Zondag, 3 oktober, 2021

Geschreven door: Laing, Olivia
Recensie door: Dobbelaar, Tanny

Ieder een lichaam

Over verzet, verlangen en vrijheid

[Recensie] Toen de minimalistische schilder Agnes Martin (1912-2004) een vraag kreeg over de reputatie van vrouwelijke kunstenaars als zijzelf, riposteerde ze: “Ik ben geen vrouw, ik ben een deurkruk”. Martin schilderde doeken met rasters en streepjes. Ze weigerde zichzelf te zien als vrouw of als lesbienne.

In haar nieuwste boek Ieder een lichaam legt de Britse schrijver en cultuurcriticus Olivia Laing (1977) een associatief maar overtuigend verband tussen Martins geschil­derde hokjes en haar pogingen om aan elke categorisering te ontsnappen.

Martin had de verstikkende jaren vijftig meegemaakt, waarin de Amerikaanse overheid nog gedrevener en agressiever op homoseksuelen jaagde dan op communisten. Omdat ‘zedenschenners’ niet in overheidsdienst mochten, verloren 7000 tot 10.000 ambtenaren hun baan. Velen van hen pleegden zelfmoord. Homoseksuelen riskeerden gevangenisstraf, levenslange opname in een inrichting of castratie. Zo ontving de jonge Lou Reed nog in 1959 elektro­shocks vanwege zijn geaardheid.

Agnes Martin is een van de vele fascinerende figuren in Laings boek over de relatie tussen lichamen, politiek en vrijheid. Die relatie is urgent. Denk aan de nieuwste abortuswetten in Texas of de huiveringwekkende toekomst voor vrouwen in Afghanistan. Of aan al die lichamen die oorlog en klimaat­geweld ontvluchten in wankele bootjes.

Wandelmagazine

Laing: ‘We zitten allemaal vast in ons ­lichaam, dat wil zeggen: we zitten vast in een raster van tegenstrijdige opvattingen over waar die lichamen voor staan, wat ze kunnen en wat ze wel of niet mogen’.

De hoopvolle kant van een massa zijn, een zwerm

Net als in haar vorige boek De eenzame stad toont Laing terloops haar persoonlijke ­motieven voor dit werk. Zo meldt ze dat ze van jongs af haar gender ervoer als een strop om haar nek. Ook verhaalt ze over haar eerste gaypride waarin ze als 9-jarige in Londen meeliep in gezelschap van haar lesbische ­ouders. “De kracht van die stroom lichamen die over de Westminster Bridge trok nestelde zich ook in mij, een somatische ervaring die volkomen nieuw voor mij was. Ineens werd me duidelijk dat we door met ons allen lijfelijk de straat op te gaan de wereld ­konden veranderen.”

Die hoopvolle kant van een massa zijn, een zwerm, ziet ze terug in de wereldwijde Black Lives Matter-demonstraties. Soepel ­essayeert Laing van de geschiedenis van het gevangeniswezen naar de zwarte bevrijdingsbewegingen. Dankzij een progressief gevangenisregime in de jaren vijftig kon Malcolm X zich ontwikkelen van een kansloze jonge crimineel tot een belezen verzetsstrijder. Desondanks liet de gevangenis ook in zijn ­lichaam traumatische sporen na.

In haar jonge jaren werkte ze als natuurgenezer

Bij het thema ziekte voert Laing de Amerikaanse schrijfsters Susan Sontag en Kathy Acker op. Beiden leden aan kanker, maar gaven er een volstrekt tegengestelde betekenis aan. Sontag ontkende liever dat ze een lichaam had. Ze waste zich weinig, ­vertelt Laing, rookte als een schoorsteen, en nam speed om haar eetlust en slaap te onderdrukken. Net als veel vrouwen van haar ­generatie kreeg ze een kind voordat ze een orgasme had ervaren. Ze was verbijsterd toen de bevalling pijnlijk bleek.

Nadat artsen borstkanker bij haar hadden geconstateerd, koos ze voor de agressiefste chemo’s, in de overtuiging dat die haar zouden ­redden.

Kathy Acker noemde haar kanker daarentegen een geschenk. Ze weigerde reguliere artsen omdat hun behandelingen haar gevoelens en ervaringen totaal negeerden. Ze wilde juist betekenisvol leven en sterven.

Laing begrijpt die houding. In haar jonge jaren werkte ze als natuurgenezer, gefascineerd als ze was door de verhalen die mensen over hun ziekte vertelden. Toch nam ze ontslag. ‘Het verontrustte me dat zoveel van mijn patiĂ«nten Ă  la Acker van me wilden horen dat ik een wondermiddel wist, dat ze met hun chemo moesten stoppen en konden genezen met koffieklysma’s of extreme eliminatiediĂ«ten.’ Ze wilde niet langer rommelen aan lichamen die immers ook uiterste complexe fysieke entiteiten zijn, zonder identiteit of betekenis.

Ook over de Markies de Sade bestaan contrasterende lezingen

In hecht gecomponeerde essays brengt Laing een stoet van twintigste-eeuwse ­denkers, kunstenaars en activisten tot leven. Onder hen de radicale feminist Andrea Dworkin, voormalig sekswerker en slacht­offer van seksueel geweld, die porno en prostitutie bestreed, en mannen opriep hun ­slappe penis te omarmen. Zij schreef onder meer over Markies de Sade, de veelbezongen icoon van de seksuele vrijheid. Met zijn achttiende-eeuwse gruweltheaters was hij volgens Dworkin uitsluitend een geweld­dadige crimineel.

Laing laat Dworkins lezing contrasteren met die van Angela Carter, waarin De Sade verschijnt als fantasievol maar zeer bitter ­gestemd, een denker die de wrede consequenties laat zien van absolute persoonlijke vrijheid. De complete dominantie over andere lichamen in zijn verhalen staan diametraal op zijn eigen leven vol diepe machteloosheid. Hij zat in totaal 29 jaar in gevangenissen met een vaak mensonterend regime.

De hoofdrol in dit boek is voor de in Oostenrijk geboren psychoanalyticus Wilhelm Reich (1897-1957). Hij stelde dat ziekte, oorlog en angst allemaal te wijten zijn aan geblokkeerde seksuele energie, veroorzaakt door trauma. Als lichamen hun seksualiteit vrijelijk kunnen beleven, dan zou dat ook politiek vele problemen oplossen. Overigens dacht hij ‘teleurstellend dogmatisch’ over seks, aldus Laing: die moest wel heteroseksueel zijn en penetratiegericht.

De les van Reich

Reich interpreteerde fascisme als het ­resultaat van patriarchale seksuele repressie. Die opvatting leidde tot een breuk met Freud, die psychoanalyse niet met politiek in verband wilde brengen. Reich vertrok naar de Verenigde Staten, waar hij zijn orgonkast ontwikkelde. Die had het formaat van een doodskist. Je kon er kosmische, orgon­energie opdoen, waardoor je kwalen zouden verdwijnen.

Hoe controversieel Reichs ideeĂ«n waren, bleek wel uit het feit dat de Amerikaanse Food and Drug Administration zijn orgonkasten en zelfs 2000 exemplaren van zijn boeken verbrandde – de enige boekverbranding in de geschiedenis van de Amerikaanse overheid.

Reich leed al aan paranoia, maar door deze gebeurtenis trok hij zich nog meer terug. ‘Zijn grootste fout was dat hij dacht dat je je van de buitenwereld kunt afsluiten’, concludeert Laing. ‘Er is geen met staal beklede kast die je kan beschermen tegen het raster van krachten dat op tastbare, kwellende ­manieren beperkt wat elk persoonlijk ­lichaam mag zijn en mag doen. Er is niet aan te ontkomen, er is geen plekje waar je je kunt verbergen. Je schikt je naar de wereld of je verandert de wereld. Het is Reich die me dat heeft geleerd.’

Eerder verschenen in Trouw