voor het eerst publiekelijk zal zingen, en het verhaal over de voetballer in zijn onderbroek in New York – komt hij echter dichterbij, pijnlijk dichterbij, en weet plaatsvervangende schaamte op te roepen. Daar, meer dan in bijvoorbeeld de wat vlakke Amerikaanse reisverhalen, weet hij de teleurstelling tastbaar te maken, een literaire pendant van countrymuziek, altijd te laat, altijd op de verkeerde plek.

Ook als je, zoals ik, geen reisverhalenliefhebber bent (wie vanaf zijn dertiende al forenst, kijkt niet meer uit het raam) en een schamelijke muziekliefhebber (wie geen teksten luistert, is geen knip voor z’n neus waard), valt er genoeg te genieten aan dit kleine bundeltje. Al was het maar door J. Kessels, de reisgenoot, de muziekvriend, de ongebonden kameraad, aan wie Thomése zijn nieuwe roman belooft te wijden. Eind deze week verschijnt hij: J. Kessels, the novel. Ik lees mee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *