Vrijdag, 12 maart, 2021

Geschreven door: Brontë, Charlotte
Artikel door: Heijster, Karl van

Jane Eyre

Het thuis van Jane Eyre

[Recensie] Jane Eyre groeit op in vreselijke omstandigheden. Haar ouders zijn overleden en de tante die met met haar zit opgescheept, heeft een uitgesproken hekel aan haar. Haar neef en nichtjes maken haar leven tot zo’n hel, dat ze het als godsgeschenk ervaart op tienjarige leeftijd naar een meisjesinternaat te mogen. Ook daar is haar opvoeding niet zonder hobbels: het leven op school is sober en streng, en haar beste vriendin wordt het slachtoffer van een tyfusepidemie. Maar de jonge Jane ervaart het als een paradijs vergeleken met haar leven onder het juk van haar tante. Op haar achttiende verlaat Jane de school om gouvernante te worden op Thornfield Hall. Er ontstaat een romance tussen haar en haar werkgever, de duistere meneer Rochester. Maar wat zij dan nog niet weet, is dat Rochester een geheim heeft, ver weggestopt de zolder van zijn landhuis. Zal hun liefde bestand zijn tegen datgene wat hij uit zijn verleden met zich meesleept?

Charlotte Brontës Jane Eyre verscheen in 1847 (als Jane Eyre: An Autobiography, onder het pseudoniem Currer Bell), en geldt sindsdien als één van de hoogtepunten van de wereldliteratuur. De redenen daarvoor zijn deels historisch. De intieme focus van de roman op de innerlijke ontwikkeling van zijn hoofdpersoon was destijds bijvoorbeeld ongekend. Maar ook vandaag de dag is dat nog steeds één van de sterkste kanten van het boek. Jane Eyre schetst een complex hoofdpersonage wier tegenstrijdigheden de lezer vastgrijpen en niet meer loslaten. Aan de ene kant is Jane een volgzame jonge vrouw, die zich in de loop van de roman tot twee keer toe bijna laat overhalen zich te onderwerpen aan de wil van een man. Maar aan de andere kant is ze sterk en principieel. Jane laat niet met zich sollen als haar onrecht wordt aangedaan. Ze is niet bang haar eigen keuzes te maken op de momenten dat het telt, en daar de gevolgen van te dragen, hoe zwaar die ook zijn. Het is moeilijk om geen sympathie op te brengen voor een personage dat zichzelf zo geloofwaardig weet te handhaven in moeilijke situaties.

De aantrekkingskracht tussen haar en meneer Rochester is voelbaar vanaf het blad. Rochester is een lelijke, bruuske, soms zelfs ongemanierde man. Zijn sarcastische manier van spreken maakt moeilijk te peilen, en het is precies dat mysterieuze dat zijn relatie met Jane zo interessant maakt. Deze laatste staat overigens ook haar mannetje gedurende hun uitvoerige gesprekken. Jane is niet bang om haar werkgever van snedige repliek te dienen. Als hij haar vraagt of ze geen tovermiddel voor hem kan regelen dat hem in een knappe man kan veranderen, merkt Jane droogjes op: ‘Daar zou geen toverkracht in slagen, meneer.’ Maar in gedachten voegt ze toe dat een liefhebbend oog alles is wat hij nodig heeft. Hun plagerige dialogen vormen misschien wel het hoogtepunt van het boek.

“‘U bent bang voor me, omdat ik praat als een sfinx.’
‘Uw woorden zijn raadselachtig, meneer, maar al ben ik in de war, ik ben beslist niet bang.’
‘U bent wel bang, uw eigenliefde is bang voor een grote fout.’
‘In dat opzicht ben ik inderdaad beducht. Ik wil geen onzin uitkramen.’
‘Als u dat deed, zou u het doen op zo’n ernstige, kalme manier dat ik het voor heel zinnig zou verslijten. Lacht u nooit, juffrouw Eyre? Doet u geen moeite te antwoorden – ik zie dat u zelden lacht. Maar geloof me, u kunt heel vrolijk lachen, u bent evenmin van nature streng als ik van nature verdorven ben.’”

TijdvoorTijdschriften

De romantische liefde tussen man en vrouw is één van de centrale thema’s van de roman. Niet verwonderlijk, natuurlijk, want het betreft een paradigmatisch werk in de Westerse Romantiek. Maar een minstens zo interessante onderstroom in Jane Eyre zit hem in de familiesituatie van haar hoofdpersoon. Janes ouders zijn op jonge leeftijd gestorven en vanuit haar pleeggezin heeft ze nooit genegenheid gekend. Pas tijdens haar jaren op de kostschool vindt ze iets van een moederfiguur in de vorm van haar lerares, mevrouw Temple. Maar een bloedverwant is ze niet. Jane is incompleet, en dat is – symbolisch bezien – waarom ze, verstoken van familie, nooit één zal kunnen worden met Rochester. In het derde deel van de roman, nadat haar werkgever zijn geheim eindelijk heeft moeten onthullen, neemt het boek een wending die de romance ontstijgt. Jane Eyre is meer dan romantische fictie alleen, het is net zozeer een verhaal over het vinden van een thuis.

Alle verdiende lof voor Jane Eyre ten spijt, zit er ook wat sleet op de roman. Brontës schrijfstijl is naar hedendaagse maatstaven bijvoorbeeld erg aan de gezwollen kant. Het bepaald niet dunne boek zit vol met alinea’s aan innerlijke reflectie die tot één zin hadden kunnen worden teruggebracht. Ook de momenten waarop ze zich direct tot de lezer wendt, voelen erg ouderwets aan, om van het melodramatische eind nog maar te zwijgen. Toch zijn dat maar kleine kritiekpunten in het licht van het meeslepende psychologische portret dat Brontë van de jonge gouvernante heeft weten te schetsen. Jane Eyre mag dan misschien een product van zijn tijd zijn, de roman staat vandaag de dag nog steeds als een huis – eentje ter grootte van Thornfield Hall.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles