Dinsdag, 27 juli, 2021

Geschreven door: Gül, Lala
Recensie door: Dobbelaer, Roeland

Ik ga leven

De domheid te lijf

[Column] Lale Güls debuutroman Ik ga leven heb ik met veel plezier gelezen. Voor de enkeling die nog niets over het boek heeft meegekregen: een jonge vrouw, student Nederlands in Amsterdam, beschrijft met grote directheid de problemen die ze ondervindt als ze zich wil losmaken van haar strenge islamitische ouders en familie. Ik ga leven is een ooggetuigenverslag van hoe jonge moslims in Nederland hun leven leiden, of beter, geacht worden te leiden. Boeiende materie, en emanciperend voor iedereen die in dezelfde situatie zit. Güls stijl is eerlijk en direct, ze schuwt de straattaal van de huidige jeugd niet.

Op verschillende plaatsen is discussie gevoerd of Güls eersteling wel literatuur is. Daar wil ik korte metten mee maken. Ja, dit is literatuur én goede literatuur ook. Goede literatuur behandelt universele thema’s, thema’s die generaties en landgrenzen overbruggen. En dat doet Ik ga leven. Voor mij als witte man van bijna zestig, met een streng katholieke jeugd in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, was het boek uitermate herkenbaar. Ook al heb ik het conservatief katholicisme uit die tijd al zo’n 40 jaar geleden achter me gelaten, tijdens het lezen kwamen allerlei herinneringen van toen naar boven. Sommige gesprekken die de hoofdpersoon in de roman, Büsra, met haar ouders heeft, heb ik ook gehad, letterlijk zelfs. De oneindige hoeveelheid leugens die je moest verzinnen om je ding te kunnen doen; de eindeloze discussies met je verwekkers, zoals Lala Gül de ouders noemt, om een paar millimeter vrijheid te krijgen: alsof er niets is veranderd. En dan waren er nog de voortdurende zorgen van de verwekkers over wat de buren, de geestelijke van dienst en de leraren op school in het Venray van 1970 er wel niet van moesten denken. Deze zorgen lijken identiek te zijn aan wat de buren, de geestelijke van dienst en de leraren op school in het Amsterdam-West van 2021 ervan moeten denken. Ik kon Ik ga leven alleen maar lezen met dit gevoel: Büsra is mijn achternichtje, ook al is ze Turks-Nederlands, geboren in een Turks-orthodox gezin en veertig jaar jonger. En ik ben niet de enige die deze verwantschap voelt. Gül heeft inmiddels van allerlei mensen van verschillende komaf en leeftijden brieven en mails gehad met de boodschap dat men zich – net zoals ik – in haar roman herkent. Bijzonder.

Wat me verder buitengewoon aansprak in de roman was de strijd die Büsra voert tegen de domheid om haar heen. Het boek staat vol met uitspraken tegen domheid. Gül ageert tegen bijgeloof van haar moeder, tegen de middeleeuwse denkbeelden in haar familie en gemeenschap, en tegen de stupiditeit die in dit geval als Islamitische wetten wordt gepresenteerd.

Over het huwelijk:

Bazarow

“Ik verkies liever het gooien van al mijn charmes in de strijd om zo de beste aan de haak te slaan. Het is toch zotternij om alles te moeten verhullen in doeken en dan te moeten kiezen voor iemand die vooral belijdend is. Ik zie daar geen enkele wijsheid in. Alleen domheid. Ik ben niet dom.” 

Büsra weigert een huwelijk met een jongeman die lager is opgeleid dan zij zelf. Ze wil een slimme en ontwikkelde man.

Over haar moeder:

“Verdraagzaamheid vergt geestelijke spierkracht, die heeft ze niet.“

Over moraal:

“Moraal kan goed zijn, als hij je leert hoe om te gaan met de werkelijkheid, in plaats van voorschrijven wat deze moet zijn. Een andere optie is dat er onvoorstelbaar veel domheid zit in de hoofden van onvoorstelbaar veel mensen.”

Het is niet zo dat Büsra/Lale het geloof of iedere vorm van religie afwijst. Het gaat haar om de verstikkende relatie tussen religie en domheid. Ze schrijft: “Ik heb een gezond respect voor de immense kracht [van religie/rd] ervan, maar voel tevens een diepgaande aversie en wantrouwen omdat het een irrationele kracht is die gemakkelijk kan leiden tot destructie.”

Domheid lijkt me meer dan voldoende reden om te breken met je jeugd. Zeker in combinatie met religie is het een giftige cocktail waar kinderen niet aan blootgesteld mogen worden. Het is een van Büsra’s grootste ergernissen. Ze wil slimme, weldenkende mensen op haar heen. En met een gestrekt been gaat ze erin als het gaat om de domheid in haar omgeving. Het is de enige manier, dat weet ik uit ervaring.

Is er nog hoop? Jazeker. Het goede nieuws is natuurlijk dat het uiteindelijk kan, je losmaken van de domheid van het geloof en andere keuzes maken dan je verwekkers voor je hadden bedacht. Duizenden gingen Büsra/Lale voor, katholieken, protestanten, joden, hindoes en ook moslims. Voor mij is het lang geleden, ik denk er bijna nooit meer aan, maar ik heb geen moment spijt gehad van de stappen die ik destijds heb gezet. Met mijn ouders is het goed gekomen. Zij werden milder en toleranter, én ik ook. Toen ze zagen dat de kinderen ondanks de breuk met de godsdienst niet voor galg en rad opgroeiden, maar hun studies afrondden, gezinnen stichtten, begrepen ze ook wel dat er meer mogelijkheden waren dan zij ons hadden willen doorgeven. Ik hoop dat Gül hierover straks, over een jaar of twintig, een nieuw boek kan schrijven. Dat is haar van harte gegund.

Eerder verschenen in Bazarow Magazine