Dinsdag, 25 augustus, 2020

Geschreven door: Solomon, Sheldon
Greenberg, Jeff
Pyszcsynski, Tom
Artikel door: Hulspas, Marcel

Hoe de dood ons drijft

Alles is doodsangst

[Recensie] Sommige boeken voeren je onverwacht terug naar je middelbare schooltijd. Naar die ellenlange discussies in de kroeg over de gruwel genaamd religie, over nut en noodzaak van een verlicht dictator en de onweerlegbaarheid van het solipsisme. En wanneer ook dat laatste onderwerp afgeschoten was, dan was er altijd wel iemand die poneerde: ‘Al ons gedrag komt voort uit doodsangst’. Seks, de zucht naar macht, naar roem, naar geld: het was allemaal doodsangst. En we bestelden weer een rondje.

Het lijkt een dooddoener zogezegd, maar “alles is doodsangst” is precies wat de auteurs van Hoe de dood ons drijft wetenschappelijk willen aantonen. Het zijn drie volgelingen van de in 1974 overleden Amerikaanse cultureel antropoloog Ernest Becker, die weer een leerling was van de psychoanalyticus Otto Rank (die weer een leerling was van Freud). Volgens Becker kon de hele menselijke beschaving verklaard worden vanuit “het verpletterende besef van onze fundamentele hopeloosheid en de angst voor onze onvermijdelijke dood”.

Cultuur en zelfwaardering

Doodsangst, zo lezen we, is het onvermijdelijke bijproduct van de grootste gift van de evolutie: ons zelfbewustzijn. Dieren mogen instinctief de dood mijden; alleen mensen weten dat ze, wat ze ook doen, uiteindelijk dood zal gaan. Om deze angst te bestrijden brengen we twee psychologische hulpmiddelen in stelling: cultuur en zelfwaardering. We willen onderdeel zijn van iets groters, een waardensysteem, een cultuur, beweging, geloof of land – iets dat de dood overstijgt. Door daar deel aan te nemen, hebben we de illusie dat iets van ons voortbestaat na de dood. En om dat extra geloofwaardig te maken, scheppen we de illusie dat we bijzonder zijn, dat we uniek zijn, en dat onze bijdrage aan dat systeem (et cetera) dus uniek is.

Geschiedenis Magazine

Sociale psychologie

Hoe de dood ons drijft besteedt uiteraard veel aandacht aan doodsangst door de eeuwen heen, te beginnen bij het Gilgamesh Epos. (Wat het oudste en misschien wel het meest loepzuivere voorbeeld is van een held die gedreven wordt door de angst om te sterven.) Verdere voorbeelden liggen uiteraard voor het oprapen. Heldendom, eeuwige roem, hemel en hel. Maar bepaalt die doodsangst nu écht al ons gedrag? Is prestatiedrift, angst voor helse pijnen, le plaisier de se voir imprimé, allemaal eigenlijk doodsangst? Om dat te bewijzen is er natuurlijk de sociale psychologie met haar Mount Everest aan onderzoekjes. Dit is een tak van wetenschap waaraan in ons land vooral de naam Diederik Stapel verbonden is en die al geruime tijd in een kwade reuk staat, maar dat mag de pret in dit geval niet drukken.

Verreweg de meeste onderzoekjes die de auteurs citeren betreft het fenomeen dat ons gedrag beïnvloed wordt door datgene wat we vlak daarvoor hebben gedaan, gezien of gelezen. Wie bijvoorbeeld een filmpje te zien heeft gekregen over bittere armoede, is daarna een beetje gieriger – dat soort zaken. En zo geldt ook dat wanneer proefpersonen (vooral Amerikaanse psychologiestudenten, maar dit terzijde) eerst onzeker worden gemaakt, of wanneer ze een onaangenaam gevoel krijgen opgedrongen, ze daarna een stuk minder sociaal zijn, en zich ‘asociaal’ gaan gedragen. Dan moeten ze even niets hebben van alternatieve meningen of pogingen om begrip te wekken voor ‘de ander’, voor het milieu, zuinigheid, gezondheid, of duurzaamheid. Dat gevoel kan op vele manieren worden opgewekt, zoveel is duidelijk, maar volgens de auteur is doodsangst opwekken de krachtigste manier. Krachtiger dan een confrontatie met ziekte, smerigheid, eenzaamheid, et cetera. Wanneer proefpersonen eerst gedwongen worden om eens goed na te denken over de dood, of hun eigen dood, dan zijn ze daarna iets conservatiever en vinden ze zichzelf unieker. Ze staan pal voor hun waarden, veroordelen wat afwijkt, beschouwen zichzelf als de norm, kortom: dan komen de hulpmiddelen in actie. Ziedaar de bronnen van alle religie, literatuur, cultuur, prestatiedrift, et cetera. Zonder dood hadden we er nooit zo warmpjes bijgezeten.

De dood omarmen

Of dat snufje kunstmatig opgewekte doodsangst wérkelijk een extra effect oplevert, dat moeten we dan maar aannemen. Volgens de auteurs zouden alle andere frustraties die op de proefpersonen kunnen worden losgelaten alleen maar ‘werken’ omdat ze in het onbewuste diezelfde doodsangst oproepen – dus zonder dat we dat in de gaten hebben (p. 283):

“Wij stelden vast dat, in overeenstemming met Beckers theorie, ons gevoel van eigenwaarde angst in het algemeen, en de angst voor de dood in het bijzonder, op afstand houdt. We ontdekten dat subtiele en zelfs subliminale herinneringen aan de dood leiden tot meer vertrouwen in de eigen culturele orde der dingen, meer steun voor charismatische leiders, en een sterker geloof in het bestaan van God en de kracht van het gebed. Ze versterken onze afkeuring voor mensen die onze opvattingen niet delen, zelfs zo sterk dat hun ondergang ons troost biedt. Ze maken dat we dwangmatig roken, eten, drinken en winkelen.”

Ik zei het: alles is doodsangst. En daar moeten we dus van verlost. Dat onbewuste moet aan het licht gebracht, want anders worden we nooit gelukkig. En daarvoor hebben de auteurs een therapie in de aanbieding, ‘Terror Management‘. Daarmee leren we omgaan met de dood. De dood omarmen. Beroemde filosofen gingen ons voor (ze staan allemaal in het laatste hoofdstuk). We moeten:

“Werkelijk begrijpen dat sterfelijk zijn, hoewel angstaanjagend, onze levens ook subliem kan maken. Het kan ons moed, compassie en de zorg voor toekomstige generaties geven.”

De naam en aanpak van de therapie zijn wettelijk beschermd. Ik vermeld het maar even.

Eerder verschenen op Sargasso