Zaterdag, 13 maart, 2021

Geschreven door: Riphagen, Loes
Artikel door: Pontororing, Rita

Kom mee, Kees

Het zijn de kleine dingen die het doen…

[Recensie] Sla het boek open en kinderen herkennen de situatie direct; op de bank hangen, je vervelen en papa die je niet hoort. Ze duiken in de eerste levendige illustraties en vertellen vol plezier wat ze zien – eigenlijk ontdekken. Kees heeft een knuffel, papa en Kees wonen half in het water, er hangt een tekening van Kees aan de muur, Kees kan schaken en zo veel meer. Mente van 5 heeft het aquarium ontdekt. “Dat is de wieg”, zegt hij stellig. Als volwassene kijk je daar misschien overheen. Hij vertelt vol enthousiasme wat hij aan de muur ziet. Dat zijn van die details die kinderen ontdekken.

Je valt echt met je neus in de gedetailleerde vrolijke tekeningen die je ook kijk- of ontdekplaten kunt noemen.

Wat is het verhaal? Papa wil met Kees naar een concert. Onderweg ziet Kees van alles. Ook heel herkenbaar als je met kleine kinderen aan de wandel gaat. Een wandeling met kinderen kan net een ontdekkingsreis zijn. Klein minpuntje, je laat toch niet zo snel een concert schieten.

Zo’n ontdekkingsreis maken we mee met Kees in Kom mee Kees. Al die ontdekkingen zien we in de prachtige illustraties. Door de kleurkeuze die steeds terugkomt, vallen de details des te meer op. Dat kan ze zo mooi, auteur en illustrator Loes Riphagen. Leg Coco kan het, prentenboek vanhet jaar 2012, naast Kom mee Kees, en het kan niet anders dan dat beide boeken van Riphagen zijn. Zij laat in deze twee boeken een heel eigen stijl zien. Sprekend, met veel details en vol humor.

Trouw

Kinderen zullen heel veel plezier beleven aan Kom mee Kees. Waarschijnlijk zien zij aan het eind van het boek dat papa nu zijn eigen ontdekkingen doet. En Kees? DĂ t ontdekken kinderen tijdens het voorlezen.

Op de website van Loes Riphagen staan twee leuke knutselopdrachten bij Kom mee Kees. De dieren in het boek heeft ze helemaal met de hand geschilderd. Op haar website vind je een miniworkshop “Hoe schilder je kikker Kees”.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles