Zondag, 28 januari, 2007

Geschreven door: Visser, Arjan
Artikel door: Winter, Karlijn de

Hemelval

Postduiven keren huiswaarts, mensen blijven dwalen

Als Lode Bast als jongen met zijn postduivenhobby begint – het schuurtje in zijn tuin is net verbouwd als duiventil, en zijn vogels vermeerderen zich in rap tempo – durft hij ze eerst niet uit te laten vliegen. Veel liever houdt hij ze bij zich, in hun veilige haven waar hen niets kan overkomen. Maar na een opmerking van een ervaren duivenmelker (‘De thuiskomst is het mooiste wat er is, dáár is het allemaal om begonnen! De duiven zien vallen, je beestjes naar binnen lokken en dan – snel, snel! – het ringetje van het pootje plukken, in de klok ermee, naar het lokaal en…bingo! Winnaars! Kampioenen!’), gaat Lode langzaamaan overstag. Hij weet dat hij ze eerst los moet laten voor hij hun binnenkomst kan vieren. Vanaf nu zal hij dan ook nog ontelbare malen op de geschrobde tegels van zijn achtertuin staan, naar de hemel turen en ‘Kom, kom, kóóóm dan!’ roepen, terwijl ook zijn lezers met ingehouden adem staan te wachten.

Lode Bast is de hoofdpersoon van Hemelval, Arjen Vissers nieuwste roman. Visser staat al jaren te boek als begenadigd journalist – hij verzorgt bijvoorbeeld al sinds 1998 de interviewserie ‘De tien geboden’ voor dagblad Trouw – en sinds 2003, toen hij zijn debuut De laatste dagen publiceerde, ook als veelbelovend romancier. Hij mocht zijn boek immers al meteen op de AKO-shortlist zien prijken en bovendien ontving hij er een jaar later de Anton Wachterprijs voor.

Anders dan in De laatste dagen zijn in Hemelval de personages een stuk minder talrijk en wint de verhaallijn daardoor aan de nodige overzichtelijkheid. Behalve Lode, die we van zijn jeugd tot aan zijn overlijden volgen, zijn er zijn ouders en later zijn vrouw Geesje. Zijn vader, wiens eeuwigdurende, kille zwijgen hem angst inboezemt, pleegt al vroeg zelfmoord. Zijn moeder, een opgewekte en energieke maar ook een veeleisende vrouw, sterft niet lang na Lodes puberjaren aan kanker.

Hoewel Lode als jongen al beseft dat binnen de vier muren van Tomatenstraat 15 alles ‘mooi en goed’ is, trekt hij zich desondanks steeds vaker terug in zijn duivenhok. Hij spendeert uren aan zijn hobby, leest dikke handboeken en doet mee aan wedstrijden. Maar hoewel hij zich obsessief met zijn dieren bezighoudt, wordt hij nooit een door passie bezeten man. Lode blijft een mens van alledag met een puur praktisch inzicht.

Wordt Vervolgd

Wanneer zijn moeder, die er stilletjes onder lijdt dat haar zoon binnenshuis nog maar zelden zijn neus laat zien, overlijdt voelt Lode tot zijn schrik plots een grote leegte. De eenzaamheid steekt hardnekkig de kop op, de stilte in huis speelt hem parten. Het zet hem aan tot het uitkijken naar een vrouw die de leegtes op moet zien te vullen. Zij moet natuurlijk wel aan één voorwaarde voldoen en dat is dat ze zijn duiven kan tolereren. Na een eerdere mislukte flirt komt hij al gauw in contact met een geschikter meisje, een caissière van Super Van Zanten met wie hij vervolgens ook trouwt. De in het begin nog hartstochtelijke liefdesrelatie ontaardt in sneltreinvaart in een afstompend huisje-boompje-beestjebestaan. Geesje ergert zich aan de saaie bedoening thuis, terwijl Lode zich terugtrekt in zijn aloude geborgen toevluchtsoord omdat hij haar onberekenbare wil niet kan verdragen.

Hemelval bevat twee delen: in het grootste en tevens het meest overtuigende deel, ‘Heen’, ligt het perspectief bij Lode, en in ‘Terug’ ligt het bij Geesje. De laatste, die net als haar man haar plek in het leven niet vindt, bezoekt tijdens haar zoektocht spirituele beurzen en gaat te rade bij zweverige genezers die haar met vage wijsheden inpalmen. Lode zelf reflecteert tijdens een busreis naar Lourdes, die hij met een duivenwedstrijd gewonnen heeft, op zijn bestaan. Met zijn religieuze medepassagiers voelt hij echter geen binding en het pelgrimsoord interesseert hem in de verste verte niet. Hij wil zo snel mogelijk terug naar huis, is het even doodsimpele als belangwekkende inzicht dat hem overmant. Want waar je haard is, daar moet je terug naartoe en daar moet je je berusting vinden. Dit is het besef waar beiden op uitkomen en tevens de moraal van het verhaal.

Die moraal oogt wat braaf, en is keurig tot in de puntjes uitgewerkt. In Hemelval hebben de duiven zo een alomtegenwoordige symbolische waarde. De lijnen tussen hun gedrag en dat van de hoofdpersonages zijn duidelijk te trekken, al gaat het terugkomen de mensen heel wat lastiger af. Ondanks dat de boodschap er ietwat dik opligt, is de roman lang niet op alle fronten zo eenduidig. Bovendien geeft Visser zijn ideeën vaardig vorm, met gevoel voor diepgang, spanning én balans: in weerwil van de thematiek krijgt de tekst nergens een sentimentele lading. Hoe bedrieglijk rechtlijnig Hemelval ook lijkt, het heeft vele lagen en betekenismogelijkheden die de lezer achterlaten in een voldane cirkelvlucht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *