Vrijdag, 15 januari, 2021

Geschreven door: Weil, Jiří
Artikel door: Koster, Jan

Leven met de ster

Indringend en vervreemdend

[Recensie] Het leven van de jood Jiří Weil (1900 – 1959) is, heel zachtjes uitgedrukt, weinig vreugdevol geweest. Als overtuigd communist ging hij op jonge leeftijd naar de Sovjet-Unie. De realiteit viel hem zwaar tegen en het duurde niet lang voordat hij in conflict kwam met de autoriteiten en werd teruggestuurd naar Tsjecho-Slowakije. Het was onrustig, de Duitsers waren de Sudeten-Duitsers aan het ophitsen. Na de oorlog, die hij wonderwel overleefde, werd hij als schrijver in de ban gedaan. Hij heeft nog net kunnen meemaken dat hij werd gerehabiliteerd, kort daarop stierf hij, leukemie. Des te verbazender is het dat hij in Leven met de ster op zo’n, de ellendige omstandigheden in aanmerking nemende, lichte toon heeft geschreven over die donkere oorlogsjaren.

Eenzaam maar niet alleen

Josef is alleen op zijn zolderkamer en praat tegen zijn afwezige (wellicht denkbeeldige? “Misschien was ze er niet eens meer, misschien heeft ze wel nooit bestaan”) geliefde Růžena. Hij heeft nauwelijks te eten en te drinken. Vrijwel alles van hout is opgestookt in het potkacheltje. Hij verwacht elk moment een oproep te krijgen van de Joodse Gemeente om dwangarbeid te verrichten. De oproep komt en hij gaat erheen. Hij moet later nog een keer komen, maar weet niet waarom. Hij weet niet wat voor werk hij kan doen, hij kan niet veel meer dan posten bij elkaar optellen.

Intussen draaien de nazi’s de duimschroeven aan. Er is een avondklok, de Jodenster wordt verplicht, de bewegingsvrijheid wordt ingeperkt. Als de tram vol is moeten Joden eruit om plaats te maken. Het leven wordt er niet beter op, maar Josef heeft één troost: de kat Thomas die is komen aanwaaien en hem gezelschap houdt. Ook van dieren is de vrijheid trouwens ingeperkt, een zorg erbij.

Wordt Vervolgd

Hij wordt gekeurd maar te zwak bevonden voor zware arbeid. Wat zou hij ook moeten doen: de voormalig bankbediende kan niet veel anders dan posten optellen. Josef krijgt een baantje op de begraafplaats die wordt gebruikt om groente te kweken. Er zijn andere lotgenoten met wie hij af en toe in gesprek kan. Zijn leven sukkelt een beetje door tot er op een zeker moment een paar gebeurtenissen zijn die hem doen inzien dat het zo niet verder kan.

Een vervreemdende staat van onschuld en ontkenning

Tot die tijd gedraagt hij zich verbazingwekkend naïef, de realiteit ontkennend:

“Als we nu eens net deden of er buiten deze begraafplaats waar wij bladeren bij elkaar lopen te harken, niets gaande is?”

Dat typeert Josef, de hoofdpersoon in Leven met de ster. Tot die trits van gebeurtenissen leeft hij in een staat van ontkenning, verwondering. Is het een vorm van zelfbescherming? Want hij weet donders goed wat zich rondom hem afspeelt. Joden krijgen ongewenst bezoek van mensen die de boel inventariseren. Velen van hen worden opgeroepen om zich te verzamelen. Ze moeten eerst bij wijze van circusact de nazi’s vermaken en worden vervolgens naar het oosten gedeporteerd. Hun huizen worden geplunderd.

Josef ontsnapt de dans op wonderbaarlijke wijze. Hij probeert zo min mogelijk op te vallen, verbrandt alles wat hij bezit, hij is niet meer Josef. Is die aanpak voldoende om te overleven?

Leven met de ster is een bijzonder indringende roman. Emoties blijven op afstand, het heeft eerder een toon van vervreemding en onschuld die in schril contrast staat met wat er gebeurt. Misschien is de manier waarop hij de nazi’s en hun helpers aanduidt wel het beste voorbeeld van die toon: Josef noemt ze die lui, veel neutraler kun je niet zijn.

Tussen de bedrijven door kijk je in het hoofd van Josef. Hij denkt veel na, met verrassende diepgang. Zijn gesprekken met zijn (fictieve?) geliefde zijn prachtig en treurig tegelijk, zijn band met de kat Thomas geeft het een extra emotionele laag. Leven met de ster is een indrukwekkende en indringende roman!

N.B.: lees vooral ook het verhelderende nawoord van vertaler Kees Mercks!

Eerder verschenen op JKleest.nl