Vrijdag, 27 september, 2013

Geschreven door: Fennema, Meindert
Artikel door: Wolthuis, Ruby

Het slachthuis

Lugubere liefdesroman in rap tempo

De titel van Meindert Fennema’s debuutroman doet een thriller vermoeden. Dat is het niet. Het slachthuis is een verhaal over een opgroeiend jongetje en zijn eerste liefde. Daarbij is het een roman over familiebanden, cultuurverschillen, depressiviteit en muziek. Over veel thema’s dus. Hierdoor ontwikkelt de roman zich met horten en stoten naar wat het eigenlijk is: een boek over de liefde tussen twee jonge kinderen. Maar dan met een luguber randje.

Het slachthuis speelt zich af in het Nederland van na de oorlog en vertelt het verhaal van de opgroeiende Jelle Feenstra. Als zoon van een slagerskeurmeester brengt hij veel tijd door op het slachthuis. Wanneer hij naar het gymnasium gaat, besteedt hij zijn tijd liever aan zijn vriendinnetje Saskia. Helaas staan Jelles socialistische ouders niet op erg goede voet met Saskia’s ouders, die van Indische afkomst zijn: ‘Het zijn geen mensen met wie wij graag omgaan. Het zijn kolonialen.’ Na een gebeurtenis op Jelles verjaardagsfeestje komt de relatie nog meer onder druk te staan. Daarnaast raakt Jelles moeder in een depressie na de geboorte van haar dochtertje Ramona. Dit alles maakt zijn leven er niet gemakkelijker op.

Sneltreinvaart

Fennema wil veel in zijn roman, wat niet altijd positief uitpakt. Op zich werkt hij bepaalde aspecten prima uit. Zo schetst hij bijvoorbeeld een historische setting, waar hij goed in slaagt. Hij weet bepaalde historische gebeurtenissen handig door het verhaal heen te borduren, zoals de muzikale ontwikkeling van de Blue Diamonds. De broers van Saskia maken onder deze naam een nummer over het zusje van Jelle. Het nummer ‘Ramona’ groeit uit tot een wereldhit en de lezer wordt op de hoogte gehouden van hun succes via Saskia. Een handige vondst, aangezien deze verhaallijn helemaal geïntegreerd is in de roman.

Maar daarnaast wil hij ook rassen- en standenverschillen bespreken, depressiviteit als thema aansnijden en dan nog het verhaal van een opgroeiend jongetje vertellen. Als hij aan elk van deze bouwstenen genoeg aandacht zou besteden, zou het nog geen probleem zijn. Maar helaas neemt hij te weinig woorden om elk verhaalonderdeel goed uit te werken. Dit is vooral te merken in het eerste deel van zijn boek. Daar probeert hij in hoog tempo om de lezer kennis te laten maken met Jelle. Daarnaast introduceert hij alle karakters in diens directe omgeving: van de slagers in het slachthuis tot zijn schoolmeester. Het gevolg is dat de verhaallijn niet eenduidig is, maar van de hak op de tak springt. Losse fragmenten uit Jelles leven wisselen elkaar af en door te veel gebeurtenissen en dialoog, krijgt de lezer niet de kans om goed in het verhaal te komen. Bovendien blijft de roman hierdoor hangen op een vrij oppervlakkig niveau.

Bazarow

Gelukkig is het verhaal in de loop van de roman beter te volgen, wanneer Fennema zich meer concentreert op de relatie tussen Jelle en zijn vriendinnetje Saskia. Waar Saskia rust met zich meedraagt en dit uitstraalt op haar omgeving, lijkt ze deze rust ook in het verteltempo te brengen. De aandacht voor minder belangrijke personages in het verhaal neemt af en de focus ligt nu meer op de kinderen en hun ouders. Er wordt daardoor meer tijd genomen om te beschrijven wat de kinderen meemaken. Wanneer Jelle en Saskia elkaar niet meer mogen zien door het conflict tussen hun ouders, komt er bijvoorbeeld ook meer ruimte voor gevoelsreflecties van Jelle. Helaas blijven ook deze soms wat oppervlakkig: ‘Ik zag Saskia dagelijks, maar we waren allebei terneergeslagen. Saskia kon mij vroeger altijd op mijn gemak stellen, maar zij zat nu zelf in de put.’. In ieder geval komt het verhaal, naarmate het vordert, ook meer op het juiste spoor. Het lijkt alsof Fennema nog even moest zoeken naar het verhaal dat hij eigenlijk wilde vertellen, maar dit halverwege het schrijven vond.

Rauw randje

Het is jammer dat de scènes elkaar in het begin van de roman in zo’n hoog tempo opvolgen. Ze zijn namelijk zeker de moeite waard om wat meer aandacht aan te besteden. Bijvoorbeeld de dagen die Jelle doorbrengt in het slachthuis. De gedetailleerde beschrijvingen van de slachtingen lijken soms bijna provocerend, maar geven wel een spannend tintje aan het boek:

‘Op het geluid van het schot stortte de koe neer en leek een fractie van een seconde verstijfd. Maar op het moment dat haar halsslagader opengesneden werd en het bloed in de zinken bak golfde, begon de koe met de poten te trappen, alsof er nog een weg terug was. De poten trapten wild in de lucht, terwijl het bloed uit haar lichaam vloeide. Ook de darmen liepen nu leeg en een zure lucht van koeienstront verspreidde zich door de slachthal.’

Net als de scène waarin Jelle een bezoek aan de Johanneshoeve brengt, een gehandicapten-boerderij waar één van de bewoonsters iets te handtastelijk wordt. Of de lompe verhalen van Jelles familieleden:

‘Na elke slachting werd er brandewijn geschonken. Bij het laatste varken moest de slachter zes keer steken voor hij de slagader te pakken had. “Hij moest het arme beest ten slotte met de klomp doodslaan,” zei tante Leen.’

Zonder dit soort rauwe scènes, was het risico op te veel romantiek aanzienlijk groter geweest. Want ofschoon de titel anders doet vermoeden, is Het slachthuis in essentie een roman over jeugdige liefde. Over waardering, jaloezie, gemis en vrijen in een bizonschuur. Gelukkig voorkomt Fennema met deze lugubere en dierlijke kanten van zijn werk dat Het slachthuis een zoetsappige liefdesroman is geworden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *