Woensdag, 29 september, 2021

Geschreven door: Jansen, Suzanna
Artikel door: Veen, Evert van der

Het pauperparadijs

Niet dom maar arm

[Recensie] Gefascineerd door haar familiegeschiedenis, gaat kleindochter Suzanna Jansen op zoek naar haar verleden waarbij zij ontdekt dat vorige generaties in de strafinrichting Veenhuizen hebben gewoond. Het pauperparadijs is een persoonlijk getinte familiekroniek en daarin tegelijk ook een aangrijpende impressie van het toenmalige leven in Veenhuizen. Door dit verhaal komen we in de levenssituatie van mensen die destijds aan de onderkant van de samenleving stonden. Zij zijn niet dom, alleen maar arm en dat is altijd door elkaar gehaald zoals het motto van Het pauperparadijs treffend luidt. De tragiek van armoede en de onmacht van mensen om zich daaraan te ontworstelen komen in Het pauperparadijs steeds weer indringend naar voren.

Suzanna Jansen gaat naar Veenhuizen en ziet door de buitenkant van de toeristische attractie heen hoe mensen hier destijds leefden. Zij schrijft beeldend zodat de geschiedenis tot leven komt en weet met kenmerkende details mensen van toen dichtbij te brengen. Het boek is opgezet volgens de familienamen Tobias, Cato, Helena, Roza en Elisabeth.

De koloniedorpen en Veenhuizen werden in 1818 opgericht door generaal Johannes van den Bosch als Maatschappij van Weldadigheid bedoeld om arme mensen een beter leven te geven: “te zorgen namentlijk, dat zij het zeer goed hebben, maar tevens dat zij strikt doen wat hun wordt voorgeschreven” (p. 44). Zo komt de oudste geschiedenis van dit project ter sprake dat financieel noodlijdend was en minder gemakkelijk te realiseren dan bovenstaande doelstelling suggereert.

Suzanna Jansen tekent de sfeer van de 19e eeuw met tal van citaten en kenmerkende beschrijvingen zodat de huidige lezer met deze tijd in contact komt. Zij neemt ons mee naar de sporen van de geschiedenis die in de koloniën nog zichtbaar is in gebouwen en zij ziet daar doorheen naar het leven van mensen voor wie dit minder veelbelovend was dan Johannes van den Bosch voor ogen stond.

Boekenkrant

Vandaag kunnen wij ons moeilijk meer indenken hoe men destijds tegen arme mensen aankeek zoals uit de onderzoeksmethode van antropoloog Bertillon uit 1896 blijkt: “dat paupers en kleine criminelen tot een ander, gedegenereerd menstype behoorden, gold in zijn tijd als een gangbare visie: ze belichaamden het biologisch verval van een natie” (p. 121 – 122).

Het is bijzonder hoeveel gegevens Suzanna Jansen tijdens haar zoektocht naar haar voorgeslacht weet te verzamelen. Zo schetst zij een vaak aangrijpend beeld van haar familie waarin ook maatschappelijke ontwikkelingen en sociale wetgeving ter sprake komen. Treffend is de uitspraak van de hoofddirecteur van Veenhuizen in De Amsterdammer in 1902: “wie eenmaal het gesticht binnentreedt is onherroepelijk verloren” (p. 128).

Een latere generatie van Suzanna Jansen woont in Amsterdam en leeft in de dertiger jaren van de steun. De strenge bevoogdende toon van controleurs is verbijsterend zoals blijkt uit vele citaten waarin gedetailleerd op de financiën en levenssituatie van deze mensen wordt toegezien.

Ook in en na de Tweede Wereldoorlog werd Veenhuizen gebruikt al veranderde toen de populatie door de omstandigheden van karakter. Later ontstond geleidelijk een milder regime tot de inrichting in 1973 werd gesloten. Na verloop van tijd werd de historische waarde ingezien en kregen de gebouwen een museale bestemming. Ze vormen vandaag een populaire bestemming voor een dagje uit en de Unesco onderscheiding zal de aantrekkingskracht alleen maar verhogen.

De eerste druk van Het pauperparadijs verscheen in 2008, in deze 67e druk is het boek aangevuld met nieuw materiaal en geeft Suzanna Jansen een reactie op het feit dat Veenhuizen, samen met de koloniedorpen Frederiksoord en Wilhelminaoord tot Unesco werelderfgoed zijn verklaard. Het pauperparadijs laat de lezer niet onberoerd en geeft stof om over na  te denken.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles