Donderdag, 4 september, 2008

Geschreven door: Michel, K
Artikel door: Winter, Karlijn de

In een handpalm

Diversiteit binnen handbereik

Deze kleine bundel mag zijn titel, In een handpalm, qua formaat dan recht doen, de inhoud ervan omvat wel opvallend veel. Er staan verhalen, gedichten en essays in, maar ook beeldmateriaal. Het oogt als een vergaarbak van wat K. Michel, vooral bekend van zijn dichtbundels, de afgelopen tijd geschreven heeft. Als lezer waan je je een strandjutter, of een kind dat in een grabbelton mag graaien en getrakteerd wordt op de verrassingen en de variëteit die zijn werk te bieden heeft.

Die variëteit zit niet alleen in de verschillende tekstsoorten maar ook in de toonzetting en de onderwerpen die Michel aansnijdt. Sommige stukken zijn filosofisch en bevatten bespiegelingen over serieuze thema’s als de ziel, andere zijn eerder geestig en drijven bijvoorbeeld de spot met politiek taalgebruik. ‘Na braadslagingen in de misterraad vdaag / vinden we dat ondzoek moet worden vricht. / Het gaat om de kooging en het koolijk huis,’ dicht Michel zo in ‘Ter correctie; de premier spreekt de pers toe’, geïnspireerd door Balkenendes insliktaal.

Toch zijn ook de meer beschouwende teksten nooit al te ernstig. Het gedicht ‘Gong’ van de Franse dichter Henri Michaux interpreteert Michel gerust aan de hand van een vertederend voorval uit diens leven met een geestelijk gehandicapt jongetje en een pinguïn. En in een nooit verzonden brief aan de door hem bewonderde Argentijnse schrijver Julio Cortázar spreekt Michel zonder blikken of blozen over de verwarring die kattenvoer veroorzaakt. Het soort dat hij onder ogen heeft gehad bestaat uit ster- en wervelvormige brokjes, en het wordt in verschillende smaken verkocht:

‘Tja, het is natuurlijk komisch om te zien dat een stervormpje “konijn” kan zijn, maar als datzelfde vormpje ook ineens als “tonijn” of “garnaal” wordt benoemd, dan begin ik ongerust te worden. Als zelfs het kattenvoer al een bron van semantische onzekerheid is, Julio, waar blijft dan nog het houvast dat we nodig hebben voor een enigszins redelijke communicatie en een niet al te gewelddadige omgang met elkaar?’

Boekenkrant

Zulk soort vrolijkmakende gekkigheden zijn typerend voor Michels teksten. Het voorplat spreekt op dit punt al boekdelen. Je denkt er een foto van een maan te zien – altijd een verheven beeld – die ergens in een keuken hangt, maar het blijkt een pannenkoek te zijn die wordt omgekeerd boven een koekenpan. Die luchtige kwinkslagen doen de teksten echter nergens aan diepzinnigheid inboeten. Of het nu in de vorm van een brief, een overpeinzing, gedicht of verhaal is (die vormen zijn bij Michel sowieso vaak niet makkelijk van elkaar te onderscheiden), ze getuigen van een bijzondere intelligentie. Erg bewonderenswaardig is bijvoorbeeld het essay over de Poolse dichter Zbigniew Herbert waarin hij zonder ook maar één moment in vaagheden te vervallen een boeiende en onderhoudende analyse presenteert van de belangrijke rol die referenties aan geschiedenis en mythologie in zijn werk vervullen.

Zoiets ogenschijnlijk banaals als kattenvoer weet Michel dan ook in een vloeiende beweging te verbinden met iets van een veel zwaarder gewicht, namelijk het ‘gemarchandeer’ met woorden in een internationale conferentie over de strijd in Cambodja in 1989. Op die manier komen die simpele brokjes ineens in een heel ander daglicht te staan. Zulke onverwachte connecties, die niet eens geforceerd aandoen, legt Michel regelmatig in dit boek en dat draagt aan de ene kant bij aan het verrassingseffect ervan en tegelijkertijd aan de gelaagdheid. Zou je in eerste instantie niet weten wat een live-uitzending over de democratische conventie in Atlanta van 1988 te maken zou kunnen hebben met het gedachtegoed van de Duitse filosoof Walter Benjamin, of de Joegoslavische fixatie op nationale identiteiten met het gedicht ‘Netschrift’ van de Mexicaan Octavio Paz, In een handpalm laat zien hoe deze zaken inzicht in elkaar kunnen verschaffen.

Omdat Michel steeds lichtvoetigheid met diepgang weet te combineren, en alledaagse observaties hem brengen tot verstrekkender reflecties – denk maar aan de kattenbrokken – heeft zijn boek een ongedwongen en tegelijk erudiet karakter. Tegelijk geeft het een beeld van de soort intellectueel die hij is: een die de ivoren torentjes mijdt en op een betrokken manier kritisch nadenkt over de maatschappij om ons heen (van nationale politiek tot de ‘Wereld van de Gouden Gids’).

Toch is In een handpalm nog iets te fragmentarisch, oogt het nog iets te veel als een samenraapsel. Dat wil niet zeggen dat Michel er geen goed aan heeft gedaan proza met poëzie, verhaal met essay en tekst met beeld in deze bundel samen te brengen. Het leidt er weliswaar toe dat je hem moeilijk kunt classificeren (je kunt het geen verhalenbundel noemen, maar ook geen dicht- of essaybundel), maar juist die genre-onbestendigheid levert vaak de rijkste, interessantste literatuur op. In dit opzicht denk ik niet alleen aan Michel, maar bijvoorbeeld ook aan W.G. Sebald. In zulke boeken verwacht je echter wel dat de verschillende (tekst)fragmenten dan op andere manieren (thematisch, associatief) met elkaar verbonden zijn, wat in deze bundel nauwelijks te zien is. In een handpalm blijft een verrassende en inspirerende verzameling teksten, maar met meer onderlinge eenheid was deze uitgegroeid tot een hoofdwerk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *