Vrijdag, 24 april, 2020

Geschreven door: Giono, Jean
Artikel door: Nooij, Marjon

Heuvel

De boosaardigheid van de heuvels

[Recensie] Les Bastides Blanche; een bijna verlaten hameau, ver van de bewoonde wereld, in de Provençaalse heuvels met vier huizen, bewoond door een dertiental inwoners. Ze verdienen er hun brood met hun boerenbedoening, vertellen elkaar verhalen en laten de absint en wijn rijkelijk vloeien. Mens en natuur gedijt in symbiose, de gemeenschap leeft tezamen in relatieve eenzaamheid, maar alles lijkt pais en vree te zijn.

“De wilde dieren en mensen van de Bastides kruisen elkaar bij de bron, bij het water dat uit de rots komt stromen, zo zacht op de tongen en de vachten.”

De auteur Jean Giono (1895-1970) is zelf ook geboren in de Provence. Toen hij gewond terugkeerde uit de Eerste Wereldoorlog heeft hij zijn pen opgepakt om verzen en mythische romans te schrijven waarin hij gewag maakte over de verbinding tussen mens en natuur. In 1929 verscheen Heuvel, het eerste deel van de Pan-trilogie. In de Griekse mythologie is Pan de god van het bos, de beschermer van de herders en hun vee en de god van het dierlijke instinct. Een toepasselijke titel voor deze trilogie.

Vanwege een halfzijdige verlamming verblijft de ruim tachtigjarige Janet bij zijn dochter en schoonzoon. Hij slijt zijn dagen in bed, op zijn rug en stijf als een ‘stuk dood hout’. Volgens zijn schoonzoon raaskalt hij, maar toch klinkt er onheil door in zijn woorden. Wanneer er een everzwijn en een pikzwarte kat in het dorpje worden gesignaleerd, wakkert dat de bijgelovigheid aan en herinneren de mannen zich de rampspoed waarvan deze dieren destijds een voorbode waren. Janet krijgt een visioen: ze moeten terug naar het basale en niet alleen maar alles als vanzelfsprekend nemen, dankbaar zijn en niet alleen nemen, maar ook teruggeven aan de natuur waar ze zo afhankelijk van zijn.

Wandelmagazine

“De aarde is niet voor jou alleen gemaakt, om haar te gebruiken zoals je dat altijd doet, zonder zo nu en dan de raad van de meester ter harte te nemen. Jij bent als een boer in zijn mooie jasje met zes knopen, een bruin fluwelen vest en een mantel van schapenvel. Ken jij hem, de baas?”

Wat er dan gebeurt zet de mensen op scherp. De enige bron van watervoorziening blijkt spontaan opgedroogd te zijn, de kleine Marie wordt ziek en krijgt stuipen, waardoor ‘er grote golven door haar heen trokken die haar botten lieten schreeuwen’. Ook de aarde lijkt te schudden en een allesverzengende, apocalyptische bosbrand breekt uit en bedreigt het dorpje. De mannen voeren een gevecht tegen het onheil en de vier elementen van de natuur. Groot is de verwoesting, alsof de aarde hen wil laten inzien dat er roofbouw wordt gepleegd op de natuur, en de bewoners tot bezinning wil brengen. Razend en radeloos is de blinde paniek. En daartussendoor laveert de zwakbegaafde Gagou die zijn eigen plan lijkt te trekken.

“De aarde was op slag furieus. Heel even verdedigden struiken zich vloekend, en daarna kwam de vlam op ze af en vermorzelde ze onder haar blauwe voeten. Ze danste schreeuwend van blijdschap, maar al dansend bewoog ze zich heel sluw, met kleine pasjes, naar de jeneverbessen verderop, die zich niet konden verdedigen. In een mum van tijd gingen ze neer, en ze schreeuwden het uit terwijl de vlammen op het nu platte en vrije stuk grond door het gras huppelden.”

Giono heeft zijn pen gedoopt in beeldende inkt en zijn beschrijvingen laten het boek lezen met gebruikmaking van alle zintuigen. Door het gebruik van beeldspraak – in dit geval de stijlfiguren personificatie, animalisering en materialisatie – krijgt het lyrische proza een magische twist. Een fenomenale allegorie; van de aarde die terugvecht, die doet denken aan De grote angst in de bergen van Charles-Ferdinand Ramuz.

Wat dit werk zo fascinerend maakt is dat dit bijna honderd jaar geleden geschreven werk nog steeds zo bijzonder actueel is en toont hoe we roofbouw plegen op de aarde. Zorgen om de verandering van het klimaat avant la lettre en een boetedoening voor begane zonden.

Hoedje af voor Kiki Coumans, die de vertaling voor haar rekening heeft genomen en hopelijk al aan het werk is gezet om ook Un de Baumugnes en Regain, deel twee en drie van de Pan-trilogie, te vertalen.

Lees en geniet van dit juweeltje, Ă©Ă©n van de vele die Uitgeverij Vleugels met zoveel geestdrift en toewijding uitbrengt.

Eerder verschenen op Metdeneusindeboeken