Dinsdag, 3 maart, 2020

Geschreven door: Piketty, Thomas
Artikel door: Verplancke, Marnix

Kapitaal en ideologie

“Het monopolie van de vrije markt wordt steeds meer in vraag gesteld”

Zes jaar na zijn klepper Kapitaal in de 21e eeuw is Thomas Piketty terug, met een nieuw boek, een nieuw plan en 120.000 euro voor iedereen. “We weten allemaal hoe we een betere en rechtvaardigere wereld kunnen creëren,”zegt hij, “De tijd is aangebroken om het ook te doen.”

[Interview] Je moet het maar kunnen, een vuistdik economieboek schrijven met de allesbehalve sexy titel Kapitaal in de 21e eeuw en er meer dan 2,5 miljoen exemplaren van verkopen. Toch is dat wat Thomas Piketty zes jaar geleden deed. Geen tv-zender waar hij niet kwam opdraven en geen krant of tijdschrift die hem niet in haar kolommen wou. De een noemde hem een Parijse wonderkid, de ander een popeconoom, maar zelf grinnikte hij altijd eens bij al die holle termen en hield hij het liever bij socialist. Want dat is hij ook, iemand die François Hollande, Benoît Hamon en zelfs Jeremy Corbyn met woord en daad bijstond.

In Kapitaal in de 21e eeuw toonde Piketty dat de rijken alsmaar rijker worden en de armen alsmaar armer omdat de opbrengst van kapitaal nu eenmaal vier of vijf keer hoger ligt dan de opbrengst van arbeid. Doet de overheid niets, was zijn conclusie, dan wordt de ongelijkheid zo groot dat het systeem dreigt om te vallen. En dus stelde hij voor een wereldwijde vermogensbelasting in te voeren en een progressieve inkomstenbelasting met als hoogste aanslagvoet 80 of 90%.

In zijn nieuwste boek, Kapitaal en Ideologie, alweer meer dan 1100 pagina’s dik, gaat Piketty verder op dit elan. Willen we van de wereld een eerlijker en vooral ook een rechtvaardiger plaats maken, dan moeten we de macht van het kapitaal inperken, zegt hij. Werknemers moeten meer inspraak krijgen in de bedrijven waar ze werken, de inkomsten- en erfbelasting moeten zwaar hervormd worden, er moet een vermogensbelasting komen en de EU moet een fiscale unie worden zodat bedrijven niet langer kunnen rondshoppen in de verschillende lidstaten op zoek naar de laagste belastingen.

Sociologie Magazine

Wanneer ik hem vraag of de wereld sinds het verschijnen van zijn eerste boek de goeie kant op geëvolueerd is, fronst hij zijn wenkbrauwen. “Je zou kunnen opmerken dat het vrijemarktkapitalisme nog steeds de plak zwaait en de ongelijkheid alleen nog toegenomen is,” steekt hij van wal, “maar er is ook iets anders zichtbaar. Het monopolie van de vrije markt wordt steeds meer in vraag gesteld. Er moet iets veranderen willen we de ongelijkheid, de armoede en de klimaatwijziging aanpakken, zien steeds meer mensen. Het bewustzijn is dus zeker gegroeid, maar dat heeft jammer genoeg tot verschillende reacties geleid. De een gaat de nationalistische weg op, de ander de socialistische. In nogal wat Centraal-Europese staten koos men voor het eerste, terwijl het succes van Bernie Sanders in de Amerikaanse voorverkiezingen de andere richting uit wijst. Het beeld is dus diffuus, maar het belangrijkste is dat er reactie gekomen is op het neoliberale verhaal.”

Een toenemende polarisatie dus. Waar eindigt die?

“Ik ben daar niet zo pessimistisch over als vele anderen. Voorlopig lijkt het nationalisme nog even aan de winnende hand te zijn omdat het een makkelijker oplossing lijkt te bieden: stuur de migranten terug naar hun land en alles is opgelost. Maar na verloop van tijd zal men inzien dat het werkelijke probleem het kapitalisme is. Wat we nu meemaken is alleen maar een dipje in de stijgende lijn van meer politieke participatie, minder ongelijkheid, een betere toegankelijkheid van het onderwijs voor iedereen en dus ook een grotere economische welvaart voor iedereen. Ik zie vooral onder jongeren heel veel verschuiven. Wie zijn de aanhangers van Bernie Sanders? Jongeren. Voor het eerst in misschien wel een halve eeuw komen zij op voor echte veranderingen.”

Ik neem aan dat de klimaatwijziging hier een extra hefboom kan zijn?

“Precies, want die verplicht ons tot het aanpakken van de ongelijkheid. De koolstofuitstoot van het rijkste procent van de wereldbevolking is groter dan die van de armste vijftig procent samen. Die grote vervuilers zullen er dus uit moeten. Het is bovendien ondenkbaar dat de lagere en middenklasse zullen aanvaarden dat zij hun levensstijl moeten aanpassen en de rijken niet. Willen we de planeet redden, dan zullen we genoodzaakt zijn meer internationaal en egalitair te gaan denken.”

Moeten we dan een koolstoftaks invoeren? Daar waren de gele hesjes het duidelijk niet mee eens.

“En ze hadden gelijk, want we moeten een progressieve koolstoftaks hebben en geen proportionele. Als je op het Franse platteland woont kun je alleen maar je auto nemen om naar je werk te gaan. Daar ligt geen metro, zoals in Parijs. Wanneer je dan een koolstoftaks invoert op diesel en benzine, straf je bepaalde mensen die, hoe graag ze het ook zouden willen, hun gedrag niet kunnen veranderen. Leef je daarentegen in Parijs, waar je sowieso meer verdient, dan ga je met de metro naar je werk. En in het weekend vlieg je eens naar Rome, en betaal je dus weer geen koolstoftaks. Macron dreef het zelfs nog verder. Hij gebruikte de inkomsten van de koolstoftaks om het afschaffen van de vermogensbelasting te compenseren die vooral door Parisiens werd betaald. Wanneer mensen zoiets horen, worden ze kwaad. Dat begrijp ik. Vandaar dat ik een progressieve energietaks voorsta. Degene wiens koolstofuitstoot het hoogst is moet ook het meest betalen. Bovendien zouden de inkomsten uit zo’n taks gebruikt moeten worden om te investeren in propere energie, en niet om ergens anders een put te vullen.”

De rellen in de Parijse straten deden sommigen dromen van een nieuwe Franse Revolutie. Oppassen daarmee, zegt u in uw boek, want daar is het allemaal fout gelopen. Lang geleden dat we een Fransman zijn Revolutie zagen afvallen.

“Ik blijf een groot voorstander van de Franse Revolutie, maar we moeten ook bekennen dat ze de concentratie van de rijkdom niet heeft gestopt. Die is de hele negentiende eeuw doorgegaan, tot aan de Eerste Wereldoorlog, toen de eerste inkomstenbelasting werd ingevoerd om het leger te betalen. Precies door die revolutie was Frankrijk het laatste land van Europa om een inkomstenbelasting in te voeren. Wij zijn al een rechtvaardig land, was de redenering, want wij hebben de Revolutie gehad. En dus lazen de Fransen anderen de les. De Britten zouden een inkomensbelasting moeten hebben, zeiden ze, want dat is een heel ouderwets, inegalitair en aristocratisch land. Maar wat blijkt uit onderzoek dat ik heb gedaan? Dat de ongelijkheid in Groot-Brittannië en in Frankrijk precies even buitenmatig groot was, net zoals in andere Europese landen trouwens. Waar de Franse Revolutie ook volstrekt de mist inging was op koloniaal vlak. Toen de slaven op Saint-Domingue in 1790 over de revolutie hoorden, dachten ze dat die ook voor hen gold. Ze kwamen dus in opstand en stichtten in 1804 hun eigen staat Haïti. Frankrijk zag het echter anders en eiste in 1825 compensaties voor de verliezen die slavenhandelaars daardoor hadden geleden: drie keer het bbp van Haïti, een bedrag dat pas in het midden van de twintigste eeuw volledig was betaald. Maar geen kwaad woord over de Franse Revolutie natuurlijk, want die heeft vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid gebracht.”

Een mooi voorbeeld wellicht van uw stelling dat ieder land een verhaal nodig heeft om de ongelijkheid te verantwoorden?

“Precies, want zonder zo’n verhaal pikken mensen die ongelijkheid niet. Daarom wordt de bestaande ongelijkheid voorgesteld als de enige mogelijke. maar zoiets kan ook snel veranderen. In Zweden kon tot 1911 alleen de rijkste 20% van de bevolking stemmen, en hoe rijker je was, hoe meer stemmen je kreeg, van een tot honderd. Bij lokale verkiezingen stond er zelfs geen limiet op dat getal. Zo kwam het regelmatig voor dat een persoon in een gemeente meer dan vijftig procent van de stemmen mocht uitbrengen. Wie hoeveel stemmen had werd algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd en in 1932 kwamen de sociaaldemocraten aan de macht. Zij gebruikten dat kadaster opeens helemaal anders, om de belasting te bepalen. Hoe meer bezit, hoe hoger de aanslagvoet. Het kan dus snel gaan.”

Maar het kan ook de andere kant op gaan, zoals wereldwijd vanaf de jaren 1980, toen de belastingen plots overal daalden en de ongelijkheid weer toenam?

“De tegenstand van veel conservatieven in de VS en Europa tegen progressieve belastingen en het idee van herverdeling was nooit verdwenen, maar hij werd in toom gehouden door het bestaan van het Sovjetcommunisme. De sociaaldemocraten met hun idee van een rechtvaardige herverdeling van de rijkdom hadden daarom de wind in de zeilen. De val van het communisme maakte daar een einde aan. Opeens bleken de sociaaldemocraten niet langer in staat een nieuw verhaal te vertellen. Zij gingen helemaal mee in dat van de financiële deregulatie, verloren hun eigenheid en zo ook hun kiezers.”

En dus gaven ze zich bij gebrek aan economische ideeën over aan de identiteitspolitiek?

“Als je stelt dat er geen alternatief is voor het huidige systeem en dat staten alleen nog de macht hebben over hun grenzen, dan zul je inderdaad zien dat er alleen nog over grenscontroles en identiteitspolitiek wordt gesproken. Dat lijkt me nogal logisch. Net zoals me het nogal logisch lijkt dat je dan nationalistische en xenofobe partijen krijgt die met de stemmen gaan lopen van degenen die aan den lijve ondervinden dat er wel degelijk iets mis is met het huidige systeem.”

We moeten die proteststem dus terughalen?

“Ja, we moeten tonen dat er wel degelijk een ander systeem mogelijk is dat niet gebaseerd is op nationalisme en xenofobie. We moeten besparen om de overheidsschuld af te bouwen, zegt men dan. In de negentiende en twintigste eeuw zijn er ook al periodes geweest dat de overheidsschuld erg hoog was. Daar is dan op heel diverse manieren een oplossing voor gevonden. Na WO II heeft Duitsland een hoge vermogensbelasting ingevoerd om de schuld heel snel te reduceren. Sommige vermogens werden tot 90% belast, maar het resultaat mocht er zijn. Het befaamde Wirtschaftswunder werd op die manier gefinancierd in de jaren 50, 60 en 70. We weten dus hoe het moet, maar we doen het niet. Zo hebben we bijvoorbeeld investeringen nodig in het onderwijs, maar daar is geen geld voor. Europa zou het beste onderwijs van de wereld moeten hebben. Sinds de jaren 1980 ligt het onderwijsbudget in de EU op zo’n 5% van het bbp. Het aantal mensen dat hoger onderwijs volgt is wel jaar na jaar gestegen. Het bedrag dat dus per student geïnvesteerd wordt is daardoor flink gedaald, wat natuurlijk nefast is voor de ontwikkeling van kennis en innovatie. Iedereen houdt van Erasmus, maar in feite is dat een druppel op een hete plaat, ongeveer twee miljard euro per jaar. Terwijl de Europese staten samen jaarlijks 200 miljard intrest betalen op hun overheidsschulden. Voor mij is dat een duidelijk teken dat we fout bezig zijn. We zouden 200 miljard in ons onderwijs moeten investeren en 2 miljard intrest betalen. Hier moeten we het over hebben, en niet over identiteitspolitiek, want dat is een afleidingsmanoeuvre om alles bij het oude te laten.”

Hoe ga je de huidige staatsschuld dan afbetalen?

“Net zoals Duitsland dat deed na WO II. En Japan trouwens ook. Ik vind het opvallend dat de twee staten die tussen 1948 en 1952 extreem hoge belastingen oplegden aan grote kapitalen ook de staten zijn die het in de decennia daarna economisch bijzonder voor de wind is gegaan. Volgens mij moeten we dat vandaag gewoon opnieuw doen, want het was voor zowat alles goed. De economie kreeg nieuwe zuurstof en de ongelijkheid verminderde fors.”

Belastingen zijn dus niet per se slecht?

“Natuurlijk niet. Of ze goed of slecht zijn hangt af van wat je ermee doet. Als je er een log staatsapparaat mee overeind houdt, zijn ze slecht. Als je er daarentegen een goed onderwijssysteem en goede infrastructuur mee financiert, hebben hogere belastingen in het verleden altijd geleid tot een hogere economische groei. Ik zou zelfs durven beweren dat de voornaamste oorzaak van de groeivertraging van de voorbije dertig jaar net de belastingverlagingen onder Reagan, Thatcher en hun bondgenoten waren.”

Een controversieel idee uit je boek is dat grote erfenissen zwaar belast zouden worden en dat iedereen op zijn 25e 120.000 euro zou krijgen van de overheid, wat gelijk staat aan 60% van het bezit van een modale Fransman. Zullen niet heel veel van die jongeren dat geld gewoon verbrassen?

“Dat is mogelijk, net zoals nu heel veel mensen hun erfenis verbrassen. Ik zie daar geen verschil. Iemand die nu bijvoorbeeld niets zou erven, zou in mijn systeem opeens 120.000 euro krijgen. Een ander die nu een miljoen zou erven, zou na de erfenisbelasting nog steeds 620.000 euro overhouden. Dit is dus geen communisme waarbij iedereen even arm is. Het idee achter die 120.000 euro is dat iedereen de kans moet krijgen om een goed idee uit te werken. Nu draait de economie soms vierkant omdat de mensen met de goede ideeën geen geld vinden om ze te financieren. Dat zou dan wel kunnen.”

Sommige Europese landen willen techgiganten als Facebook en Google een belasting van 3% opleggen. President Trump merkte op dat dit een anti-Amerikaanse belasting is en dreigt met sancties. Wat denkt u daarvan?

“Ik vind dat een bijzonder kortzichtig en inefficiënt idee. Niet alleen die techgiganten betalen geen belastingen in Europa, er zijn nog heel veel andere bedrijven die dat evenmin doen. Er moet dus inderdaad een belasting komen, maar voor alle bedrijven. Begin bijvoorbeeld met dit probleem in de EU aan te pakken, door sancties te treffen tegen Europese landen met een absurd lage bedrijfsvoorheffing, waardoor ze abnormaal veel rijke bedrijven aantrekken om daar hun Europese zetel te vestigen. In de meeste landen ligt de bedrijfsvoorheffing rond de 30 à 35%. Een aantal landen, waaronder Nederland en Luxemburg willen naar 10%. Ok, zeg ik dan, maar laat ons dat verschil dan verrekenen wanneer die landen iets naar hier willen exporteren. Reken hen een invoertaks van 20 of 25% aan.”

En zal de EU dat toelaten?

“Weet je waarom Zwitserland zijn bankgeheim versoepelde? Omdat Obama ermee dreigde de Amerikaanse banklicentie van alle Zwitserse banken in te trekken. Stel dat de EU-landen hetzelfde hadden gedaan met Luxemburg, dan was dat land geheid naar het Europees Gerechtshof gestapt en had het zijn slag thuisgehaald. Binnen de EU zijn er in het verleden een paar bar slechte verdragen afgesloten die vooral het grootkapitaal beschermen. Schaf die af, zeg ik, want dumping is dumping, of het nu over staal of over bedrijfsvoorheffing gaat maakt niet uit.”

Eerder verschenen in De Morgen