Zaterdag, 22 augustus, 2020

Geschreven door: Wigersma, , Tanneke
Siemensma, Hanneke
Artikel door: Friso, Jaap

Het geheim van tante Fien

Als wees hoor je nergens echt thuis

[Recensie] Nico is als baby voor de deur van weeshuis Ginds gelegd. Een keer per maand komt daar het Bezoek om een kind uit te zoeken, maar Nico(lette) is altijd overgeslagen. Nu blijkt er ergens toch familie te zijn en zo staat ze op een dag op de stoep bij haar achterachtertante Fien. Een barones met een lange naam die een beetje vreemd is maar een stuk aardiger dan ‘de Blob’, de gemene directrice van het weeshuis die Nico al acht jaar op haar verjaardag vertelt hoe lastig ze is.

Tante Fien is nogal zonderling. De mensen uit het dorp moeten haar niet en waarom fluistert ze voortdurend? Hoe kan het dat het huis vaak trilt en kraakt en het er soms branderig ruikt? Tante Fien roostert toch geen kinderen? Alles heeft uiteraard met het geheim te maken dat op de covertekening al te zien is en op ongeveer een derde van het boek ook voor Nico zichtbaar wordt. Er woont een draak in de kelder. Ze heet Camilla en blijkt uitermate prettig gezelschap en ongevaarlijk: ze eet vooral bloemetjes. Geen mensen want ‘die hebben een nare bijsmaak, vermoed ik’.

Als draak Camilla de kelder verruilt voor de tuin loopt het uit op een confrontatie met de dorpsgenoten. Accepteren zij dit vreemde schepsel in hun midden? Nico wordt er verdrietig van als ze bedenkt dat haar tante meer van de draak houdt dan van haar. ‘Als wees hoor je nergens echt thuis’. Haar verdrietige onzekerheid, het gevoel nergens echt bij te horen, vormt de grondtoon van Het geheim van tante Fien. Het was een jaar of vijf stil rond Tanneke Wigersma die een behoorlijk en wat wisselvallig oeuvre op haar naam heeft staan. Met Ole durft  en Spiegelmeisje als hoogtepunten. Ze stapte over naar een andere uitgeverij maar blijft haar thema trouw. Kinderen zonder vaste grond onder de voeten die op zoek zijn naar liefde en genegenheid. Doorgaans duikt er iets surrealistisch of magisch op.

De draak is niet de hoofdpersoon van het boek. Dat is het weesmeisje Nico, dat nooit leerde lezen en altijd te horen heeft gekregen dat ze nergens voor deugt. Alleen bij een van de meisjes uit het tehuis voelde ze zich thuis, maar die heeft wel ouders en er is dus ook niet onvoorwaardelijk voor haar.  Als ze door haar tante liefdevol als ‘troelje’ wordt omarmd, durft ze daar nauwelijks op te vertrouwen. In korte voorleeswaardige hoofdstukken tekent Wigersma een warm verhaal op dat vooral in het begin een beetje aan vaart mist en in stijl te weinig verrassend is. Alsof de fluistertoon van tante Fien een rem op het vertellen heeft gezet.  “Wie had oooit kunnen bedenken dat het geluk al die tijd al op zolder lag”, zegt tante Fien als Nico een gevonden knuffel Gelukkie noemt. Meer van dat soort zinnen hadden het boek opgetild.

Boekenkrant

De illlustraties van Hanneke Siemensma in dromerig blauw verhogen de magische sfeer. Het geheim van tante Fien is een lief verhaal, met een vleugje vervreemding. En het is goed om vast te stellen dat we Tanneke Wigersma nog niet kwijt zijn als kinderboekenauteur.

Eerder verschenen op Jaapleest