Maandag, 15 februari, 2021

Geschreven door: Molster, Annemieke
Schuit, Sandra
Artikel door: Knoppers, Rijkert

Loop

Tien ontwerpprincipes voor een loopvriendelijke omgeving

[Recensie] De meeste mensen kunnen zonder enig probleem lopen, je zou denken dat daar niet veel bijzondersĀ  over te vertellen valt. Dat er veel meer aspecten aan lopen verbonden zijn dan op het eerste gezicht lijkt, blijkt wel uit dit goed gedocumenteerde boek van Annemieke Molster. Lopen is in haar ogen een oplossing voor allerlei problemen, zoals het tegengaan van de eenzaamheid, het stimuleren van lichaamsbeweging, het verminderen van de verkeersdrukte of het verbeteren van de luchtkwaliteit. Zelfs de klimaatverandering is door een wandelingetje enigszins aan te pakken! “Volgens sommige artsen is lopen het beste en het goedkoopste medicijn dat er bestaat. En dat nog eens zonder bijwerkingen,” aldus stedenbouwkundige Molster.

Of mensen veel of weinig lopen is een kwestie van definitie. Uit recent onderzoek blijkt dat van alle verplaatsingen ongeveer een vijfde te voet plaatsvindt. Maar als we meetellen dat we ook naar een bushalte, de auto of onze fiets lopen luidt de conclusie dat in Nederland naar schatting 70 procent van alle verplaatsingen lopend gebeurt.
De essentie van het boek is niet zozeer om het loopgedrag van de gemiddelde Nederlander in kaart te brengen, maar vooral om beleidsmakers, waaronder planologen, stedenbouwkundigen, architecten en bijvoorbeeld verkeersdeskundigen te stimuleren om binnen de stedelijke omgeving het lopen te bevorderen. Bijvoorbeeld door goede looproutes te creƫren. Omdat er geen standaardoplossingen bestaan behandelt Molster samen met landschapsarchitect Sandra Schuit in tien hoofdstukken de belangrijkste ontwerpprincipes. Bijvoorbeeld ten aanzien van het verbeteren van oversteekpaden. Het oversteken van een straat blijkt voor voetgangers in veel gevallen niet eenvoudig te zijn. Een straat oversteken betekent lang wachten, goed uitkijken en bij ongelijkvloerse kruisingen soms het gebruik van een trap om de overkant te kunnen bereiken. Helemaal een uitdaging is het oversteken van een straat voor mensen met een rollator of rolstoelgebruikers. De oplossing, dat bij het ontwerp van oversteekpaden de voetganger voorop dient te staan, klinkt logisch, maar de diverse voorbeelden laten zien dat er op dit gebied nog veel te verbeteren valt.

De andere hoofdstukken met betrekking tot het beter ontwerpen van een loopvriendelijke stedenbouw gaan over het creĆ«ren van een netwerk van looproutes, een hoge bebouwingsdichtheid voor de diverse bestemmingen, een goede afstemming tussen de voetganger en het openbaar vervoer, minder hinder van gemotoriseerd verkeer, goede oriĆ«ntatiemogelijkheden, obstakelvrije looproutes, rekening houden met mensen met een beperking, anticiperen op weersinvloeden en het ontwerpen van gebouwen, die afgestemd zijn op de voetganger. In alle gevallen is de tekst ruimschoots voorzien van kleurenfotoā€™s, kaartmateriaal en tekeningen.

Kleine onnauwkeurigheden ontsieren het boek. In de proloog zegt de auteur bijvoorbeeld dat op afstanden tot een kilometer wandelen een snellere manier van verplaatsen is dan fietsen. Dat lijkt teveel wishfull thinking: als je gemiddeld vijf km/uur wandelt doe je over een kilometer twaalf minuten, per fiets met een gangbare snelheid van vijftien km/uur ben je in vier minuten op de plaats van de bestemming. Je moet rekening houden met overvolle fietsenstallingen, zo stelt het boek, maar het zal toch echt niet vaak voorkomen dat je acht minuten kwijt bent met het parkeren van je fiets.
Een andere slordigheidje komt aan het licht in het slothoofdstuk: “In de cijfers is lopen nog vaak onzichtbaar.” Om vervolgens te constateren dat er nauwelijks bekendheid is over wie waar loopt, hoe ver en waarheen. Hoe is dit te rijmen met de eerdere constatering, bijvoorbeeld op pagina 32, dat vrouwen vaker blijken te lopen dan mannen, dat arme mensen meer lopen dan mensen met een hoger inkomen en dat ouderen tussen 60 en 65 jaar veel lopen en relatief grote afstanden afleggen? Dit alles ondersteund door onder meer cijfers van het CBS. Verder in het hoofdstuk constateert Molster dat bijna de helft van het aantal loopverplaatsingen, namelijk 1,3 miljard, recreatief van aard is. Hoezo zijn er geen cijfers beschikbaar?
Dit alles neemt niet weg dat dit een zeer inspirerend, fraai geĆÆllustreerd boek is, dat alle stedenbouwkundigen of beleidsmakers, die betrokken zijn bij het inrichten van steden of dorpen, tot zich zouden moeten nemen.

Geschiedenis Magazine

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Meer informatie: molster.city