Donderdag, 21 november, 2019

Geschreven door: Tempel, Benno
Artikel door: Stoel, Jan

Rob van Koningsbruggen

Heilige huisjes bestaan niet

[Recensie] Heilige huisjes bestaan voor kunstschilder Rob van Koningsbruggen niet. Toen hij niet uitgenodigd werd voor de heropening van het Stedelijk Museum in Amsterdam stuurde hij een bericht dat hij een schilderij van Marlene Dumas “met een welgemikte pisstraal” wilde verbeteren. Hem werd de toegang tot het museum voor de duur van een jaar ontzegd.

In het boek Rob van Koningsbruggen, schilderijen 2003-2019 staan twee ‘interviews’, beter gezegd gesprekken, die Benno Tempel, directeur van het Kunstmuseum in Den Haag met de kunstenaar had. Hij bezocht hem ter voorbereiding van de tentoonstelling die nu in het Kunstmuseum te zien is.

Van Koningsbruggen is naast een uniek kunstenaar een oorspronkelijk denker.  De werking van verf in kleur en compositie staan centraal. Hij is radicaal en neemt geen blad voor de mond. Zo vindt hij dat musea steeds slechter worden, net meubelboulevards. “In het Rijksmuseum wordt yoga gegeven, een museumdirecteur vertelde dat ze van gillende kinderen hield die in het museum rondrennen. Nog even en er komt een ballenbak onder De Nachtwacht. Dan kunnen de yuppen daar hun kinderen stallen en kunnen zij hun yogacursus volgen. Alles moet maar ludiek worden, makkelijk zijn.” Ook collega-kunstenaars krijgen het uitgemeten: hij heeft het over Marlene Pourquoi (Dumas), noemt Richter een dief omdat die in 1993 155 kleine schilderijtjes met steeds een kleine verandering maakte voor het magazine Parkett. Van Koningsbruggen had dat al gedaan in 1975. Hij vindt het Joodse Bruidje van Rembrandt niet zo’n goed schilderij (alleen wordt die uitspraak niet verder onderbouwd) en vindt dat er in de 17e eeuw veel betere schilderijen gemaakt zijn dan De Nachtwacht (ook nu geen argumentatie, en dat is jammer). Het oorspronkelijke van Van Koningsbruggen is de rode draad in deze fraai vormgegeven, tweetalige (Engels) publicatie.

Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw krijgt Van Koningsbruggen elk decennium een grote museale tentoonstelling. De laatste was in 2002 in het Kunstmuseum in Den Haag, dat de ruimste collectie met zijn werk bezit. “Het past om kunstenaars in de diepte te volgen”, zegt Benno Tempel in het voorwoord van de publicatie.

Wandelmagazine

Hij voegt de daad bij het woord door in zijn keurig geannoteerde inleiding de ontwikkeling in het werk van Rob van Koningsbruggen te beschrijven. Thuis kwam de kunstenaar mondjesmaat in aanraking met kunst. Met de komst van de televisie kwamen ook kunstenaars de huiskamer binnen, zoals Manzoni, Yves Klein, Jackson Pollock, Pablo Picasso en Henk Peeters. Hij begint onder begeleiding van zijn oom, die kunstschilder was, stillevens te schilderen. Hij begint musea te bezoeken gaat naar Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en wordt er verwijderd vanwege zijn lange haar. Op de Vrije Academie in Den Haag vindt hij wel zijn weg. Kleuren en beweging worden kenmerken van zijn kunst.

Van Koningsbruggen werd beroemd om zijn ‘schuifschilderijen’ in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ze worden gerekend tot de fundamentele schilderkunst. Deze werken waren het resultaat van het onderzoek naar de werking van verf op het doek. De schilder bracht verf aan op het eerste doek en schoof er daarna een nat doek over waardoor een afdruk overbleef. In de jaren negentig duikt een variatie op deze schilderijen op. Over de basiskleur is met losse transparante streken een andere, sterk contrasterende kleur aangebracht: een optische kleurmenging. Het huidige werk wordt door Tempel gekenmerkt als veel vrijer met aandacht voor de turbulentie, de beweging. Daardoor heeft zijn werk raakvlakken met de tuinschilderijen van Monet. Een mooi verband, want in het Kunstmuseum is momenteel naast een tentoonstelling van Van Koningsbruggen de expositie De tuinen van Monet te zien.

Van Koningsbruggen noemt zichzelf een ‘landschappelijk schilder’.  Hij stelt zich volledig open waardoor hij dingen steeds als iets nieuws ervaart. Altijd zijn er die kleuren, is er die beweging, die werveling. Kijk naar zijn waaierschilderijen ze lijken op bloemen in een vaas. In zijn nieuwste werk lijken de vormen op takken. Die vorm creĂ«ert hij door verf uit de tube in een verticale lijn op het doek te knijpen en direct met een brede kwast in Ă©Ă©n keer een halve cirkel te trekken. En steeds speelt het licht een rol, als zonnestralen door het gebladerte, als wiegend gras. De cover van het boek toont een dergelijk schilderij in de natuur. Het refereert aan Mondriaan met zijn bomenschilderijen. Net als Mondriaan werkt Van Koningsbruggen compromisloos.

Tempel volgt en duidt de ontwikkeling van Koningsbruggen. Hij doet dat in een heldere, begrijpelijke taal, legt relaties naar eerder werk of andere kunstenaars, Mondriaan en Van Gogh, verwijst naar afbeeldingen die in het boek staan en maakt het toch niet zo eenvoudige werk van Van Koningsbruggen inzichtelijk. De op groot formaat afgedrukte afbeeldingen dompelen de lezer onder in de beeldtaal van de kunstenaar. Laat het werk van Van Koningsbruggen op je afkomen, neem er de tijd voor en laat je onderdompelen in een fascinerende wereld.  Beter is het nog om de tentoonstelling van Van Koningsbruggen in het Kunstmuseum te bezoeken.

Beleef zijn schilderijen die hij tussen 2003 en 2019 gemaakt heeft. Dat kan tot en met 23 februari 2020 in het Haagse Kunstmuseum. En geniet na met dit boek. Zo mooi!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles