Zondag, 14 juni, 2020

Geschreven door: Poel, Stefan van der
Artikel door: Hooydonk, Jan van

Herman Verbeek

Een gekwelde profeet

Priester, politicus en publicist Herman Verbeek (1936-2013) was
een gekweld en lastig mens, maar ook een profeet en monnik.

[Recensie] “Een politiek en kerkelijk bevlogen man. Markant, hoekig, irritant soms ook.” De woorden waarmee de toenmalige Groningse bisschop Gerard de Korte Herman Verbeek tijdens diens uitvaart karakteriseerde, vormden een alleszins rake karakterisering van de overledene. Herman Verbeek was zonder meer een moeilijk mens, gauw gekwetst, drammerig, betweterig, ja irritant.
Herman Verbeek (1936-2013), priester, politicus, publicist luidt de titel van het boek van de Groningse historicus Stefan van der Poel. Het is een werk van prettig bescheiden omvang (142 bladzijden) – alsof de lezer niet ‘méér Verbeek’ zou verdragen – , eerder een fijnzinnig psychologisch portret dan een voldragen biografie.

“Voor mijn jeugd kan ik maar één woord vinden: angst,” zo schreef Verbeek in zijn memoires. Zijn vader was buitenshuis, in de stad Groningen en daarbuiten, een gerespecteerd neurochirurg, binnenshuis voor vrouw en kinderen een tiran en een bruut die met graagte een pak rammel uitdeelde. Herman voelde zich als misdienaar meer thuis in de kerk. “God sloeg niet en Jezus hing zelf geslagen aan het kruis.” In 1963 werd hij tot rooms-katholiek priester gewijd. “Mensen bevrijden, onttrekken aan slavernij, breken met onrecht, delen, nieuwe gemeenschap. Daarvoor wilde ik priester worden.”
De kerk bleek al even beknellend als het ouderlijk huis. Vanaf 1973 noemde Verbeek zich met instemming van zijn bisschop – dát dus toch wel – ‘vrij theoloog’. Later vond hij geestelijk onderdak in de Folkingestraat Synagoge en noemde hij het christendom ‘twintig eeuwen misverstand’. “Van een Joodse leraar (Jezus, JvH) werd een god gemaakt.”
In 1977 werd Verbeek gekozen tot voorzitter van de Politieke Partij Radicalen, een van de voorlopers van GroenLinks. Tijdens zijn lidmaatschap van het Europees Parlement (1984-1994) kwam het tot een breuk met die partij.

Achter honderd sloten luidt de veelzeggende titel van het hoofdstuk dat Van der Poel wijdt aan Verbeeks homoseksualiteit. Ook al was voor Verbeek het persoonlijke politiek, pas op zijn 51ste kwam hij ervoor uit homoseksueel te zijn. Relaties met vrienden bleven kortstondig en brachten geen vervulling. Verbeek bleef ongelukkig met zijn lichaam. Het woord ‘homo’ sprak hij niet graag uit: “een naar en raar woord.”
De laatste jaren van zijn leven bracht Verbeek door in zijn ‘eenmansabdij’. Als zelfbenoemd ‘monnik’ produceerde hij zo’n 2500 geestelijke liederen, die hij ‘zangen’ noemde. “Een profetische kluizenaar”, zo noemt vriend Chris Fictoor Herman Verbeek in het boek. “Ik denk wel eens dat zijn heftige profetische oproepen op de preekstoel, in het parlement, als inleider, waar dan ook, misschien wel het uiten van een diepe wanhoopskreet was, over de wereld, maar daar diep onder over zijn eigen verleden en noodlot, zijn gemis. Zijn luisteraars droegen hem daardoor op handen of verachtten hem juist, door de heftigheid.”

Trouw

Eerder verschenen in Volzin