Donderdag, 28 april, 2011

Geschreven door: Moring, Marcel
Artikel door: Winter, Karlijn de

Louteringsberg

Een klim, dat wel

Van de TT in Assen naar een riante woning op een heuvel, midden in het bos. Van flarden van verhalen over meerdere personages naar een duidelijke, zorgvuldig opgebouwde verhaallijn over één van hen: Marcus Kolpa, een Joodse intellectueel. Vergeleken met Dis (2006) is Louteringsberg in meerdere opzichten een verademing. Maar of het kan gelden als een heuse opvolger binnen de trilogie die Möring naar eigen zeggen opbouwt met deze romans die hun titels aan Dante ontlenen, valt te bezien.

Opvallend is hoe sterk Dantes Goddelijke komedie in Louteringsberg naar de achtergrond is gedrukt. Was Dis opgebouwd als een hellevaart door de jaarlijkse motorraces in het Noord-Nederlandse provincieplaatsje, inclusief de cirkels waarin Dante de hel opdeelde en waarmee Möring zijn roman structureerde, in Louteringsberg zijn de verwijzingen minder prominent. Weliswaar wordt er erg veel verdwaald midden in het bos, en ook het beroemde strand onder aan de Louteringsberg mag niet ontbreken, maar los van die vingerwijzingen vertelt Louteringsberg een verhaal dat meer op zichzelf staat.

Relationele bijziendheid

Marcus Kolpa, inmiddels halverwege de dertig, heeft de afgelegen woning gekocht op de heuvel (‘”Berg,” zei ik. “Vergeet niet dat wij Hollanders dit een berg noemen.”’), ergens in het noordoosten van Nederland. Hij voedt daar zijn dochtertje Becky – later: Rebecca – in zijn eentje op, geeft haar ook thuis onderwijs. Meer dan twintig jaar gaan voorbij, en veel van de dagen is mevrouw Sanders, de hulp in de huishouding in haar grijze vormloze jurken, de enige die ze tegenkomen. Kolpa’s moeder, met wie hij nooit meer dan beleefdheidsgesprekjes heeft gevoerd, is naar Israël verhuisd. Zijn vrouw is op een nacht, 13 februari 1983, plotseling verdwenen zonder nog ooit iets van zich te hebben laten horen. Becky was toen een halfjaar oud.

Wat bezielde zijn moeder, wat bezielde zijn vrouw, dat ze hem achterlieten? Pas nu zijn moeder overleden is, en Rebecca inmiddels in Londen studeert, begint hij zich dit af te vragen. Wat bezielt hém eigenlijk, dat hij zich daar nu pas in verdiept?

Archeologie Magazine

‘Als twee mensen die mij zo na waren onbekenden voor mij bleken te zijn, suggereerde de statistiek dan niet dat het aan mij lag? Leed ik aan een nog onbekend neurologisch defect waardoor ik blind was voor mensen die dicht bij mij waren? Een soort relationele bijziendheid? Of was er iets mis met mijn herinnering, waardoor ik aan de ene kant hele boeken opsloeg in mijn hoofd (…), en aan de andere kant geen betrouwbare gegevens kon opslaan die betrekking hadden op mijn naasten?’

Spanning en gezapigheid

Er wordt veel helder, in de loop van Louteringsberg, over Kolpa’s moeder, zijn vader die hij nooit gekend heeft en de duistere zaakjes waar Chaja zich mee bezig bleek te houden. Het besef dát er iets helder moet worden is er niet van begin af aan, maar ontstaat heel geleidelijk, en dat maakt deze roman intrigerend. In eerste instantie heeft Kolpa nog nauwelijks drang om in zijn verleden te wroeten, en heb je als lezer dan ook geen flauw benul dat er nog van alles boven tafel gaat komen. Maar naarmate Kolpa’s belangstelling voor zijn naasten groeit, krijgt het boek steeds meer spanning: telkens blijken nieuwe raadsels ontward te moeten worden. Dat herinnert in zekere zin toch weer aan Dantes tocht door het hiernamaals, maar dan heel losjes. Kolpa begint steeds meer te begrijpen, tot hij zich aan het einde een vrij man voelt, van wiens schouders een last gevallen is.

Maar hoe prachtig Louteringsberg ook is opgebouwd, het had korter gemogen. Lang uitgesponnen herinneringen, terugkerende beelden, een lome blik die glijdt over eikenhouten tafelbladen, versgebakken maanzaadcake en rijen wijnflessen in de kelder; die traagheid heeft iets gemoedelijks, iets geruststellends, maar haalt ook het scherpe randje ervan af. Dis mag dan te ver doorgeschoten zijn in literaire pedanterieën en spektakelzucht, Louteringsberg is daarentegen te gezapig om de lezer wakker te schudden.

Kolpa’s bestseller

Zelf heeft hij ook een roman geschreven, Marcus Kolpa, terwijl zijn dochter boven op zolder in haar ‘studio’ zat te knutselen. Hij deed het haast achteloos, zonder dat hij er enige literaire ambities op na hield, maar het werd een internationale bestseller. Terugdenkend aan die tijd noemt Kolpa het een hype:

‘”Hoe kunt u dat nou zeggen?“ riep mevrouw Sanders. “Het is een prachtig boek.”

“Dank u. Ik wilde dat ik het ook had bedoeld als een prachtig boek.”

“Ach, Oblomov,” zei Rebecca. “Wat zit je toch te zeuren. Kun je je niet voorstellen dat het juist een prachtig boek is ómdat je het niet zo hebt bedoeld?’”

En dat zou ook kunnen gelden voor Louteringsberg. Möring lijkt zijn ambitie om een literaire aardbeving te veroorzaken, te hebben losgelaten. Ditmaal geen stream of consciousness en taalexperimenten, maar klassiek uitgebalanceerde beschrijvingen en dialogen. Niet een ratjetoe aan personages, maar een, dat je tot in de vezels leert kennen. Het is een vreemde breuk, die je totaal niet zou verwachten in een trilogie, maar die wel goede moed kweekt voor het derde en laatste deel. Als die nu wat minder kleurloos wordt, dan is dit een trilogie waarin niet alleen een verhaal en een thematiek zich ontwikkelt, maar ook een schrijverschap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *