Zaterdag, 21 augustus, 2021

Geschreven door: Stegeman, Harry
Artikel door: Veen, Evert van der

In de kop van Overijssel

Lopen, fietsen, stilstaan

[Recensie] Harry Stegeman heeft in Meppel gewoond en daarom affiniteit met het gebied dat In de kop van Overijssel wordt beschreven. In zes tochten, verdeeld over zes hoofdstukken, trekt hij door dit gebied. In de hoofdstukken worden de begin- en de eindplaats genoemd zodat de lezer een inschatting kan maken van de inhoud.

Dit gebied, dat de kop van Overijssel wordt genoemd, is Nederland in het klein vanwege de grote variatie aan landschappen. De informatie is in zekere zin toeristisch te noemen maar is toch duidelijk meer want er zit ook een brokje geschiedenis en cultuur in, ook het bevallige landschap wordt liefdevol beschreven. Door de verhalende stijl van schrijven, leest het boek bijzonder prettig en neemt Harry Stegeman je echt mee op weg.

Er zijn interessante citaten die iets zeggen over hoe het leven hier vroeger was zoals over Kalenberg in 1952:

“De woningen zijn over het algemeen zeer klein, maar wel zindelijk en goed onderhouden. Normaal comfort als waterleiding, gas en electriciteit ontbreekt geheel. Het water voor de consumptie wordt opgevangen in regenbakken. Zij die geen regenbak hebben, halen het drinkwater uit de trekgaten, of men laat het in melkbussen uit Ossenzijl komen. Voor ander doeleinden dan voor de consumptie gebruikt men het water uit de gracht. De privaten zijn zeer primitief en de afvoer mondt uit in de gracht. Men slaapt nog veel in bedsteden” (p. 23).

Kookboeken Nieuws

Zo weet Harry Stegeman op treffende wijze de lokale situatie van vroeger en nu te illustreren maar hij staat ook stil – mild-kritisch en lichtvoetig – bij toekomstige toeristische ontwikkelingen. Op deze wijze komen alle plaatsen in dit gebied in de loop van dit boek aan de orde.

Zoals vandaag nog goed zichtbaar is, hebben de havenplaatsen Blokzijl en met name Vollenhove hun ontwikkeling aan vroegere handel te danken. Blokzijl was vroeger een belangrijke havenstad getuige het spreekwoord “Blokzijl heeft meer schepen in getal dan Overijssel heel en al”. Er zijn mooie verhalen over dit stadje opgetekend in dit boek. Wie vandaag door Vollenhove wandelt, begrijpt waarom het ‘stad der paleizen’ wordt genoemd. Het stadje heeft zijn bloei aan de visserij te danken en het is tot de inpoldering zelfs een belangrijke badplaats geweest.

De villa Rams Woerthe in Steenwijk staat in de top van 100 Nederlandse monumenten en heeft een fraaie ligging in het omringende park dat open staat voor wandelaars. Steenwijk kent tal van monumenten en heeft een interessante geschiedenis. Minder bekend is dat er in Paasloo een bunker staat waar in de Tweede Wereldoorlog kunst werd opgeslagen terwijl de liefhebbers van taal en poëzie waarschijnlijk wel weten dat op het kerkhof bij de oude kerk in Paasloo J.C. Bloem ligt begraven.

Wie het boek In de kop van Overijssel leest, wordt getroffen door de levendige beschrijving van landschappen en plaatsen. Harry Stegeman is duidelijk en zeer terecht enthousiast over dit gebied. Uit eigen ervaring kan ik dat alleen maar onderschrijven. De Weerribben – Wieden zijn terecht een nationaal park waar het vooral goed wandelen en fietsen is. Pas dán leer je dit gebied van dichterbij echt kennen.

Achter in het boek staat een kaart waarop de 6 routes zijn ingetekend. Toch was het handig geweest wanneer er in de 6 hoofdstukken ook getekende details van de routes waren opgenomen. Nu is de tekst voor wie het gebied minder goed kent – en voor hen is dit boek juist een vriendelijke uitnodiging – niet altijd goed met de kaart achterin te verbinden.

Harry Stegeman is docent en onderzoeker in het HBO en hoofdredacteur van een onderwijskundig tijdschrift. Hij schreef eerder boeken over Nederlandse streken: Langs de Nederrijn en Lopen langs de Linge.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles